Opinie

De verengelsing van universiteiten is positief

Twistgesprek De verengelsing van universiteiten is een positieve tendens, vindt Nee, de toename van buitenlandse studenten en Engelstalige opleidingen leidt tot verschraling van het onderwijs, meent . Een twistgesprek per e-mail onder leiding van .

De Tweede Kamer verzet zich tegen de ‘verengelsing’ van hbo-studies en universitaire opleidingen. Dat bleek vorige week uit een rondgang van NRC langs Tweede Kamerleden. Volgens minister van Onderwijs Ingrid van Engelshoven (D66) heeft de verengelsing geresulteerd in een „onacceptabele toestand”. Een op de acht studenten aan Nederlandse universiteiten en hbo-instellingen is buitenlands en 74 procent van de universitaire masteropleidingen is Engelstalig.

Inmiddels hebben universiteiten met elkaar afgesproken minder buitenlandse studenten te werven en zet ook de Tweede Kamer de hakken in het zand. Vanuit Den Haag klinkt de roep om hogescholen en universiteiten verantwoording te laten afleggen en gedragscodes op te laten stellen over de voertaal van de opleidingen. De stelling van dit twistgesprek: de verengelsing van universiteiten is een positieve tendens. Neerlandicus Lotte Jensen en publicist Eric C. Hendriks staan lijnrecht tegenover elkaar.

EH is Eric C. Hendriks, LJ is Lotte Jensen.

EH: „Het is tegenwoordig bon ton om tegen de verengelsing van het Nederlandse hoger onderwijs te ageren. Deze zou namelijk zijn doorgeslagen. Maar er zijn slechts een paar geesteswetenschappelijke disciplines, zoals Nederlandse literatuur, waarvoor discussies in het Nederlands cruciaal zijn. Over de breedte geldt: we kunnen beter zo veel mogelijk overstappen op het Engels. Het wordt toch niets met Nederlands als wetenschapstaal. Ons taalgebied is simpelweg te klein. Engels is de wetenschappelijke wereldtaal.”

LJ: „Het is te kort door de bocht om te stellen dat Engels de wetenschappelijke wereldtaal is. Engels is belangrijk in de wetenschap, maar het is niet de enige taal. Bovendien moeten we onderscheid maken tussen onderzoek en onderwijs. In het onderwijs is kennisoverdracht van cruciaal belang, en spelen andere talen dan het Engels ook een grote rol. Sterker: kennisoverdracht verloopt vaak beter in de moedertaal.”

EH: „Wetenschappelijk onderwijs moet aansluiten op het onderzoek, dat sterk Engels-georiënteerd is. Sommige geesteswetenschappelijke disciplines richten zich op ‘cultuuroverdracht’, maar over het algemeen gaat wetenschap over universele waarheden. Wetenschappers zoeken daarom naar een gedeelde, ‘universele’ wetenschapstaal. Als wetenschapstalen hadden we eerst het Grieks, toen het Arabisch en het Latijn – en nu is er het Engels. Laten we met het Nederlands onmiddellijk capituleren.”

LJ: „Er zijn genoeg wetenschapsgebieden die grondige kennis van andere talen vereisen. Een antropoloog die onderzoek doet in Zuid-Amerika heeft grondige kennis nodig van het Spaans, een historicus die de Napoleontische periode bestudeert van het Russisch, Duits en Frans. Het zou een complete verarming en inhoudelijke verschraling opleveren als je je dan alleen op Engelstalige bronnen of onderzoek zou richten. Ook in het onderwijs moet je andere bronnen dan alleen Engelstalige kunnen betrekken.”

EH: „Uiteraard is kennis van andere talen cruciaal voor veld- en bronnenonderzoek. Zelf doe ik onderzoek naar China en ik werk in Bonn op een Duitstalige afdeling. Er worden prachtige Duitse boeken over China geschreven, maar ik had graag dat we hier in Bonn meer vakken in het Engels zouden aanbieden om internationale studenten aan te trekken.”

LJ: „Het punt is dat in Nederland de balans is zoekgeraakt: we zijn massaal op het Engels over gestapt en dat gebeurt lang niet altijd uit ideële maar uit economische motieven. Het Nederlands komt daardoor onder druk te staan. Als je het Engels overal voorrang geeft, lijdt de Nederlandse taalvaardigheid van studenten eronder. Dat lijkt me een slechte ontwikkeling. Het merendeel van onze studenten komt immers terecht op de Nederlandse arbeidsmarkt en moet daarop voorbereid zijn. We weten bovendien niet wat de effecten van de verengelsing op de kwaliteit van ons onderwijs zijn. Dat is zorgelijk.”

EH: „Studenten komen inderdaad meestal op de Nederlandse arbeidsmarkt, maar ook die arbeidsmarkt wordt steeds meer onderdeel van een Europese markt, waarin er over landsgrenzen heen vooral in het Engels wordt gecommuniceerd. Uiteindelijk gaat deze discussie over de vraag wat de primaire taken zijn van Nederlandse universiteiten. Ik zie het ondersteunen van Nederlandse studenten die nog steeds worstelen met hun Nederlandse taalvaardigheid zeker niet als een hoofdtaak van de universiteit. Die studenten moeten elders hun Nederlands maar bijspijkeren.”

LJ: „Ik zie het verzorgen van kwalitatief hoogstaand onderwijs en onderzoek als kerntaken van de universiteit. Maar universiteiten zijn ook ingebed in de samenleving. Studenten volgen stages, doen toegepaste studies en gaan later allerlei publieke functies vervullen (denk aan artsen, rechters, psychologen, beleidsmedewerkers). We gaan met onze rug naar de samenleving staan als we volledig overgaan op het Engels.”

EH: „Toegegeven, we moeten niet overal volledig verengelsen, dan zouden we de maatschappij te veel de rug toekeren. Maar waar het Nederlands geen directe functie heeft, is het Engels te prefereren. Anders sluiten we ons nodeloos op in een klein taalgebied. Recente oproepen om de Nederlandse taal en cultuur tegen het Engels ‘te verdedigen’, lijken deels voort te komen uit een nationale trots. Die romantiek van ‘de eigen taal’ past sowieso niet bij wetenschap en werkt wereldverkleinend. Wetenschap en filosofie zijn er immers juist om lokale en nationale identiteiten te overstijgen. Om de grote wereld van de universele waarheden te openbaren.”

LJ: „Romantiek? Nationale trots? Laten we bij de feiten blijven. Het Engels is een handig hulpmiddel voor wetenschappers om onder elkaar te communiceren, maar diepgaande kennis van andere talen en culturen (dus ook het Nederlands) is minstens zo belangrijk om wetenschappelijke kennis te genereren. Het lezen van teksten in de oorspronkelijke taal is daar een onderdeel van. Een filosoof die alleen nog maar in het Engels naar universele waarheden speurt, ontwikkelt een zeer beperkte visie op de complexe samenleving die wij zijn. Juist door meertaligheid te stimuleren kunnen we kritische studenten met een brede blik opleiden. En zo kunnen we over de grenzen van onze nationale identiteit heen kijken.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.