Planbureau: Urgenda-doel is niet langer binnen bereik

Urgenda-zaak Met de huidige plannen haalt Nederland in 2020 een CO2-reductie van 21 procent, raamt het Planbureau voor de Leefomgeving. In de Urgenda-zaak is een reductie van 25 procent geëist.

Een kolenoverslag in de Amsterdamse haven
Een kolenoverslag in de Amsterdamse haven

Het Urgenda-doel, een reductie van de Nederlandse CO2-uitstoot van 25 procent, is met minder dan twee jaar te gaan verder weg dan ooit. Dat staat in een nieuwe raming die het Planbureau voor de Leefomgeving vrijdag publiceerde.

Zoals al eerder uitlekte, blijkt uit de PBL-ramingen dat het kabinet in 2020 negen miljoen ton CO2 extra moet besparen om nog aan de Urgenda-uitspraak te voldoen. Het PBL oordeelt dat ook twee andere energie- en klimaatdoelen voor 2020 niet worden gehaald: het aandeel duurzame energie is te laag, en er wordt te weinig energie bespaard.

Een CO2-reductie van 25 procent in 2020 is volgens de rechter in de Urgenda-zaak het minimale dat de Nederlandse staat moet doen om klimaatverandering te bestrijden. Het PBL voorziet dat de CO2-reductie uitkomt op 21 procent, ten opzichte van ijkjaar 1990. Alleen door keiharde maatregelen te nemen, kan het kabinet nog aan de rechterlijke uitspraak voldoen.

Lees ook: De politieke wil ontbrak om milieudoelen te halen

Groei en meer verkeer

Tot vorig jaar voorzag het PBL nog een kleinere CO2-uitstoot in 2020, en dacht het kabinet aan de Urgenda-doelstelling te kunnen voldoen zonder extra maatregelen te nemen. Onder meer door de economische groei en de toename van het verkeer blijft de CO2-uitstoot echter hoger dan verwacht.

Het PBL benadrukt bovendien zelf dat de onzekerheidsmarge van zijn raming groot is: de CO2-reductie in 2020 zal ergens tussen 17 en 24 procent liggen. Politiek ligt dat gevoelig, omdat het gerechtshof in zijn arrest schreef dat het een dergelijke marge „niet acceptabel” vindt.

Lees ook onze reconstructie: Hoe ‘Urgenda’ een levensgroot probleem werd

Het kabinet moet zich er, volgens het hof, dus van verzekeren dat het de geëiste CO2-reductie bereikt, ook als de omstandigheden tegenzitten. Het ministerie van Economische Zaken liet aan NRC echter in december al weten dat het toch geen rekening zal houden met die onzekerheden, omdat „het kan zijn dat het kabinet (kostbare) aanvullende maatregelen treft, die niet nodig zijn om aan het vonnis te voldoen”. Een belangrijke onzekere factor is de import van elektriciteit.

Hernieuwbare energie

Ook op het gebied van duurzame energie raakt Nederland verder achterop. Het aandeel ‘hernieuwbare’ energie (zoals uit zon, wind of houtstook) moet vanwege Europese wetgeving 14 procent zijn in 2020. Volgens het PBL komt Nederland uit op 12,2 procent. Bij zijn meest recente raming uit 2017 was de prognose nog 12,4 procent. Wat de consequenties zijn als Nederland zich niet aan de Europese wet houdt, is nog onduidelijk.

Het derde doel waarover het PBL zich boog in de Kortetermijnraming voor emissies en energie in 2020 gaat over energiebesparing. In het Energieakkoord uit 2013 is afgesproken om 100 petajoule energie te besparen in 2020 – ongeveer 5 procent van het Nederlandse energieverbruik. Het Planbureau denkt dat dat doel „waarschijnlijk niet” wordt gehaald, maar ziet wel een kleine verbetering. Het verhoogde de prognose van 75 naar 81 petajoule, vooral omdat bedrijven vanwege de Wet Milieubeheer actiever aan de slag moeten om energie te besparen.