Waarom er écht overal Ierse pubs zijn

Ierse pubs Hoe komt het toch dat de Ierse pub wereldwijd zo populair is? Bierbrouwer Guinness maakte er een fraai exportproduct van.

Ierse pub in Sint-Petersburg, Rusland
Ierse pub in Sint-Petersburg, Rusland Foto Getty Images

Je komt ze overal tegen. In Boston en Chicago natuurlijk, maar ook in Medellín, voor velen nog steeds de stad van Pablo Escobar. In Moskou, Beijing, Jeruzalem en Ulaanbaatar (Mongolië). In Kigali (Rwanda), Hobart (Tasmanië), Vladivostok (twee stuks), bij Pier D op Schiphol. In Kaapstad, New Delhi, Vukovar (Kroatië), Anchorage (Alaska), Tirana (Albanië), Harare (Zimbabwe), Namche Bazar (Nepal, de hoogste ter wereld), Tromsø (Noorwegen, de noordelijkste ter wereld) en Ushuaia (Argentinië, de zuidelijkste ter wereld). Er zit er zelfs één pal naast de Moulin Rouge in Parijs, een hele grote.

Ierse pubs.

Alleen in islamitische landen, waar geen alcohol geschonken wordt, zijn ze niet. Of wacht, er bestaan uitzonderingen. In Qatar, Bahrein, Dubai en Abu Dhabi kun je toch voor een drankje naar een Ierse pub.

Al die zaken hebben namen als Murphy’s, O’Connells, The Dubliner, O’Sheas, Molly Malone of O’Reilly’s – als het maar Iers klinkt. Binnen overheersen de kleuren groen en bruin, er zijn altijd wel shamrocks te zien, het klaverblad dat het nationale symbool is, Ierse harpen of Keltische kruizen. Bier en whiskey vloeien er rijkelijk.

Wat verklaart dit wereldwijde succes?

Ik vraag het om te beginnen aan Graham Certon, de uitbater van de Harbour Bar in Bray, een kilometer of tien onder Dublin. In 2010 werd deze historische pub (sinds 1831) door de Lonely Planet uitgeroepen tot beste bar ter wereld.

Certon denkt dat het succes met gastvrijheid te maken heeft. „Ierse pubs spreken aan omdat mensen zich er thuis voelen, vanwege de vriendelijkheid die je er aantreft. Het zijn ontmoetingsplaatsen waar iedereen zich welkom voelt.”

Dat laatste klopt in ieder geval voor Ierland zélf. Ieren ontvangen zelden bezoek thuis: als ze vrienden willen zien gaan ze naar de pub, doordeweeks en in het weekend. Ze drinken twee of drie glazen bier en gaan daarna weer weg. Nederlanders gaan vooral in het weekend het café in, waar ze dan de hele avond blijven.

Er zijn meer verklaringen. Steven Wadding is eigenaar van de City Arms in Waterford, de oudste, ooit door Vikingen gestichte stad van Ierland. Volgens hem is het succes vooral een marketingverhaal. Wadding: „Guinness vroeg me een jaar of twintig geleden of ik een Ierse pub voor ze wilde beginnen in Wenen.” Ze zouden hem financieel bijstaan, maar hij weigerde: „Het zijn na-apers, daar in het buitenland.”

Irish Pub Concept van Guinness

Bierbrouwerij Guinness begon in de jaren tachtig de firma Irish Pub Concept. Die verkoopt kant-en-klare concepten aan potentiële café-eigenaren over de hele wereld, ook biedt het bedrijf in de opstartfase ondersteuning. Je kunt hele interieurs bestellen om je eigen pub mee te beginnen, en uiteraard wordt er bier van de sponsor geschonken. Andere succesfactoren: een Iers interieur, pub grub (makkelijke kroegmaaltijden), Ierse muziek, liefst live, en als het even kan Iers barpersoneel. Dankzij de conceptenfirma zijn over de hele wereld pubs geopend.

Een Ierse pub in Quarteira, Portugal. Foto Getty Images

In Ierland zélf begonnen pubs ooit als woonhuizen. Huiseigenaren gingen drank verkopen in de woonkamer, daarna werd de keuken erbij getrokken – zo breidde het langzaam uit. Heel belangrijk: je had er craic, een term uit het Gaelic die staat voor gezelligheid, plezier, lol. Het is een gemoedstoestand die is gevormd door eeuwen aan folklore en tradities. Het geheim van de craic zit in de genen van de Ieren.

Eén van die Ieren is Tommy Byrne, al vele jaren floor manager en opnameleider bij Nederlandse tv-programma’s. Hij is er, zegt hij, „trots op” om Ier te zijn, ook al woont hij al lang in Nederland. Byrne: „Ieren zijn leuke mensen, ze zijn creatief, aardig en vrolijk, ze beschikken over zelfspot, hebben snel onderling contact en raken binnen de kortste keren met elkaar in gesprek. Niemand heeft een hekel aan ons, we hebben nooit andere volkeren in kolonies onderdrukt of bommen op steden gegooid. Al die associaties neem je mee als je een pub bezoekt.”

Ieren zijn ondernemend. Als ze zien dat ergens geen Ierse pub is, dan openen ze er één

Adrian Cuddy, eigenaar van O’Leary in Utrecht

Wanneer Tommy Byrne in het buitenland een Ierse pub binnengaat, voelt hij zich meteen thuis. Hij treft er altijd wel een paar landgenoten, zegt hij. „Onlangs stapte ik een Ierse pub op Bali binnen, daar zaten allemaal Indonesiërs met groene shirts aan én een paar Ieren.” Dat die elkaar vervolgens de oren van het hoofd kletsen, komt volgens hem doordat Ieren „echte verhalenvertellers” zijn. „We hebben van oudsher de gave van het ouwehoeren.”

Hij vertelt dat in de tijd van de Engelse onderdrukking, barden langskwamen op de illegale, katholieke hedge schools, om verhalen te vertellen en liederen te zingen over de geschiedenis van het land. „Ieren kennen nog altijd veel volksverhalen en volksliederen uit het hoofd, over helden, opstanden en historische gebeurtenissen. En over de liefde natuurlijk, dat ook. Die muziek en die verhalen dragen bij aan de typisch Ierse sfeer in echte Ierse pubs.”

Iedereen praat er met elkaar

De Ierse craic spreekt mensen overal ter wereld klaarblijkelijk aan, anders zou de Ierse pub geen bestaansrecht hebben. Maar wat maakt nou dat de Ierse sfeer zoveel méér mensen naar de pub lokt dan bijvoorbeeld de Engelse, de Tsjechische of de Deense? Misschien vind ik het antwoord dichter bij huis.

Als ik aan het eind van de middag O’Leary’s in Utrecht binnenstap, zitten er alleen twee vaste klanten. Ze wonen niet in de buurt, maar komen hier al meer dan twintig jaar om af en toe samen een biertje te drinken.

De Ierse Pub O’Paris in Versailles, Frankrijk. Foto Getty Images

Eigenaar Adrian Cuddy, een Ier met een Utrechts accent, vertelt dat zijn moeder O’Leary heette en dat ze samen de pub begonnen in 1995, als eerste Ierse pub in Utrecht. Cuddy: „Ieren zijn ondernemend. Als ze zien dat ergens geen Ierse pub is, dan openen ze er één. De sfeer is altijd gemoedelijk en vertrouwd, je krijgt er een beetje een vakantiegevoel. Als er twee stellen binnenkomen die elkaar niet kennen, gaan ze met elkaar praten. In een Nederlands café gebeurt dat niet.”

Lees ook: Dry January is bijna voorbij – en nu?

Ook Cuddy wijst erop dat de Ieren het in het verleden zwaar hadden. „Het kon gewoon niet erger met al die hongersnoden en onderdrukking. Ze leven daarom bij de dag, ze willen plezier maken. En daarvoor ga je naar de pub. Dat gevoel brengen al die pubs in het buitenland ook over.”

Toch verklaart het naar mijn gevoel nog steeds niet alles. Bruine kroegen in Nederland bieden óók gezelligheid en plezier, Hollandse smartlappen kunnen óók sfeer brengen. Maar een succesvol exportproduct zal onze bruine kroeg nooit worden.

Ik vrees dat het geheim van de Ierse pubs nooit helemaal ontrafeld kan worden. Misschien gelukkig maar, want een beetje mysterie past er wel bij, net zoals het geloof in geesten, elven en leprechauns onlosmakelijk bij Ierland hoort.