Recensie

Recensie Boeken

Opgroeien tussen de wapens in een rafelrand van Florida

Jennifer Clement Gedurfde plotwendingen maken de kleine vertelling van deze activistische schrijver tot een avonturenroman. Of nog beter, tot een roadnovel, met veel vaart en personages met diepgang.

Jennifer Clement is voorzitter van PEN International, de organisatie die zich inzet voor de vrijheid van meningsuiting van schrijvers, door bijvoorbeeld verbannen of bedreigde auteurs te ondersteunen. Ook haar werk getuigt van maatschappelijke betrokkenheid. In Gebed voor de vermisten (2014) legde ze de gevaren van opgroeien als meisje in Mexico onder de loep – zelf woont ze in Mexico City – en in Wapenliefde vertelt ze over opgroeien in armoede en tussen de wapens in een vieze rafelrand van Florida.

Hoewel ze een goede verteller is, neigt ze, betrokken als ze is, soms naar hameren; dat we mogen beseffen dat het Erg, Vreselijk en Onrechtvaardig is. Aan de andere kant: sommige dingen zijn nu eenmaal erg. De vraag is of Clement (1960) erin slaagt de lezer naast betrokkenheid en awareness ook iets anders te bieden. Dat lukt haar ten dele.

Margot, Pearls moeder, komt uit een welvarend maar beklemmend milieu dat ze als tienermoeder ontvluchtte. De tijdelijke oplossing bleek permanent: Pearl woont al haar hele leven in een auto op een woonwagenkamp. Ze weet niet anders, al koestert ze heus verlangens naar een echt bed of een badkamer. De omgeving is vies en gewelddadig; Pearl zoekt in haar vrije tijd met haar vriendin naar schatten op de vuilnisbelt, de mannen van het kamp schieten in hun vrije tijd in de giftig gele rivier op alligators, de pastor handelt in wapens. Margot krijgt een verhouding met een onguur type dat haar een pistool geeft. We lezen keurig proza, dus je kunt er donder op zeggen: dat gaat een keer af.

Suikerzoet

Keurig proza? Ja, al is het prettig dat Clement consequent in eerste persoon de belevingswereld van Pearl vormgeeft; korte zinnen, weinig leestekens, zelfs dialogen krijgen geen aanhalingstekens. Zoals bij veel tienerpersonages de hele werkelijkheid als één golf over ze heen spoelt, lijkt dat ook bij Pearl het geval. Ook weet ze de zaken prettig te beschrijven. ‘In dit deel van Florida’, vertelt ze, ‘was alles ondoorgrondelijk. Het leven was altijd alsof je je schoenen verkeerd om aanhad.’

Toch hoop je dat Clement ergens even uit de beschouwend-dromerige tienermodus breekt. Want ondanks alle ruigheid, gerook en wapens, en ondanks het feit dat er iets niet helemaal goed zit bij de moeder, blijft de vertelling vreemd suikerzoet. Misschien is het een poging om over een onderwerp als dit eens geen roman te schrijven die automatisch ‘rauw’ genoemd wordt. Helaas is het resultaat wat vlak en bij vlagen cheesy. Zo bewondert Pearl haar moeder eindeloos (mooi!), maar blijkt ze ook nog haar moeders wonderlijke gave te hebben geërfd zich in te kunnen leven in mens en voorwerp, wat resulteert in een eveneens overgeërfde aanleg tot melodramatische oneliners. ‘Ze vermoorden de rivier’, zegt Margot als ze de kerels ernaar hoort schieten. ‘De parels om mijn nek beweenden de zee’, meent Pearl.

Gelukkig durft Clement op andere momenten grote gebaren te maken. De aanvankelijk kleine vertelling verwordt tot een avonturenroman, een roadnovel zelfs, door gedurfde plotwendingen. Daaruit vloeien vervolgens personages en situaties voort die eigenlijk wat meer verdieping verdienen – zo komt Pearl in aanraking met twee wonderlijke kinderen met wie ze noodgedwongen een bijzondere band krijgt – maar voor vaart in een spannende vertelling is evenveel te zeggen. Een pistool in een verhaal moet een keer afgaan, maar de vragen die een verhaal oproept hoeven niet per se allemaal door de schrijver beantwoord te worden.