Ook Perikles vermeed de wijn sippende elite

De elite Premier Rutte is met zijn opmerkingen over „de witte wijn sippende Amsterdamse elite” zeker niet de eerste die zijns gelijken op populistische wijze beschimpt om bij de massa in het gevlij te komen.

Foto’s Martin Parr / Magnum Photos / Hollandse Hoogte

De elite: iedereen wil erbij horen, niemand wil het zijn. Want hoewel het prettig toeven is bovenaan de maatschappelijke ladder, heb je er veel last van het rumoer van de mensen beneden die jou je plek niet gunnen en graag zelf omhoog willen.

Ook in democratische en meritocratische samenlevingen – waar de weg naar de top in principe voor iedereen open zou moeten liggen – klinkt de kritiek op de elite luid. Zelfs vanuit de elite zelf. Want premier Rutte is met zijn opmerkingen over „de witte wijn sippende Amsterdamse elite” zeker niet de eerste die zijns gelijken op populistische wijze beschimpt om bij de massa in het gevlij te komen.

Laten we Rutte, vooruit, bijvoorbeeld eens vergelijken met Perikles, de grote Atheense staatsman uit de tweede helft van de vijfde eeuw voor Christus. Perikles was generaal, het enige politieke ambt dat in het democratische Athene nog per verkiezingen werd vergeven. Alle andere functies werden per loting toegewezen; iedere vrije, mannelijke burger van de stad kwam hiervoor in aanmerking. De Atheense elite, waartoe Perikles gezien zijn familie-achtergrond en rijkdom zeker behoorde, zag deze ontwikkeling knarsetandend aan.

Bij de historicus Plutarchus lezen we dat Perikles aanvankelijk de politiek niet in durfde te gaan, omdat hij bang was dat hij vanwege zijn nobele komaf door het volk verbannen zou worden. Daarom nam hij, eenmaal gekozen, radicale maatregelen om zijn ‘gewoonheid’ te bewijzen. Plutarchus: „Hij liep maar over één straat, die hem naar de marktplaats en de raadskamer bracht. Uitnodigingen voor etentjes, en alle andere vormen van sociale omgang, wees hij af, zodat hij gedurende de lange tijd dat hij aan het hoofd van de staat stond bij geen enkele vriend thuis is wezen dineren.” Ook Perikles, zo blijkt, wenste niet gezien te worden met de wijn sippende elite van zijn tijd.

Vermoord

Als we een paar eeuwen vooruit springen en vanuit Athene naar Rome reizen, komen we uit bij de broers Tiberius en Gaius Gracchus, misschien wel de bekendste populisten van de Romeinse Republiek. Dit duo, afkomstig uit een bijzonder vooraanstaande familie, wilde tussen 135 en 120 voor Christus het lot van de arme Romein verbeteren door op grote schaal grond te verdelen onder landloze boeren. Zo hoopten ze Rome aan meer, gezonde soldaten te helpen en zelf een clientèle op te bouwen die als machtsbasis kon dienen.

Tiberius werd in 133 door woedende senatoren vermoord, waarna Gaius het stokje overnam. Hij trok zich op dezelfde wijze als Perikles terug uit zijn sociale omgeving. Hij verkocht zijn dure huis op de Palatijn en ging in de buurt van de markt wonen. Toen op die marktplaats een keer een gladiatorengevecht zou worden gehouden, bouwde een aantal rijke Romeinen er tribunes omheen. Zo hadden ze zelf beter zicht – en wie ook wat wilde zien, moest een plekje huren.

Gaius keerde zich op spectaculaire wijze tegen deze streek van de Romeinse elite. Hij liet de tribunes ’s nachts afbreken, zodat iedereen de volgende dag gratis en voor niks de gevechten kon zien. Het volk vond het prachtig, aldus Plutarchus, maar de elite was woedend over Gaius’ „gewelddadige en aanmatigende bemoeienis”.

De jongste Gracchusbroer zou uiteindelijk in 121 de hand aan zichzelf slaan, toen hij op de vlucht was voor een bende edelen. Doen alsof je een man van het volk bent, was in het oude Rome duidelijk niet zonder gevaar.

Lees ook: Hoe zit het met de drinkende elite in het buitenland?

Gegoede burgerij

De kans dat een Nederlandse politicus anno 2019 een Grieks of Romeins lot – verbannen door het volk vanwege te elitair, vermoord door de elite vanwege te volks – moet ondergaan, lijkt klein. We leven in beschaafder tijden. Maar ook vroeger liepen de gemoederen hier over het algemeen niet zo hoog op. Historicus James Kennedy concludeert in zijn Een beknopte geschiedenis van Nederland dat dit het geval was omdat de machtsverschillen in ons land nooit echt groot waren. De (religieuze) pluriformiteit zorgde ervoor dat de elite rekening moest houden met diverse bevolkingsgroepen. Deze tolerantie was „allesbehalve een omarming en uiting van wederzijdse affectie”, aldus Kennedy, maar alleen door onderlinge verschillen niet te hoog op te spelen, kon Nederland bestaan. De tolerantie was wel hiërarchisch: je had mensen die tolereerden en mensen die werden getolereerd.

Uitzonderingen waren er natuurlijk altijd. ‘Floris V door edelen vermoord’, zal de meeste mensen nog wel wat zeggen. Het betreft de bloedige aanslag in 1296 op de Hollandse graaf Floris V, die vanwege zijn populariteit bij het gewone volk ‘der keerlen God’ werd genoemd.

Vanaf de Reformatie heeft de Nederlandse elite de eigen positie altijd met een zeker moreel handenwringen bekeken. De historicus Simon Schama wijdde een heel boek aan de paradox van de gegoede burgerij die zich huiverig overgeeft aan het genot van kunst en copieuze maaltijden: Overvloed en Onbehagen.

Dat ongemak over de eigen bevoorrechte positie is er sinds de democratiseringsgolf van de jaren zestig van de vorige eeuw niet minder op geworden. Politicoloog Meindert Fennema concludeerde in 2012 in zijn afscheidsbundel Help! De elite verdwijnt dat het verzet tegen de elite eerst van links kwam, in de vorm van stevige cultuurkritiek van progressieve zijde. Er waren ongeschreven morele wetten over wat men wel en niet mocht vinden en zeggen. Sinds de opkomst van Pim Fortuyn levert rechts cultuurkritiek op deze linkse elite. Waartoe dat zal leiden, is nog onduidelijk, volgens Fennema. „Het ouderwetse moralisme is geen leidend beginsel meer, maar een nieuw moreel beginsel is nog in ontwikkeling.”

Zo’n overgangsperiode kan niet eeuwig duren, zegt Fennema. „De mate waarin de elites kunnen voldoen aan de wensen en noden van de bevolking bepaalt hun overlevingskansen. Doen ze dat niet dan worden zij weggevaagd. Soms in een bloedige revolutie (…) soms ook doordat ze de handdoek zelf in de ring gooien”.

Dat klinkt omineus. Misschien is de politiek van het Oude Griekenland en Rome toch minder ver weg dan we denken.

    • Bart Funnekotter