‘Instagram leent zich goed voor constructief activisme’

In Mediavreters vertellen mensen wat ze kijken, lezen, luisteren en liken. Deze week: juridisch onderzoeker en activist Madeleijn van den Nieuwenhuizen.

Illustratie Anne Caesar van Wieren

Madeleijn van den Nieuwenhuizen (27) strijdt tegen ongelijkheid en stereotypes op Instagram. Ze begon 2,5 jaar geleden het mediakritische account @Zeikschrift, omdat ze boos was over een column in een tijdschrift. „Ik kon nergens terecht met mijn verontwaardiging. Instagram is een betere plek voor constructief activisme dan Twitter. Het medium is anders ingericht. Op Instagram kan ik makkelijk mijn gezicht aan mijn account koppelen. Zo is de omgeving menselijker dan Twitter dat vooral om vlugge meningen draait.

„Nu ik meer volgers krijg – de teller staat op meer dan negenduizend – zal ik minder snel in mijn Instagram-stories delen dat een barman me heeft uitgevraagd. Het persoonlijke en grapjes maken vind ik nog steeds belangrijk. Vrouwen is lang opgelegd dat ze als ze serieus genomen willen worden, ze ook erg serieus moeten zijn, meer dan mannen. Humor kan naast inhoudelijke argumenten bestaan. Ook dat is een uiting van feminisme.

„Mijn meest geslaagde post vind ik een reactie die ik schreef op een artikel op lifestyle-site Amayzine. De journaliste schrijft over een nagelsalon van Aziatische Nederlanders. Ze schrijft denigrerend over medewerkers, haalt verschillende stereotypes aan. Zo beschrijft ze dat ze fantaseert dat zij allemaal op een matrasje naast elkaar in de woonkamer slapen, elkaars haren vlechten en noedelsoep eten. Het artikel was racistisch, zelfs al was het niet zo bedoeld. Nadat ik dat aankaartte, kreeg ik veel reacties. De auteur vond mij ‘haatzaaiend’, maar van Aziatische Nederlanders kreeg ik reacties dat ze het prettig vonden dat een niet-Aziatisch iemand zich hier ook tegen uitsprak. Ik voel zeker de verantwoordelijkheid het voor een ander op te nemen.”

Giel Beelen en Sylvana Simons

‘In een Instagram-post beargumenteer ik puntsgewijs waarom ik iets vind. Toch is genuanceerd zijn ook een luxe. Racisme is niet mijn dagelijkse realiteit. Veel mensen van kleur hebben niet de tijd of puf om in gesprekken steeds bij nul te beginnen. In de reacties onder mijn posts is de discussie inhoudelijk en constructief. Online is dat best zeldzaam, ik stuur er op aan. Van documentaires zoals The Mask You Live in leer ik veel dat ik kan gebruiken. In die film gaat het over hoe opvattingen over mannelijkheid, zoals het taboe op huilen, schadelijk zijn. Als je leert over stereotypes ga je ze herkennen. Iets kan onschuldig bedoeld zijn, maar niet onschuldig zijn in het effect. De manier waarop media maatschappelijke thema’s behandelen maakt erg uit.

„Boeken of films die niet expliciet over ongelijkheid gaan, helpen erg in bewustwording van patronen in de sociale geschiedenis. Door iets mee te maken door de ogen van een ander ontwikkel je empathie. Recent las ik De Stille Kracht van Louis Couperus en leerde weer bij over het koloniale verleden. Mensen die stigmatiserende opmerkingen maken, of journalisten die dat opschrijven, zijn product van een maatschappelijke traditie. Het is vaak waardevoller naar die ingesleten ideeën te kijken dan om individuen te beschuldigen. De focus op individuen, zoals Giel Beelen die een racistische grap maakt over Sylvana Simons, kan afleiden van de stelselmatigheid. Om te werken aan verandering is het zaak je eigen blinde vlekken te zien én jezelf die te vergeven.”

In een eerdere versie van dit artikel werd Van den Nieuwenhuizen omschreven als jurist. Dat klopt niet, ze is juridisch onderzoeker.