In Nederland lééfden we, hier is het overleven

Armenië Armeniërs krijgen meestal geen asiel in Nederland, maar blijven wel jarenlang in de procedure. Als ze dan terug moeten is het zwaar om een nieuw leven op te bouwen.

Shushan (rechts) en haar zusje Jemma kletsen via internet met hun vriendinnen in het azc in Emmen.
Shushan (rechts) en haar zusje Jemma kletsen via internet met hun vriendinnen in het azc in Emmen. Foto’s Steven Derix

Bij Shushan (9) is het nog niet doorgedrongen dat ze in Armenië is. Ze is geboren in Nederland, ze woonde in een asielzoekerscentrum in Emmen. Zonet heeft ze nog op internet gekletst met Susanna en Suzie in het azc. „Die zijn ook Armeens.”

Denk trouwens niet dat ze geen Nederlandse vriendinnen heeft: Eva, Ariane, Jade en Kathelijne. Waar die precies uithangen nu, weet Shushan niet. Ze weet wel dat er in het hok op de binnenplaats twee honden zijn die je kunt aaien: een witte en een zwarte.

Hoe ze zich voelt? „Goed”, zegt Shushan afwezig. Ze staart naar de lege fitting aan het plafond. „Er is hier geen lamp.”

Maandag werd Shushan samen met haar ouders en haar broertje en zusje uitgezet naar Armenië. Ze werden begeleid door tien marechaussees in burger, een arts en een ambtenaar van de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V), zo vertelt vader Hovik Grigoryan. De marechaussee had een handdoek om de handboeien van Hovik gewikkeld, maar Shushan had het toch gezien, vertelt moeder Naira Kirakosyan. „Daar werd ze heel erg bang van.”

Nu zit het gezin overdag in een wat vervallen woning in een buitenwijk van de hoofdstad Jerevan. De broer van een vriend helpt hen. ’s Nachts slapen ze in een hotel. Van een Nederlandse kerkorganisatie hebben ze 800 euro gekregen, vertelt Hovik. „Daar zijn er nog 400 van over.” Hij maakt een aangeslagen indruk.

De kinderen zijn vernoemd naar Hoviks ouders en zijn jongste zusje. Zij kwamen om bij de zware aardbeving van 1988, toen meer dan 25.000 mensen het leven lieten. De zevenjarige Hovik werd enkele weken opgevangen in Wassenaar. Toen de technisch tekenaar in 2010 besloot om met Naira naar Europa te gaan viel de keuze op Nederland. Daar hebben ze nu spijt van, zegt Hovik. „Als we dit hadden geweten, dan waren we naar Duitsland gegaan, of Frankrijk. In Frankrijk houden ze van Armeniërs.”

De familie heeft het verblijf in Nederland tot het uiterste gerekt – negen jaar. Nadat hun asielaanvraag was geweigerd, liet Hovik weten te willen terugkeren. Maar hij kreeg een zenuwinzinking en moest worden opgenomen. Zijn advocaat vroeg uitstel van vertrek om medische redenen.

‘Alsof ik honderd klappen heb gehad’

Toen Shushan vijf was geworden, probeerde het gezin in aanmerking te komen voor kinderpardon. Toen dat in hoger beroep werd afgewezen, diende de advocaat een nieuwe aanvraag in voor uitstel van vertrek – dit keer op grond van de gezondheid van Shushan, die last heeft van haar rug nadat ze werd aangereden door een vrachtwagen. „We dachten dat we veilig in een procedure zaten”, zegt Naira. Maar vorige week werden ze opgepakt door tien agenten in het azc in Emmen.

Lees ook: KLM en Transavia zijn niet verplicht mee te werken aan de uitzetting van kinderpardon-kinderen, schrijft asieladvocaat Flip Schüller

Naira is verbitterd. „Ze hebben me niet geslagen, maar ik voel me alsof ik honderd klappen heb gehad. Zo mag je niet met mensen omgaan.”

De ChristenUnie mag dan een moratorium eisen, voorlopig gaat het uitzetten van asielkinderen gewoon door. Staatssecretaris Harbers (VVD, Justitie) wacht nog op de resultaten van een onderzoek naar het kinderpardon. In de tussentijd gaan uitgeprocedeerde asielzoekers – ook minderjarige – het land uit.

Niet zelden zijn het Armeense kinderen die met hun ouders worden uitgezet. De kans dat Armeense asielzoekers een beschermde vluchtelingenstatus krijgen is zeer klein: in de afgelopen jaren moesten negen van de tien terug.

Maar Armeniërs zijn vasthoudend, en gaan bijna altijd in hoger beroep, zo blijkt uit onderzoek van de organisatie Solid Road, die helpt bij de vrijwillige terugkeer van asielzoekers. Azc-medewerkers vertelden Solid Road dat ze soms de indruk hadden dat afgewezen Armeniërs ziekte of psychische problemen veinsden, om uitzetting te voorkomen.

Het gezin Grigoryan werd maandag uitgezet naar Armenië. Overdag wonen ze bij een kennis.

De asielprocedure van Armeniërs duurt langer dan die van enige andere groep. Als ze uiteindelijk tóch terug moeten, zijn er vaak kinderen geboren en opgegroeid. Kinderen die geen Armeens kunnen lezen en nog nooit in hun ‘vaderland’ zijn geweest. Vorig jaar maakte staatssecretaris Harbers nog een uitzondering voor de tieners Lili en Hovik. Tientallen andere Armeense kinderen moesten wel terug.

Zoals Eva (8) en Suren (6). Hun vader Hovsep Khachatryan woonde ruim zestien jaar in Nederland, en had al een verblijfsvergunning. Bij de procedure had hij een valse naam opgegeven. Toen hij wroeging kreeg en zijn echte naam doorgaf aan de burgerlijke stand, werd zijn verblijfsvergunning ingetrokken en moest het gezin Boxmeer verruilen voor Jerevan.

Dat was in 2016, en inmiddels heeft Hovsep Khachatryan het leven behoorlijk op de rails. Omdat hij en zijn vrouw Warduhi vrijwillig zijn teruggekeerd kreeg het gezin een vertrekpremie mee van enkele duizenden euro’s. Van dat geld heeft Hovsep lasapparatuur gekocht en de zilveren Opel bestelbus, waarmee hij naar zijn klanten rijdt. Meestal heeft hij wel ergens een „klusje”. Maar soms belt er even niemand. „Na twee of drie dagen denk je: dit moet niet te lang duren, anders komt er geen eten op tafel”, zegt Hovsep. Vrienden uit Boxmeer maken nog elke maand geld over, en dat is meer dan welkom.

Asielprocedure van Armeniërs duurt het langst van alle groepen

Armenië is een arm land. In 2016 leefde bijna 30 procent van de bevolking onder de armoedegrens van 40.867 dram (ongeveer 75 euro). De stalinistische panden in het centrum zijn bekleed met chique natuursteen, maar achter de winkelstraat wordt er gewoond in grijze sovjetflats die in een erbarmelijke staat verkeren. Op het pleintje drinken oude mannen wodka uit kartonnen bekertjes. Hun rood aangelopen gezichten verraden dat ze dat vaker doen.

Meestal economische motieven

Geen wonder dat veel Armeniërs hun geluk beproeven in het buitenland. Een groot deel van het Armeense volk leefde altijd al in de diaspora: van de acht miljoen Armeniërs wonen er slechts drie miljoen in Armenië zelf. Verreweg de meeste Armeniërs emigreren naar Rusland – waar ze geen visum voor nodig hebben. Een klein percentage probeert een bestaan op te bouwen in Europa, door asiel aan te vragen.

Lees ook: Het is drie tegen een, maar VVD wil niets aanpassen in kinderpardon

In Nederland deden er in 2017 191 Armeniërs een beroep op de vluchtelingenstatus. Tussen 2014 en 2018 woonden er 700 Armeniërs op een ‘gezinslocatie’ in afwachting van uitzetting, zo blijkt uit onderzoek van Solid Road. Van deze 700 personen zijn er inmiddels 389 vertrokken. 81 van hen werden gedwongen uitgezet door de marechaussee.

Anna Jambazian draait er niet om heen: de meeste Armeense asielzoekers hebben economische motieven. „Armenië is een veilig land. Misschien wel een van de veiligste landen ter wereld.”

Jambazian is plaatsvervangend directeur van de Armeense liefdadigheidsorganisatie Diaconia. Samen met Solid Road helpt de organisatie gezinnen die Nederland hebben moeten verlaten een nieuwe start te maken in Armenië. Dat valt veel asielzoekers zwaar – en niet alleen financieel, zegt Jambazian.

„Veel mensen zijn getraumatiseerd. Ze hebben jarenlang geprobeerd het burgerschap te verwerven om een bestaan op te bouwen. Leven in onzekerheid was niet makkelijk. En nu moeten ze helemaal opnieuw beginnen.”

De gezinnen die terugkeren hebben vaak problemen, vertelt Jambazian. „Die proberen we samen op te lossen. Maar we moeten realistisch zijn.” Samen met Solid Road biedt Diaconia extra financiële ondersteuning voor Armeniërs die Nederland moeten hebben verlaten.

Gezinnen krijgen een jaar lang de huur betaald, inclusief gas en licht. Ouders kunnen een beroepsopleiding volgen, er worden taalcursussen betaald voor de kinderen. Het geld voor dit project, The Green Way, is afkomstig van de EU. In totaal achttien Armeense gezinnen zullen geholpen worden. „We geven ze de instrumenten om op eigen toekomst op te bouwen in Armenië”, zegt Jambazian. „Zodat ze niet opnieuw vertrekken.”

Bittere noodzaak

Haar zoon Hayk spreekt Frans, vertelt Lilit Martirosyan. „Maar mijn dochter Tiruhi spreekt vooral Russisch. Ze kunnen dus niet echt goed praten met elkaar.” Tweeënhalf jaar zat Lilit met Hayk in azc’s, terwijl haar man Artur en dochter Tiruhi in Moskou woonden.

Dat was bittere noodzaak, zegt ze achter een beker koffie in een winkelcentrum. Hayk is geboren met een hartafwijking: om hem te laten opereren was het gezin naar de Russische hoofdstad verhuisd. Toen een nieuwe ingreep nodig was zeiden de artsen dat de operatie alleen in West-Europa kon worden uitgevoerd.

Lilit vertrok met Hayk naar Duitsland – er was geen geld om de rest van het gezin te laten overkomen. In Duitsland werd Hayk geopereerd, maar Lilits asielprocedure werd afgewezen.

Via Frankrijk kwam ze in Nederland terecht. Omdat ze vrijwillig terug naar Armenië is gegaan, zit ze in The Green Way. Het budget voor Lilit en Hayk is 5.200 euro. Lilit heeft een opleiding voor manicure, maar nu volgt ze op kosten van de EU een kappersopleiding: „Daar is meer vraag naar.” Ze droomt van eigen salon.

De eerste dagen wilde Hayk niet praten. Hij haalde Armeens en Frans door elkaar. Nog steeds staat hij onder behandeling van een psycholoog. Voor de controle van zijn hart reist Lilit naar Moskou. Over een paar jaar moet Hayks hartklep opnieuw worden vervangen en Lilit wil dat opnieuw in Duitsland laten doen. Haar man Artur werkt daarom nog in Moskou. „We proberen zo veel mogelijk geld te verdienen. We moeten vechten.”

Op 31 maart gingen tienduizenden Armeniërs de straat op, om te protesteren tegen de derde termijn van president Serzh Sargsyan – nu als premier. In de weken die volgden, groeiden de demonstraties uit tot een geweldloze revolutie. Sargsyan moest aftreden.

Hovsep Khachatryan was er vanaf dag één bij. „Ik ben naar Armenië teruggekeerd om een revolutie mee te maken”, grapt hij. Met het aantreden van premier Nikol Pashinyan is er einde gekomen aan het cliëntelisme en de corruptie, hoopt Hovsep. Hij ziet de toekomst met vertrouwen tegemoet.

Maar soms heeft hij heimwee. Dochter Eva ook. Als ze een wens mocht doen dan gingen ze nu meteen terug naar Nederland, vertelt Hovsep. „Daar lééfden we. In Armenië zijn we bezig met overleven.”