Nu komt de moeilijkste periode

42,195 km Schrijver Abdelkader Benali maakt zich op voor de marathon van Rotterdam. Hoe bereidt hij zich voor?

Illustratie Merel Corduwener

De moeilijkste periode in mijn voorbereiding voor de marathon is aangebroken. Het enthousiasme van het begin is weggeëbd, het slotstuk van mijn voorbereiding, waarin ik voldaan op mijn trainingsarbeid terug kan kijken, is nog lang niet aan de orde.

Ik kijk naar buiten. Een blauwe hemel in januari, dat betekent temperaturen rond het vriespunt.

Hardlopers die hebben leren schaatsen, kunnen een deel van hun training nu voortzetten op het ijs. Toen ik trainde bij atletiekvereniging PAC in Rotterdam, ging in een strenge winter een groot deel van de hardlopers fanatiek schaatsen. Het is een stuk minder blessuregevoelig.

Kou nodigt niet echt uit om te gaan hardlopen.

Wat ik doe is de training visualiseren. Ik ga op bed liggen, sluit mijn ogen en doe de training in mijn hoofd. Het is een techniek die sporters als Mohammed Ali, Wayne Rooney en zwemmer Michael Phelps ook gebruikten. De Britse tennisser Andrey Murray ging in het verlaten center court van Wimbledon zitten, om de wedstrijd te zien die hij zou gaan spelen. Door de visuele verbeelding zet het brein de spieren in beweging.

Ik stel me voor dat ik door het Beatrixpark loop, het fietspad langs de A10 passeer, onder het viaduct doorga en aankom bij de Amstel. Mijn eerste twee kilometer zitten erop. De beelden komen vanzelf.

Ik passeer het beeld van Rembrandt bij het Klein Kalfje. Ik knijp mijn tenen samen, om het asfalt te voelen waar mijn voeten op neerkomen. Ik kies ervoor om een stukje over het schelpenpad te gaan. Ik ruik riet, kalk en de rivier.

Rechts van mij passeren auto’s. Links de rivier, waar de eerste schaatsers te zien zijn. Het laag hangende januarilicht verblindt me, ik knijp mijn oogleden samen.

De frisheid waar de rest van de natuur al dagen in gedrenkt is, omhult mijn lichaam

Door te visualiseren bereid ik het lichaam voor op wat komen gaat. Mijn ademhaling wordt dieper, ik span mijn spieren samen en ontspan weer. Ook de pijn die ik zal gaan voelen, krijgt een plek in de visualisatie. Mijn hart begint sneller te kloppen, de benen worden zwaar, mijn pas langer en krampachtiger. Om het af te maken stel ik me voor dat ik het zwaarste stuk van de training erop heb zitten. Ik keer terug naar huis.

Deze techniek gebruik ik ook als ik een lezing moet geven. Vlak voordat ik in slaap val, stel ik me voor wat ik de volgende dag ga zeggen. En hoe ik het ga zeggen. Zo tank ik zelfvertrouwen.

Ik open mijn ogen. Ik heb zin gekregen om te gaan hardlopen.

Snel trek ik mijn hardloopkleren aan en ga naar buiten, helemaal klaar voor de tweede training.

Hardlopend langs het water zie ik de schaatsers voorbij komen. Onder de strakblauwe hemel snijdt de kou in mijn oren. Ik kan dit weer met geen enkel ander weertype ergens anders vergelijken: Hollandser dan dit wordt het niet. De frisheid waar de rest van de natuur al dagen in gedrenkt is, omhult mijn lichaam. Wat zijn hardlopers toch gemankeerde landdieren vergeleken met de lange, zwevende banen die de schaatsers maken. Ik ben jaloers op hun lichtvoetigheid.