Merlijn Doomernik

‘Homo is nog steeds het meest gebruikte scheldwoord’

Astrid Oosenbrug | COC-voorzitter

De Nashville-verklaring is een „afschuwelijk document”, zegt COC-voorzitter Astrid Oosenbrug. Maar het heeft de relatie tussen COC en kerken wel verbeterd.

Een paar weken geleden ontmoette Astrid Oosenbrug een oudere homoseksuele man. Hij vertelde dat hij op zijn zeventigste uit de kast was gekomen. Waarom zo laat, wilde zij weten. De man, een christen, had zich door zijn geloof laten weerhouden. Pas nu hij weg was bij zijn vrouw, kon hij zichzelf ‘homofiel’ noemen.

Dat soort verhalen inspireerde oud-PvdA- Kamerlid Oosenbrug om eind vorig jaar voorzitter te worden van het COC, ’s werelds oudste nog bestaande homobelangenorganisatie (in 1946 opgericht, ledental zevenduizend). Het zijn, zegt ze, verhalen van mensen die liefde mislopen omdat ze niet zichzelf durven te zijn. Mensen die sterven met het gevoel dat hun leven niet af is. „Dat vind ik zó zonde”, zegt Oosenbrug.

Zelf belandde ze op haar vierde in een weeshuis. Daarna ging ze van tehuis naar pleeggezin. „Ik was vijftien toen ik op mezelf ging wonen. Een aantal mensen uit die tijd heeft de hand aan zichzelf geslagen. Ze waren niet tot zelfacceptatie in staat. Dat wil ik anderen besparen.”

Ze houdt deze zondag haar maidenspeech in een vol Paradiso. Oosenbrug – getrouwd met een man én liefdespartner van een vrouw – gaf nog geen grote interviews sinds haar uitverkiezing. Alleen over de controversiële Nashville-verklaring liet zij zich kort uit. „Schadelijk, ongevoelig en onbarmhartig”, noemde zij het conservatieve, christelijke pamflet.

Een roerige start voor u.

„Dat kun je wel zeggen.”

Uw man vertelde dat u woedend reageerde op de Nashville-verklaring.

„Ik sprong uit mijn vel toen ik erover las op social media. Wat is dit? Vooral de reacties van jonge, gelovige lhbti’s [lesbiënnes, homoseksuelen, biseksuelen, transgender- en intersekse personen, red.] stemmen mij verdrietig. Velen werkten jaren toe naar hun coming-out. Vervolgens horen ze dat politici en schooldirecteuren het een zonde vinden: homo of transgender zijn. Júist nu steeds meer kerken het huwelijk tussen mensen van gelijk geslacht omarmen. Die jongeren worstelen niet alleen met hun geaardheid, maar ook met een hogere macht. Een dubbele strijd, die tot eenzaamheid en depressie leidt.”

Zou het kunnen dat de ondertekenaars van het manifest de homo-emancipatie bedreigend vinden?

„Wat is er bedreigend aan de liefde tussen twee mannen of twee vrouwen? Lhbti’s dringen hun levensstijl toch niet op aan orthodoxe christenen? Zij leven hun eigen leven. Waarom zou je hen dat geluk misgunnen?”

Toch kun je je afvragen of de homo-emancipatie voor sommige groepen in de samenleving niet te snel gaat.

„Dat zou kunnen. Maar als je het mij vraagt zeg ik: het gaat niet snel genoeg. Anno 2019 vindt 30 procent van de Nederlanders twee zoenende mannen aanstootgevend. En dan heb ik het niet over tongzoenen hè, maar een liefdevolle kus. Veel lhbti’s durven hun liefde niet in het openbaar te tonen, omdat ze bang zijn voor fysiek of verbaal geweld.”

Lhbti: de letterlijst wordt steeds langer.

„Die letters staan voor mensen die door ons vertegenwoordigd willen worden: homoseksuelen, lesbiënnes, biseksuelen, transgender- en intersekse personen. Ze hebben ons zelf benaderd.”

Omdat het hun zichtbaarheid vergroot?

„En omdat ze sterker staan. Die ‘t’ is een paar jaar geleden aan de lijst toegevoegd. Je merkt nu al dat het beter gaat met transgender personen. Ze hebben een beweging gevormd, vragen aandacht voor hun problemen en spreken zich vaker uit in de media.”

Indien nodig werkt u het hele alfabet af.

Ze zucht. „Ik snap dat mensen vragen: wanneer houdt het een keertje op? Maar we doen het voor die groepen. Ik sluit niet uit dat de afkorting in de toekomst weer verandert.”

NRC-columnist Maxim Februari, zelf behorend tot de doelgroep, spreekt van ‘een hutsekluts van hippe onzin’. Het gevaar is volgens hem dat je in de term opgesloten raakt.

„Ook Februari heeft in zijn transitieproces vast ergens steun gezocht. Kennelijk is hij nu zó geëmancipeerd dat hij niemand meer nodig heeft. Maar mensen die nog wel met hun transitie worstelen hebben onze steun vaak nodig. Die letter is daar een uiting van.”

Lees ook de column van Maxim Februari, ‘LHBTQI: een hutsekluts van hippe onzin’

De gemiddelde Nederlander heeft niet zo veel met betaald transitieverlof, genderneutrale wc’s en een paspoort zonder geslachtsaanduiding. Bent u niet bang dat u die van u vervreemdt?

„Mij maakt het niet uit wat er in mijn paspoort staat. Maar stel je voor dat een meisje bij haar ouders op de achterbank zit. In een jurk, en dan komen ze bij de grens. De douanebeambte kijkt in haar paspoort en ziet een ‘m’ staan. Leg dat maar eens uit.”

Het zijn geen buitenissigheden.

„Het zijn basale dingen die voor mensen een groot verschil maken. Je kunt het natuurlijk belachelijk maken en dan vraagt heel Nederland zich af: wat is dát voor onzin?”

Staatssecretaris Knops van Binnenlandse Zaken lijkt daar anders over te denken. Hij kwam deze week terug van zijn besluit om een paspoort zonder geslachtsaanduiding mogelijk te maken.

„Ik ben daar echt boos over. Knops laat mensen in de kou staan, trekt zich niks aan van de rechter [die vorig jaar oordeelde dat de wetgever die mogelijkheid moet geven, red.] en legt afspraken naast zich neer. Zo komt er van Nederland als gidsland voor lhbti’s natuurlijk weinig terecht. Ik wil dat de Kamer hier alsnog werk van maakt.”

Voetbalanalist Johan Derksen zei vorig jaar dat homo’s niet zo moeilijk moeten doen over hun coming-out. Zou zijn uitspraak iets met die grotere zichtbaarheid van lhbti’s te maken hebben?

„De impact van zijn woorden moet niet worden onderschat. Stel je voor dat je als 11-jarige jongen voetbal kijkt met je vader. Je worstelt met je gevoelens voor een andere jongen. En dan komt Derksen met zijn grapjes: niet zeiken, gewoon uit de kast komen. Je vader ligt in een deuk. Dan denk je wel twee keer na voor je uit de kast komt.”

Johan Derksen weet niet waar-ie het over heeft?

„Als het echt zo gemakkelijk was om uit de kast te komen, dan was er geen discussie over. Maar dat gebeurt dus vaak niet. ‘Homo’ is nog steeds het meest gebruikte scheldwoord. Op voetbalvelden. Op scholen. Mensen als Johan Derksen helpen de emancipatie niet. Voor een grote groep kwetsbare jongeren tussen 12 en 18 jaar gooit hij de deur dicht. De impact van zijn uitspraak is niet minder schadelijk dan de Nashville-verklaring.”

Merlijn Doomernik

U maakt van uw hart geen moordkuil, zeggen mensen in uw omgeving. U gaat een pittig debat met Kees van der Staaij niet uit de weg.

„Ik zal niet boos worden of schelden, maar simpelweg de vraag stellen: hoe kun je als volksvertegenwoordiger je handtekening onder zo’n afschuwelijk document zetten?”

Veel Nederlanders toonden zich solidair met lhbti’s. Heeft dat u verrast?

„Ja, vooral de omvang. Mijn grootste angst was dat de Nashville-verklaring de relatie tussen het COC en kerken zou verstoren, maar het tegendeel is waar. Waar kerkbestuurders in het verleden hun mond hielden over homo’s en transgender personen, laten zij zich sinds die verklaring op websites als lhbti-vriendelijk registreren. Driehonderd kerken hebben zich sindsdien voor dat predikaat aangemeld.”

Uit onderzoeksrapporten blijkt dat het zowel beter als slechter gaat met de lhbti-gemeenschap.

„Veel Nederlanders zeggen dat ze geen moeite met homoseksualiteit hebben, maar ze vinden zoenende mannen wel vies en informeren bij hand-in-hand lopende vrouwen of ze ‘een handje kunnen helpen’. Geweld tegen lhbti’s leidt lang niet altijd tot een aangifte. Het is net als met fietsendiefstal: je rapporteert het niet omdat je betwijfelt of er iets mee gebeurt.”

De cijfers zijn geflatteerd?

„Er is een hiaat tussen de cijfers en de gevoelsbeleving.”

Is het schijntolerantie?

„Ja. En het wordt tijd dat we daar eens mee ophouden.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.

    • Danielle Pinedo