Dit format móét voor het hockey een succes worden

Pro League Met de Pro League denkt het hockey de olympische toekomst zeker te stellen. Maar er zijn een hoop valkuilen.

Dat ze vanwege veiligheidsproblemen nog altijd niet in eigen land konden spelen, was geen probleem, liet Thierry Weil weten vanuit het FIH-kantoor in Lausanne. Hij had de hockeywereld in zijn eerste negen maanden als directeur van de internationale hockeybond leren kennen als een „grote aardige familie”. Een „samenwerking tussen alle landen” had ervoor gezorgd dat Pakistan gewoon kon meedoen aan de Pro League. Ze zouden hun thuiswedstrijden in Europa spelen. Prachtig toch? „Pakistan staat voor hockey. Iedereen speelt graag tegen ze. In Nieuw-Zeeland is de wedstrijd al bijna uitverkocht”, voegde hij er nog enthousiast aan toe.

Maar toen de Aziaten deze week door geldgebrek afzegden voor de eerste drie duels in Argentinië, Australië en ja, Nieuw-Zeeland, kon Weil niets anders dan Pakistan uit de Pro League zetten. Slechtere publiciteit voor de nieuwe, jaarlijkse competitie was nauwelijks denkbaar.

Start in Valencia

Terwijl de start in Valencia vorige week zaterdag zo positief was. In het Estadio Betero zagen tweeduizend toeschouwers Spanje wereldkampioen België verslaan, na shoot-outs – de climax van de eerste van 128 wedstrijden die tot en met juni zullen worden gespeeld op vijf continenten.

De omvang en duur maken de Pro League onvergelijkbaar met zijn voorgangers, de Champions Trophy (sinds 1978) en de Hockey World League (sinds 2012). Toernooien waren dat, van een week of tien dagen, op één locatie. Met te vaak alleen volle tribunes als het gastland speelde. De Pro League duurt zes maanden en „elke wedstrijd is een thuiswedstrijd”, waardoor de hoop leeft dat de stadions uitverkocht zullen raken. „Het is een van de beste manieren om hockey te promoten”, zegt Weil.

De Fransman Weil is een ervaren marketeer. Na een lange loopbaan in het voetbal – hij werkte voor Adidas en de FIFA – werd hij vorig jaar maart aangesteld als topman van de FIH. Belangrijkste opdracht: de Pro League verkopen. Maar aan wie? Natuurlijk, er zijn gesprekken met verschillende partijen, maar er zijn nog vijf onverkochte sponsorships die per stuk twee miljoen dollar moeten opbrengen.

Het is niet wat Weil gewend is, als marketingdirecteur van de FIFA sloot hij weleens deals voor bedragen met acht nullen. „Voetbal zit op een compleet ander niveau. Wij moeten tussen al die sportbonden die ook op jacht zijn naar sponsors laten zien wat we te bieden hebben”, zegt hij. „We weten niet precies hoeveel mensen van hockey houden, dat is een zwak punt.”

Financiële valkuilen

Interesse zou er toch moeten zijn voor een competitie waarin de beste hockeylanden tegen elkaar spelen en elke wedstrijd live is te volgen via het nieuwe gratis online kanaal FIH Live of op tv – in Nederland heeft Ziggo Sport de rechten. Een competitie waar jarenlang over gepraat is en die de olympische status van het hockey moet redden, op zijn minst verstevigen. Maar wie inzoomt op de Pro League ziet organisatorische oneffenheden, financiële valkuilen en sportieve spagaten, die succes in de weg zouden kunnen staan.

Alleen al dat de Pro League het moet doen zonder India, een land met 1,3 miljard inwoners. De Indiërs trokken hun nationale teams in de zomer van 2017 terug omdat er geen directe plaatsing voor de Spelen van Tokio 2020 op het spel staat – de beste vier landen zijn wel verzekerd van deelname aan olympische kwalificatiewedstrijden. De Belgische vrouwen en Spaanse mannen werden de vervangers.

Juist het format maakt het ontbreken van India extra pijnlijk, de thuiswedstrijden van de Indiase teams zijn een belevenis voor spelers, fans en tv-kijkers. Dat is wat waard. Niet voor niets heeft de FIH nog lang geprobeerd India als tiende land toe te voegen. „Daar hebben de andere landen op een gegeven moment van gezegd dat het klaar moest zijn”, zegt Erik Gerritsen, als directeur van de KNHB lid van het managementteam van de Pro League. „Organisatorisch was dat onhaalbaar.” India is vanaf 2021 pas weer welkom, bij de mannen althans.

Van een andere orde zijn de zorgen om de thuisduels van de vrouwen van China. De laatste Champions Trophy in Changzhou leverde troosteloze beelden op. „Er was in en buiten het stadion totaal geen beleving”, zegt international Eva de Goede. „We gaan er ook zo kort mogelijk naartoe.” Ook bij de wedstrijden die de Amerikaanse vrouwen op universiteitsterreinen spelen, worden geen uitverkochte stadions verwacht. „Maar het is geen optie deze landen er niet bij te hebben”, zegt Thierry Weil. „Als ze niet meedoen, krijgen we de Pro League nooit op een bepaald niveau, we moeten ergens beginnen. Misschien dat we in het tweede of derde jaar betere locaties vinden.”

De Nederlandse vrouwenploeg bij de Champions Trophy in China, in november vorig jaar. Getty Images

Dure uitwedstrijden

Er zijn meer landen dan Pakistan die de kosten voor deelname moeilijk kunnen opbrengen. Als sponsors uitblijven, zou dat een probleem kunnen gaan worden. De organisatie van de thuiswedstrijden kan nog worden gedekt door de inkomsten uit kaartverkoop en catering. Maar voor de reis- en verblijfskosten zijn de nationale bonden op zichzelf of de overheid aangewezen. Met vliegreizen naar vier verschillende continenten lopen de reiskosten voor de KNHB in de tonnen. „We hebben dit jaar het tophockeybudget met vijftien procent moeten verhogen”, zegt Gerritsen. „We zijn in gesprek met NOC*NSF over wie dit betaalt.”

Weil beseft dat de kosten van de Pro League op de budgetten drukken. „Maar we moeten met z’n allen investeren om er een commercieel succes te maken.” Ook de FIH is duur uit; de bond levert officials en staat garant voor het prijzengeld van een half miljoen dollar (440.000 euro). Als het in de toekomst lukt om de begroting dekkend te krijgen, gaat eventuele winst naar de FIH, de deelnemende landen en de ontwikkeling van het hockey.

Maar of de Pro League commercieel zal slagen, hangt volledig af van het sportieve succes. In het ideale geval zouden de wedstrijden gelijkmatig verdeeld zijn en zouden er elke week drie, vier topwedstrijden zijn. Maar het speelschema van de Pro League is één groot compromis, omdat rekening is gehouden met de belangrijkste clubcompetities, die in de periode maart tot en met mei worden beslist. Het gevolg is dat er in juni zo’n vijftig wedstrijden worden gespeeld en de meeste Europese landen de hele wereld overvliegen.

De Nederlandse vrouwen spelen in vijf weken vijf wedstrijden in vijf verschillende landen: Nieuw-Zeeland, Australië, de VS, Argentinië en China. De mannen reizen in een maand van ‘Down Under’ via Valencia naar Zuid-Amerika. Omdat selecties van 32 spelers zijn toegestaan, zal worden gespeeld in wisselende samenstellingen.

Dat wil niet zeggen dat de Oranje-teams de Pro League niet serieus nemen, zegt Jeroen Bijl, technisch directeur bij de KNHB. „Het zijn geen veredelde oefenwedstrijden, er staat olympische kwalificatie op het spel. We willen ook graag dat beide teams zich plaatsen voor de finaleronde in eigen land. Bij de mannen zullen we de maximale balans moeten vinden tussen kwaliteit en beschikbaarheid, bij de vrouwen zitten we in een luxere positie en kunnen we speelsters breder inzetten.”

Duels overslaan

Billy Bakker zegt ook zeker uit te kijken naar de Pro League. „Het worden drukke maanden, maar hopelijk stimuleert dit het hockey.” De aanvoerder van Oranje komt in actie tegen Nieuw-Zeeland en Australië, maar mag Spanje-uit overslaan. Op 10 februari hoort Bakker of hij meegaat naar Argentinië. „Max [Caldas] bepaalt, maar ik heb natuurlijk ook een verantwoordelijkheid richting de club [Amsterdam, red.], die betaalt me.” Eva de Goede weet al dat ze de wedstrijd in China zal missen – niet op verzoek. „De begeleiding beslist. Dat ze ons opsplitsen, vind ik alleen maar goed. Zo kunnen jonge meiden mooi internationale ervaring opdoen.”

De clubs zijn minder enthousiast. „We zijn aan hogere machten overgeleverd”, zegt Madeleine Buise. De voorzitter van de HHcv, de belangenorganisatie van de hoofdklasseclubs, is zij kritisch op de Pro League, die „zeker zijn stempel gaat drukken op de competitie”. Al had ze erger verwacht. „Maar hoe het volgend jaar zal zijn, met de Olympische Spelen, geen idee. Normaal hebben we al iets van een speeldagenkalender klaar, nu hebben we nog niet eens een concept ontvangen.” Buise verwacht in 2020 meer dubbele weekenden, waardoor een aantal wedstrijdzondagen wegvalt. „Dat is niet in ons voordeel. Zondag draaien de clubs de hoogste baromzet en is er ook de meeste reuring.”

Het zal in ieder geval intensiever worden, denkt Gerritsen. „De Spelen beginnen al op 24 juli, dan kunnen we niet eind juni pas klaar zijn.” Het sterkt zijn idee om de Pro League in de toekomst over een heel jaar uit te spreiden.

Als het aan Thierry Weil ligt, is alles mogelijk. De Pro League staat op de kalender tot en met 2022, maar dat houdt volgens hem niet in dat het format vastligt. Een eerste wijziging voor de tweede editie heeft hij al in gedachten: degradatie. „De kans bestaat nu dat na een aantal wedstrijden het onderste deel van de competitie minder interessant wordt. En niet degraderen is een prestatie die voor sporters het vieren waard is.”