Opinie

Die CO2-heffing voor de industrie moet er komen

Klimaat Er moet een CO2-heffing in het klimaatakkoord komen, schrijven 71 economen, onder wie .

Fabrieken op Chemelot, een groot industriecomplex voor chemische industrie in Limburg

Foto ANP/Marcel van Hoorn

De Nederlandse industrie moet een serieuze bijdrage leveren om de uitstoot van CO2 te verminderen. Daartoe moet de prijs per ton uitgestoten CO2 omhoog. Dit moet snel gebeuren; hoe langer we wachten om de koolfstofrijke Nederlandse economie te ‘decarboniseren’, hoe ingrijpender en duurder de maatregelen zullen zijn. Door de relatief veel CO2 uitstotende industrie buiten schot te laten, maakt Nederland zich economisch kwetsbaar.

Drie jaar geleden besloten 196 landen in Parijs om de temperatuurstijging ten opzichte van het pre-industriële tijdperk te beperken tot maximaal 2 graden. Om dat te bereiken, moet de uitstoot van broeikasgassen als koolstofdioxide (CO2) worden verminderd. Een lastige opgave waaraan elk land zijn bijdrage moet leveren.

Het kabinet-Rutte III heeft besloten de uitstoot van CO2 van de Nederlandse economie te reduceren met 49 procent in 2030. Een verstandige keuze. Een forse opgave ook, maar we kunnen hieraan voldoen, mits we het op een verstandige manier aanpakken.

Het concept-klimaatakkoord, dat eind december werd gepresenteerd, stelt ons wat dat betreft teleur. De voorgestelde maatregelen leiden tot nodeloos hoge kosten. Er is bovendien een gerede kans dat we de gestelde doelen niet halen. Dat ondergraaft het draagvlak voor de noodzakelijke energietransitie. In het ontwerpakkoord ontbreken harde verplichtingen voor de industrie, staalproducenten als Tata en de petrochemie in de Rotterdamse haven.

Wel stelt het kabinet een bedrag beschikbaar om de industrie te helpen haar CO2-uitstoot te reduceren. Dat bedrag loopt op naar jaarlijks 550 miljoen euro in 2030. Om hierop aanspraak te maken, moeten bedrijven over een goedgekeurd CO2-reductieplan beschikken. Worden de afspraken niet nageleefd, dan kunnen bedrijven een boete krijgen, zo staat in het ontwerpakkoord. Vooralsnog is de kans echter groot dat de afspraken in de praktijk niet kunnen worden gecontroleerd en dat boetes uitblijven – in plaats van boetes zien wij slepende juridische procedures in het verschiet.

Lees ook: Klaas Dijkhoff neemt opzichtig afstand van klimaatakkoord

Serieuze bijdrage van de industrie

En dat is slecht, want Nederland kan het zich niet veroorloven om geen serieuze bijdrage van de industrie te verlangen om de CO2-doelstellingen te halen. Ten eerste omdat de industrie daarvoor te groot is – goed voor eenderde van de Nederlandse CO2-uitstoot. Ten tweede omdat juist de industrie haar CO2-uitstoot tegen relatief lage kosten kan verminderen. Zo becijferde het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) dat de industrie zeven tot elf megaton CO2- uitstoot kan terugbrengen met maatregelen die zichzelf terug verdienen: dat is 50 tot 75 procent van de 14,3 megaton die de regering aan de industrie heeft gevraagd. Het gaat dan om maatregelen als het verhogen van de efficiency van het proces en recycling. Ook in de landbouw, goed voor bijna een tiende van de uitstoot, kunnen veel kosteneffectieve maatregelen worden genomen.

Dan moet er wel iets veranderen. Nu betalen grootverbruikers dankzij gunstige fiscale regelingen (feitelijk verkapte subsidies) een aanzienlijk lagere prijs voor hun elektriciteit en gas dan huishoudens en kleinere bedrijven. Ze betalen ook minder dan grootverbruikers in andere landen. De prijs van de Europese emissierechten (ETS, het recht om bepaalde hoeveelheden CO2 en andere schadelijke gassen uit te stoten, red.) die de grootste gebruikers momenteel voor hun energie betalen is te laag, schommelt sterk en zet daardoor onvoldoende aan om de CO2-uitstoot terug te dringen. Dankzij recente hervormingen van de ETS is de prijs gestegen, naar circa twintig euro per ton CO2, maar om de klimaatdoelstelling te halen is een prijs van rond de vijftig euro nodig.

Daarbij, door de industrie buiten schot te laten, maakt Nederland zich economisch kwetsbaar. Het CBS becijferde onlangs dat de emissie-intensiteit (uitstoot per verdiende euro) van de Nederlandse industrie 50 procent hoger ligt dan gemiddeld in Europa. Terwijl in andere landen de emissie-intensiteit verder daalt, neemt de CO2-uitstoot van de Nederlandse industrie toe, nadat deze eerder was gedaald. Daardoor zullen in de toekomst des te ingrijpender, en daarmee duurdere, maatregelen nodig zijn om aan de drie jaar geleden in Parijs gedane belofte te voldoen.

Lees ook: Jesse Klaver lanceert initiatiefwet voor CO2-heffing, opbrengst naar burgers

Uniforme koolstofheffing

Wat moeten we doen? Eén eenvoudige en bewezen effectieve maatregel ligt voor de hand: een economie-brede, uniforme koolstofheffing. Iedereen gaat daarbij evenveel voor zijn CO2-uitstoot betalen. Als de CO2-prijs gelijk is voor alle sectoren, worden emissiereducties zo goedkoop mogelijk gerealiseerd. Alle bedrijven behouden de vrijheid om zelf te bepalen welke maatregelen ze het beste kunnen nemen. Begin de koolstofheffing met vijftig euro per ton CO2. Laat dat bedrag vervolgens elk jaar stijgen met 2 à 5 procent per jaar (exclusief inflatiecorrectie). Dit is ruwweg noodzakelijk om aan de Parijse doelstellingen te kunnen voldoen.

En ook: op deze manier weet het bedrijfsleven waar het aan toe is. Kunnen alle ondernemingen tijdig hun verdienmodel aanpassen: energiezuiniger produceren en minder broeigassen uitstoten. De bedoeling van zo’n koolstofbelasting is niet om de lasten voor bedrijven te verhogen, maar om door middel van ‘prijsprikkels’ de CO2-uitstoot te verminderen. Daarom kan een beperkt deel van de koolstofheffing worden gebruikt om de lasten te verlichten van bedrijven die het grootste gevaar lopen hun positie aan buitenlandse concurrenten te verliezen.

De koolstofheffing is evenmin bedoeld om de inkomensverschillen tussen huishoudens te vergroten. Daarom kan een deel van de opbrengsten worden gebruikt om huishoudens te compenseren voor de stijgende energiekosten. Zo realiseren we ook een breed maatschappelijk draagvlak.

Ten slotte kan een deel van de opbrengsten in subsidies voor onderzoek naar en toepassing van schone technologie worden gestoken. Het mes snijdt dan aan twee kanten: een heffing voor fossiele technologie en een subsidie voor innovatie van schone technologie. Op deze manier verslechteren de Nederlands concurrentiepositie en vestigingsklimaat niet en worden duurzame koplopers in de industrie gesteund. Voor wie ons niet gelooft: de Nederlandsche Bank concludeerde onlangs dat een belasting op CO2-uitstoot van vijftig euro per ton geen ernstige gevolgen voor de concurrentiepositie van Nederland heeft.

Talloze landen om ons heen hebben al een CO2-heffing: Frankrijk, Finland, Ierland, Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk, Zweden en Zwitserland. Ook Californië, Canada, China en Nieuw Zeeland hebben een prijskaart aan CO2-uitstoot gehangen. In de Verenigde Staten bepleit een ongekende alliantie van zowel Republikeinen als Democraten, onder wie 27 Nobelprijswinnaars, een koolstofheffing.

Lees ook: De voor- en nadelen van een CO2-heffing

Coalition of the willing

Nederland dient zich aan te sluiten bij deze landen in een coalition of the willing. Want hoewel landen individueel kunnen beginnen met een CO2-heffing, om een voldoende hoge en geharmoniseerde heffing te realiseren, moeten uiteindelijk vrijwel alle landen meedoen. Deze coalitie kan een koolstoftarief toepassen op de invoer van goederen en grondstoffen van niet-leden en de koolstofuitgaven voor export vergoeden. Zo voorkomen we dat de concurrentiepositie wordt ondergraven. Import van energie-intensieve producten uit landen die daar geen prijs voor rekenen, wordt aan de grens dan alsnog belast.

Uiteindelijk zal, naast deze ‘coalition of the willing’, ook de Europese Unie deze stap moeten zetten als het ETS de komende jaren wel tot een serieuze prijs voor de uitstoot van CO2 leidt. Nederland dient zich hiervoor sterk te maken binnen de EU. Een dergelijke aanpak maakt het voor energie-intensieve bedrijven aantrekkelijk om binnen het grondgebied van de coalitie te produceren. Zo kan de ‘coalition of the willing’ groeien en wordt koolstofheffing onderdeel van een post-Parijs klimaatverdrag.

De Nederlandse politiek moet nu knopen doorhakken. Iedereen heeft zich aan de verschillende klimaattafels kunnen uitspreken. De fractievoorzitters van VVD en CDA hebben terecht gewezen op het belang van maatschappelijk draagvlak voor de energietransitie. Juist daarom dienen we de energietransitie zo doelmatig mogelijk te realiseren. Dat vereist dat alle sectoren, ook de industrie en de landbouw, een prijs gaan betalen voor hun CO2-uitstoot. Amendering van het concept-klimaatakkoord met een CO2-heffing is hard nodig. Laat de markt zijn werk doen en geef CO2-vervuiling de prijs die ze verdient.

Een uitgebreidere versie van deze oproep vindt u op de site van ESB

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.