Hoe monniken worstelen met de verleidingen van het moderne leven

Thailand Monniken in Thailand worstelen met de verleidingen van het moderne leven. Bijna de helft is te dik. Dat geeft het boeddhisme een slechte naam.

Boeddhistische monniken worden onderzocht en gewogen in een speciaal monnikenziekenhuis in Bangkok. 48 procent heeft obesitas, 42 procent een hoge bloeddruk.
Boeddhistische monniken worden onderzocht en gewogen in een speciaal monnikenziekenhuis in Bangkok. 48 procent heeft obesitas, 42 procent een hoge bloeddruk. Foto Romeo Gacad/AFP

Hij probeert wat af te vallen, alleen wil het niet erg lukken. Onder het wijde gewaad dat monnik Phra Khru Suthiahjarawat draagt, is zijn buikje duidelijk zichtbaar.

Met zijn handen trekt hij een denkbeeldig touw om zijn middel. Het speciale monnikenziekenhuis in Bangkok heeft hem geadviseerd eens per maand de omtrek van zijn buik te meten met een koord. Zo kan hij in de gaten houden of hij aankomt, vertelt hij gelaten. „Het gaat nogal op en neer met mijn gewicht.” Hij slikt ook pillen tegen een hoge bloeddruk.

Suthiahjarawat is niet de enige monnik die problemen heeft met zijn gewicht. Alleen al in zijn eigen klooster, een stille, serene plek met veel groen tussen de drukke winkelcentra van de Thaise hoofdstad Bangkok, weet hij zo tien anderen die tobben met hun gezondheid.

In 2016 bleek uit onderzoek van een Thaise universiteit dat maar liefst 48 procent van de monniken te dik is. Ook de andere gezondheidsproblemen waar de meeste monniken aan lijden hebben met een ongezonde leefstijl te maken: hoge bloeddruk, diabetes en een te hoog cholesterolgehalte. Monniken zijn een risicogroep voor dit soort welvaartsziekten, was één van de conclusies van het onderzoek. Onder ‘gewone’ Thai ligt het percentage mannen met obesitas lager, op 28 procent.

En dat terwijl boeddhistische monniken, zeker volgens het imago dat ze in het westen hebben, toch een toonbeeld van beheersing moeten zijn. Ze gelden als sober rolmodel, bescheiden en in balans.

Het moeilijke is, legt Suthiahjarawat uit, dat monniken voor hun eten afhankelijk zijn van wat ‘gewone’ Thai aan hen geven. Monniken leven van aalmoezen en ze horen niets te weigeren. De Thai doneren het liefst eten dat ze zelf lekker vinden en dat is lang niet altijd gezond. Denk aan groene curry met vette kokosmelk en witte rijst waar maar weinig voedingsstoffen in zitten. En veel gefrituurd eten, plus pakjes of blikjes frisdrank vol suiker. Die frisdrank houdt monniken ’s middags op de been, want volgens hun tradities horen ze na de lunch niets meer te eten.

Monniken mogen niet sporten om al die calorieën er weer af te krijgen. Hardlopen zou onhandig zijn met zo’n los zittende robe. En het is ook „niet respectabel”, zegt Suthiahjarawat. „We kunnen hooguit aan wandelmeditatie doen.” In het klooster lukt het hem nog wel om op te letten wat hij eet. Maar vaak nodigen Thai hem thuis uit voor een ceremonie, om hun nieuwe huis in te wijden of voor een begrafenis. Dan kan hij het eten dat ze hem aanbieden, niet zomaar laten staan.

Jetset-monnik

Voor oud-professor John Butt zijn de ongezonde monniken een symptoom van een grotere ontwikkeling. „De wereld is de laatste vijftig jaar zeer sterk veranderd. En het boeddhisme heeft nog geen manier gevonden om daarmee om te gaan.” Dit geldt trouwens niet alleen voor het boeddhisme, zegt hij. Kijk naar westerse landen, waar de kerken leger en leger worden.

John Butt is Amerikaans en woont al bijna veertig jaar in Thailand. Eind jaren negentig richtte hij in de noordelijk gelegen stad Chiang Mai het Instituut voor religie, cultuur en vrede op, met als doel het begrip tussen verschillende geloven te vergroten. Zelf is hij christelijk, maar hij heeft het boeddhisme in Thailand van dichtbij zien veranderen. „Het aantal monniken is sterk gedaald. Jonge mannen dienen niet meer zoals vroeger een paar jaar in een klooster. Het boeddhisme is geen onderdeel van hun identiteit meer.”

Jonge Thai gaan in hun vrije tijd liever naar het winkelcentrum dan naar een tempel, zegt Butt: „Hun nieuwe religie is geld. Als zij monniken aalmoezen geven, is dat vooral omdat ze denken dat ze daar zelf beter van worden.” In andere woorden: ze kopen goed karma.

Ook sommige monniken zijn gevoelig voor luxe. Al mogen ze volgens het klassieke Theravada-boeddhisme, de grootste stroming in Thailand, niet eens geld aanraken, in de meeste tempels staan donatieboxen en daar doet niemand moeilijk over.

We kunnen hooguit aan wandelmeditatie doen

En er zijn excessen: vorig jaar veroordeelde de rechter de voormalige monnik Wirapol Sukphol tot 114 jaar celstraf wegens fraude en het witwassen van geld. Veel media noemen hem de ‘jetset-monnik’. Er gingen beelden rond van hem in een privévliegtuig met een grote, glimmende merkzonnebril op. Hij zou 22 Mercedessen hebben gekocht als onderdeel van een witwas-actie – zijn hele wagenpark was honderd auto’s groot.

Vorig jaar arresteerde de Thaise politie een paar hoge monniken op verdenking van geldverduistering. Een ander berucht geval is de Dhammakaya-tempel in Bangkok, het grootste en rijkste klooster van het land. De ex-voorganger van deze tempel wordt verdacht van grootschalig witwassen. En volgens de Bangkok Post loopt er een onderzoek naar dertig monniken die met geld van de tempel aandelen zouden hebben gekocht.

Hoeveel geld de bijna 40.000 tempels in Thailand jaarlijks ophalen aan donaties, is niet precies bekend. De tempels hoeven die inkomsten niet te melden. De militaire leiding van Thailand heeft een wet in de maak om daar meer duidelijkheid over te krijgen. Niet alle monniken zijn gecharmeerd van dat plan: ze vinden dat een te grote bemoeienis met het spirituele.

Foto Madaree Tohlala/ AFP

Een gezouten ei

In de werkkamer van Anil Sakya is een glimp te zien van de overdadigheid waarin monniken kunnen leven, als ze dat willen. Sakya is plaatsvervangend voorganger bij de Bowonniwet Vihara-tempel in Bangkok en hij geeft les, onder andere aan de Mahamakut Buddhist University. Zijn kamer staat vol boeken en overal liggen giften die hij van ‘gewone’ boeddhisten heeft gekregen: dozen en kratten vol levensmiddelen, het zijn net kerstpakketten. Van blikjes met noten tot pakken appelsap, van wasmiddel tot kaarsen.

Anil Sakya vertelt hoe hij jarenlang weerstand bood aan een smartphone, maar een paar jaar geleden toch om ging. Hij kreeg er eentje van een vriend. „De sim-kaart kreeg ik weer van iemand anders.” Inmiddels heeft hij alweer een nieuwer model. Ook gekregen.

Anil Sakya ziet in alle negatieve publiciteit over monniken vooral een reflectie van de problemen in de maatschappij. „Wat er ook speelt in de samenleving, je zult het ook onder monniken terug zien.” Dat monniken niet altijd weerstand kunnen bieden aan verleidingen, vindt hij volkomen normaal. „Natuurlijk hebben zij een bepaalde standaard van integriteit hoog te houden. Maar het lukt niet iedereen om daaraan te voldoen.”

De wereld is de laatste vijftig jaar zeer sterk veranderd. En het boeddhisme heeft nog geen manier gevonden om daarmee om te gaan

Over het verval van het boeddhisme, heeft de monnik, niet zo verrassend, zijn twijfels. Sakya vertelt hoe hij in 1975 intrad bij dit klooster. ’s Morgens moest hij zeker een uur lopen voordat hij „een lepel rijst, een gezouten ei en met wat geluk een sinaasappel” had gekregen van de mensen uit de buurt. „Nu loop ik tien minuten en ik heb drie manden vol eten. Is dat een teruggang van het boeddhisme?” Maar Thailand, en zeker Bangkok, is nu ook veel welvarender dan in 1975.

In zijn kamer ligt op een stoel een vuilniszak vol pakjes drinken. Gekregen, maar Anil Sakya drinkt het spul niet. Te ongezond. Hij geeft het zelf ook weer weg, aan scholen of weeshuizen in de stad. Sakya vindt het onzin dat gewone Thai de schuld krijgen van de obesitas onder monniken. „Iedereen kan toch zelf kiezen wat hij eet of drinkt? Niemand stopt het in je mond, ook bij monniken niet. Je moet je gewoon bewust zijn van wat je eet.” Hij eet zelf maar één keer per dag, alleen tijdens de lunch. Hij ziet er fit uit.

Bokswedstrijden

’s Ochtends om kwart over zes staat Suntorn Chumyim aan de kant van de weg in een buitenwijk van Bangkok. De arbeider komt een offer brengen aan een monnik die met zijn ochtendronde bezig is. Curry, rijst, traditionele zoete cakejes en wat briefjes kleingeld. Hij weet dat ze eigenlijk geen geld mogen aanraken. „Maar monniken moeten soms ook reizen, en dan moeten ze betalen.”

Suntorn Chumyim vindt het zonde dat monniken die zich misdragen het boeddhisme een slechte naam geven. Maar tegelijk zoekt ook hij de oorzaak daarvan in de samenleving zelf.

Zo gebruiken ze de tempel in zijn buurt al jaren als een soort gemeenschappelijke ruimte. Soms organiseren ze er bokswedstrijden, of feesten met veel muziek en drank. „Dan moet de beveiliging komen, mensen drinken te veel en verliezen de controle.” Dat soort activiteiten zijn natuurlijk niet geschikt voor monniken, zegt hij, dus eigenlijk zouden ze het niet moeten doen. „We hebben zelf de verleidingen naar de tempel gebracht.”