Opinie

Achtung! Een machtsbang Duitsland kan ’t niet alleen af

De Duitse minister Heiko Maas voert een wankele balanceeract uit tussen het verkruimelende Westen en Rusland, ziet Hubert Smeets.

Hubert Smeets

Toen circus-Brexit in 2016 zijn deuren opende, schreef de Russische analist Fjodor Loekjanov dat de „Duitse kwestie weer aan de horizon” opdoemt.

Dat is niet gebeurd. De as Berlijn-Parijs oogt ongebroken. Zo tekenden de regeringsleiders Merkel en Macron dinsdag in Aken een hernieuwd Duits-Frans vriendschapsverdrag. Maar een Europa dat in naakte (militaire) macht durft te denken, zoals Caroline de Gruyter eerder bepleitte, is nog niet in zicht. Het Verdrag van Aken is zelfs „op het kneuterige af”, aldus Michel Kerres vorige week op deze plaats.

Duitsland blijft vooral bang voor Alleingang. Maar hoe lang nog? Nu Engeland uit Europa wegzakt – en Trump niet alleen de EU maar ook de NAVO in twijfel trekt – moet Berlijn paden inslaan die afwijken van het naoorlogse patroon dat werd gekenmerkt door Westbindung.

Minister Heiko Maas van Buitenlandse Zaken begint daarop al wat voorschotjes te nemen. Duitsland moet zich meer in Oost-Europa laten gelden en om het Kremlin terug in het gareel te krijgen tegelijk ook de dialoog met Rusland zoeken.

Maas zet dan ook stappen in oostwaartse richting. De SPD’er was afgelopen herfst nog geen half jaar minister of hij liet al weten dat Duitsland veel ziet in het ‘Drie Zeeën Initiatief’, dat Polen, Oostenrijk, Roemenië en negen andere landen tussen Oost-, Middellandse en Zwarte Zee in 2016 namen. Deze alliantie is niet alleen een buffer tegen Rusland, maar ook bedoeld als oosters tegenwicht voor de westelijke as Berlijn-Parijs die nu domineert. De EU moet maar eens inzien dat „Duitsland niet alleen naar het Westen kijkt”, aldus Maas in september bij een Drie Zeeën-top. „Dat is een nieuwe Ostpolitik”.

De term is oud. Maar Maas’ Ostpolitik is niet per se een variant op de oude Umwandlung durch Annäherung (transformatie door toenadering) van bondskanselier en partijgenoot Willy Brandt (1913-1992).

Dat is op zichzelf logisch. In de Koude Oorlog, toen twee politieke systemen tegenover elkaar stonden en Duitsland in tweeën was gedeeld, reikte de macht van het Kremlin tot aan de Elbe. West-Duitsland en VS waren elkaars strategische prioriteit.

De geopolitieke positie van het verenigde Duitsland is nu complexer. Waar Brandt het Oostblok door „toenadering” uit het Sovjetkamp mocht losweken, zonder dat dit ten koste ging van de band met Amerika, staat Maas nu voor een dilemma. Terwijl Europa in het westen verkruimelt door Brexit en Trump, wroet Rusland zich in het oosten een weg terug naar verloren macht.

Maas denkt dit dilemma te ondervangen door evenveel afstand bewaren tot de VS als tot Rusland en China. Äquidistanz heet dat in theorie.

De praktijk is echter weerbarstig, bleek vorige week toen Maas op bezoek was in Moskou én Kiev. Hij presenteerde zich in beide steden als intermediair in de recente militaire escalatie tussen Rusland en Oekraïne rond de Straat van Kertsj naar de binnenzee die Rusland sinds de annexatie van de Krim controleert, de Zee van Azov. Maar noch zijn Russische collega Lavrov, noch zijn Oekraïense ambtgenoot Klimkin had een boodschap aan Maas’ goede bedoelingen. Äquidistanz maakt je kwetsbaar voor de manipulaties van Moskou, zei Klimkin.

Hardere woorden en daden maken meer indruk. Maar daar wil Duitsland juist niet aan. Die beklemming is de Duitse kwestie van nu. Duitsland moet eraan wennen dat het zelf het nieuwe zwaartepunt is geworden in Europa.

Oost-Europa-expert Hubert Smeets werkt bij het kenniscentrum Raam op Rusland. Hij schrijft om de week met redacteur geopolitiek Michel Kerres over de kantelende wereldorde.