Recensie

Recensie

Waar kunst en drank elkaar ontmoeten

Boekrecensie Café Welling in Amsterdam-Zuid, achter het Concertgebouw, is al decennia een begrip. Het net verschenen jubileumboek staat vol mooie anekdotes.

Café Welling, pal achter het Concertgebouw, trekt vooral schrijvers, kunstenaars, muzikanten en bezoekers aan het Concertgebouw. Achter de bar (op de foto links nog net te zien) staat een aquarium.
Café Welling, pal achter het Concertgebouw, trekt vooral schrijvers, kunstenaars, muzikanten en bezoekers aan het Concertgebouw. Achter de bar (op de foto links nog net te zien) staat een aquarium. Foto Vincent Steinmetz

„Een mottige gelegenheid van geringe afmetingen die, gezien de staat van het meubilair, vooral door knaagdieren bezocht lijkt te worden”: met deze vileine woordkeuze typeert Rogier Proper van weekblad Vrij Nederland het culturele drankhuis Café Welling. Proper had daar in 1981 met de latere ‘journalist van de eeuw’ Henk Hofland een afspraak.

Drie jaar eerder werd Bas Lubberhuizen eigenaar van het befaamde café in Oud-Zuid, op de hoek van de Johannes Verhulst- en de J.W. Brouwersstraat. Lubberhuizen is de zoon van uitgever Geert Lubberhuizen van De Bezige Bij die op een goede dag in ’78 binnenkwam met de mededeling: „Ik heb een café gekocht.”

Literatuur en café zijn met elkaar verbonden in Welling. Onvergetelijk voor wie er eens was zijn het eeuwige aquarium achter de bar en de rijke bric-à-brac aan kunstwerken aan de wanden.

Honderd jaar geleden schreef de toenmalige eigenaar Café Welling in bij de KvK, vandaar een officieel jubileum.

Foto Gerrit Jan Wolffensperger

Honderd jaar geleden schreef de toenmalige eigenaar zijn horecagelegenheid in bij de Kamer van Koophandel, vandaar dit jaar een officieel jubileum. Maar de geschiedenis van het etablissement gaat verder terug, tot rond de eeuwwisseling van 1900 toen er een tapperij was gevestigd, later koffiehuis en tot slot café.

Dit en meer is terug te vinden in het jubileumboek Café Welling sedert 1901 met als ondertitel ‘de Concertbar-Modern-’t Hoekje’. Die middelste naam, daterend uit de naoorlogse tijd, moeten we niet letterlijk nemen. De advertentie luidde destijds: ‘Modern is het niet, doch gezelligheid is niet modern’.

De naam Welling is ontleend aan eigenaar H.B.G. Welling, een katholieke Arnhemmer die het vak in zijn vaders schenkerij had geleerd. In 1949 nam hij het café over en bestierde het met straffe hand. De klandizie noemde hem nors. Kwam je binnen zat hij met zijn vrouw, een vroegere ‘buffetjuffrouw’, op de bank; hij met een krant, zij een breiwerkje, als een stilleven. Welling keek verstoord op: van tappen was geen sprake.

Toch was het de oude Welling die de artistieke bohème aantrok. Dichter Gerrit Kouwenaar was onderhuurder boven het café. In zijn kielzog kwamen dichters en schrijvers als Bert Schierbeek, Remco Campert, Jan G. Elburg, Hans Andreus en Lucebert. Redactievergaderingen van het literaire tijdschrift Podium vonden in Welling plaats. Campert roemde het café om de „Parijs-achtige sfeer” als een klassieke Franse salon met roodfluwelen „wulpse sofa”. Welling hield niet van dronken mensen, maar als kunstenaars of mensen die stukjes in de krant schreven dat waren, dan beschouwde hij dat als een „eerbewijs”. In het jubileumboek zijn al deze anekdotes uit de kroeg te lezen – hoewel, kroeg: Welling is eerder een huiskamer. Journalist Jan Haasbroek stelde het lekker geschreven Welling-boek samen, gevuld door schrijvende en fotograferende klandizie. Zij bieden een levendig beeld van het café. Het boek is rijk geïllustreerd met een stoet aan interieurfoto’s, portretten van stamgasten en kasteleins. Heel die ‘mottige’ sfeer zit in de foto’s. Ingewijden zullen zich zeker herkennen; de buitenstaander zal wellicht wat vreemd opkijken van dit bonte cafégezelschap.

Barkeepers van toen en nu komen in interviews of herdenkingsartikelen aan bod. Dat levert quotes op als van barkeeper Ernst Ris, die de oudere bezoeksters „ravissante wrakjes” noemt en „oude, theatrale meisjes”. Legendarische kroegbaas was de Duitse adelborst Matti von Berg, getooid met een glazen oog, die achter de bar heerste van 1979 tot 2011. Tegen vaste klanten placht hij te zeggen: „Wacht maar, jouw tijd komt nog wel.” Op een keer sloeg iemand in staat van opgewondenheid de zware stamtafel in tweeën. Niemand die zich eraan stoorde: men verschoof de stoel naar de overgebleven helft en dronk gestaag verder.

Foto , Vincent Steinmetz

Na een dieptepunt in de jaren zeventig, toen de omzet tot een fust per week daalde, bloeide het café eind jaren zeventig, begin jaren tachtig op. Actrice Nelly Frijda, die ook barkeepster was en meesteres in het ontvreemden van glazen, haalde de toneelwereld binnen. Eerder al bleek het café een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit te oefenen op orkestleden en bezoekers van het Concertgebouw. In de jaren tachtig wisten bekende namen als operazanger Jan Derksen, componist en jazzsaxofonist Theo Loevendie, toneelschrijver Ton Vorstenbosch, Henk Hofland, kunstenaar Wim T. Schippers en schrijvers A.F.Th. van der Heijden en Jean-Paul Franssens Welling te vinden. Tekenaar Peter van Straaten deed voor zijn Agnes-feuilleton inspiratie op in Welling en toneelauteurs Guus Vleugel en Ton Vorstenbosch transformeerden de Welling-klandizie en de „ravissante wrakjes” moeiteloos tot een toneelstuk, het befaamde „komische drama” Sterke drank in Oud-Zuid (1983).

Lees ook: Middas Dekkers over het belang van buurtcafés‘Elk café in Amsterdam is onmisbaar’

Het interview met Vorstenbosch, afgenomen een jaar voor zijn dood in 2017, is een van de sterkste stukken uit het boek, dankzij de combinatie van ironie en observatievermogen van Vorstenbosch. In die „zeldzame oase van tijdloosheid” stond Vorstenbosch versteld: „Godallemachtig, ik vind het zo raar, mensen die zich allemaal ongans zuipen in dat chiquerige Oud-Zuid met zijn pretenties.” Net iets anders geformuleerd kwam dit in het toneelstuk terecht: „Al die beschaafde mensen die zich laveloos zitten te zuipen.” In dit café deed Vorstenbosch enkele onthullende waarnemingen: hij kreeg begrip voor eenzame mannen die uitgedoofd waren „door de gesel van het feminisme”.

God-allemachtig, ik vind het zo raar, mensen die zich allemaal ongans zuipen in dat chiquerige Oud-Zuid met zijn pretenties

Ton Vorstenbosch Toneelschrijver (in interview een jaar voor zijn dood)

Afgezien van de jazzconcerten door Loevendie heeft in Welling nooit muziek geklonken, pop was en is al helemaal uit den boze. Het is een café waar vrouwen zich veilig voelen en literatuur en drank elkaar ontmoeten. Over geen Amsterdams café is zoveel geschreven als over Welling, wat te danken is aan Bas Lubberhuizen als uitgever. De bijnamen zijn niet altijd even vleiend, variërend van Café Mantelzorg tot Station Terminale ‘Welling’. Dat neemt niet weg dat nieuwe generaties liefhebbers hun weg telkens naar dit huiskamercafé in Zuid zullen blijven vinden. Terecht dat dit boek er nu ligt.

Café Welling sedert 1901. Uitg. De Republiek, 240 blz., geïllustreerd. Prijs € 25,-.

●●●●

Correctie (30 januari 2019): in een eerdere versie van dit stuk werd journalist Jan Haasbroek per abuis Nico Haasbroek genoemd. Hierboven is dit aangepast.