Brieven

Vooral bijzonder onderwijs biedt kansen aan achterstandsleerlingen

In hun ‘Opinie 010’ [in dit katern van 19 en 20 januari] pleiten de heren Asscher en Engberts voor eerlijke kansen op een mooie toekomst voor kinderen in Rotterdam. Wie ouder is of in het onderwijs werkt, zal dat van harte onderschrijven. Zij slaan de plank volledig mis door te suggereren dat het openbaar onderwijs gelijke kansen biedt en het bijzonder onderwijs kinderen weigert door zich achter artikel 23 te verschuilen. Wie naar de feiten kijkt, ziet een heel ander beeld.

In Rotterdam gaan 52.166 leerlingen naar het basisonderwijs. 16 procent van de leerlingen in Rotterdam heeft een achterstand. Bijzondere scholen nemen relatief net zoveel leerlingen met achterstanden op als openbare scholen. Absoluut nemen bijzondere scholen meer leerlingen met achterstanden op (5.561) dan openbare scholen (2.786).

Zoomen we in op kleinere schoolbesturen met minder dan vijfhonderd leerlingen, dan springen de katholieke schoolbesturen positief in het oog. 31 procent van de leerlingen bij kleine katholieke schoolbesturen heeft een achterstand, ver boven het gemiddelde van 16 procent. Op scholen met een bijzondere pedagogische visie hebben, zoals Montessori, Dalton of Jenaplan, heeft 95 procent van de leerlingen geen achterstand. Er gaan slechts 139 leerlingen met een achterstand naar dat type school. De landelijke cijfers laten eenzelfde beeld zien.

Waarom komen deze landelijke en lokale PvdA-leiders met een medicijn dat erger is dan de kwaal?

Het aantal leerlingen met achterstanden op een school hoeft trouwens niet te maken te hebben met uitsluiten, zoals de PvdA-politici ons willen doen geloven. Mensen hebben de vrijheid om keuzes te maken en daardoor is niet alles maakbaar of afdwingbaar. Ouders kunnen bewust wel of niet kiezen voor een school met een andere pedagogische visie of met een orthodoxe grondslag. Dat heeft te maken met hun mensvisie en wereldbeeld.

Als we de hoop weer willen laten zegevieren, dan moeten er plaatsen zijn waar ouders kunnen kiezen voor onderwijs waar kinderen zich thuis voelen en zich kunnen ontwikkelen. Als we zo naar onze kinderen kijken, dan gunnen we ze allemaal het meest bijzondere onderwijs dat we ons kunnen voorstellen.

Cor Clarijs, voorzitter college van bestuur van de vereniging voor katholiek en christelijk onderwijs Verus