Van Goghs ‘Zonnebloemen’ is te zwak om nog te reizen

Restauratie Het Van Gogh Museum heeft onderzoek gedaan naar de ‘Zonnebloemen’. Het blijkt te kwetsbaar om ooit nog uitgeleend te worden. Een grondige restauratie blijkt niet mogelijk

Vincent van Gogh, Zonnebloemen, 1889. (Olieverf op doek, 95×73cm) in het restauratieatelier van het Van Gogh Museum.
Vincent van Gogh, Zonnebloemen, 1889. (Olieverf op doek, 95×73cm) in het restauratieatelier van het Van Gogh Museum. Foto Olaf Kraak / ANP

Het schilderij Zonnebloemen (1889) van Vincent van Gogh mag het Van Gogh Museum nooit meer verlaten. Dat maakte directeur Axel Rüger donderdag bekend tijdens een perspresentatie in het restauratie-atelier van het museum. De afgelopen twee jaar heeft een internationaal team van specialisten het schilderij in Amsterdam onderzocht om zoveel mogelijk te weten te komen over de conditie en de gebruikte materialen. Een van de conclusies is dat het kunstwerk „structureel stabiel” is, maar kwetsbaar. Daarom heeft het museum besloten Zonnebloemen nooit meer uit te lenen.

„Uit het onderzoek blijkt dat er geen risico is op verfverlies”, aldus Rüger. „Maar het schilderij is wel zeer gevoelig voor trillingen en veranderingen in luchtvochtigheid en temperatuur. Het is dus van belang dat het schilderij zo min mogelijk wordt verplaatst en in een stabiel klimaat hangt.” Een reis betekent altijd beweging, zegt de museumdirecteur, en dat risico wil hij niet meer nemen. „Onze voornaamste opdracht als museum is om de kunstwerken van Van Gogh in dezelfde staat door te geven aan de volgende generatie.”

Sinds 11 januari bevindt Zonnebloemen zich in het restauratie-atelier, waar het uit de lijst is gehaald en nu op een schildersezel staat. Restaurator René Boitelle wijst op een rand aan de bovenzijde, waar waar Van Gogh een extra latje aan het spieraam timmerde omdat hij niet helemaal uitkwam met de compositie. Met het blote oog is het niveauverschil goed te zien. Bij een eerdere restauratie uit 1927 is het latje er opnieuw aangelijmd en zijn er extra verfstreken over de rand gezet. „Die retouches in de naad zijn lichter dan de verf die Van Gogh gebruikte en worden als storend ervaren.” Ook latere toevoegingen in de bloemen zelf, verfstreken die nu nogal bruinig zijn geworden of fel oranje in het oog springen, gaat hij aanpakken.

Conclusie van onderzoek Zonnebloemen uitgelegd door conservator Nienke Bakker:

Grondige restauratie onmogelijk

Een grondige restauratie van de Zonnebloemen is niet mogelijk, zo is uit het onderzoek gebleken. Bij de restauratie uit 1927, en later nog eens in 1961, zijn vernislagen aangebracht over het ongeverniste schilderij. „Die zijn nu vuil en vergeeld”, vertelt restaurator Ella Hendriks. „Maar we ontdekten dat die vernislagen op sommige plaatsen vermengd zijn met de gele verf die Van Gogh gebruikte. Die kunnen we dus niet veilig verwijderen.” Dat geldt ook voor de retouches uit 1927, die onder de vernislaag zitten en niet weggehaald kunnen worden zonder de oorspronkelijke verf van Van Gogh aan te tasten. Boitelle: „Ik zal het schilderij de komende weken dus vooral op esthetische wijze opknappen, door nieuwe retouches aan te brengen over de oude.”

Van Goghs ‘Zonnebloemen’, 1889: volgens onderzoek „structureel stabiel”, maar kwetsbaar. Foto Van Gogh Museum

Voor het onderzoek werkte het Van Gogh Museum samen met experts van de universiteiten van Antwerpen, Perugia en Torun (Polen). Alle mobiele apparatuur kwam naar Amsterdam om de Zonnebloemen aan een „totale bodyscan” te onderwerpen, vertelt Hendriks. Dat leidde tot nieuwe inzichten in onder meer het gebruikte doek. „Door computeranalyse hebben we nu precies kunnen herleiden uit welke rol linnen het is gesneden. De draden in het weefsel vormen een soort streepjescode. Van Gogh gebruikte voor de Zonnebloemen een vrij ordinaire rol uit een Parijse winkel. Uit diezelfde rol sneed hij ook het doek voor het schilderij La Berceuse uit het Kröller-Müller Museum.”

Het geschilderde latje, zo weet Hendriks nu zeker, is inderdaad door Van Gogh zelf bevestigd. „De spijkers zijn origineel, en de samenstelling van de verf komt overeen met de pigmenten die Van Gogh gebruikte. Hij heeft deze compositie dus zelf uitgebreid tijdens het schilderen.”

Van Gogh schilderde in Arles in totaal vijf versies van de Zonnebloemen, die inmiddels verspreid zijn over de hele wereld. De Amsterdamse versie, uit januari 1889, baseerde hij op een eerdere versie uit de zomer van 1888, die nu in de National Gallery in Londen hangt. Hendriks: „In de Londense versie zijn de bloemen in de natte ondergrond geschilderd, maar bij de Amsterdamse versie wist Van Gogh al precies wat hij ging doen en spaarde hij de vorm van de bloem uit.”

Met het besluit om de Zonnebloemen nooit meer te laten reizen, is de kans voorgoed verkeken dat de vijf werken ooit nog in één ruimte komen te hangen. Rüger: „Maar die kans was al erg klein, want het werk dat zich in Philadelphia bevindt, is aan een legaat gebonden en mag ook niet reizen.”

Vanaf 22/2 is Zonnebloemenweer terug op zaal. Van 21/6 t/m 1/9 vormt het schilderij het middelpunt van de tentoonstelling Van Gogh en de Zonnebloemen, waarin het onderzoek en de restauratie worden toegelicht. Inl: vangoghmuseum.nl