Korting móét voorkomen worden, zeggen pensioenfondsen

Pensioenverlagingen Nog steeds dreigt verlaging bij meer dan de helft van de pensioenen. Fondsen willen snel een pensioenakkoord. Hoe realistisch is dat?

Demonstranten voeren actie op de Maasvlakte in Rotterdam tegen de verhoging van de AOW-leeftijd.
Demonstranten voeren actie op de Maasvlakte in Rotterdam tegen de verhoging van de AOW-leeftijd. Foto Koen van Weel/ANP

Pensioenfondsen kunnen het niet meer uitleggen. Bedrijfswinsten stijgen, lonen stijgen, prijzen in de supermarkt stijgen, maar de pensioenen staan al jaren stil. Sterker nog: meer dan de helft van de pensioenen loopt het risico om in 2020 of 2021 verlaagd te worden.

Donderdag kwamen pensioenfondsen met tegenvallende jaarcijfers over 2018. De vier grootste fondsen riepen het kabinet, werkgevers en vakbonden op om de dreigende pensioenverlagingen te voorkomen.

1. Wat moet er gebeuren volgens de pensioenfondsen?

Het kabinet en de sociale partners moeten snel een akkoord sluiten over een nieuw pensioen, vinden de grootste pensioenfondsen ABP, Zorg en Welzijn, PME en PMT. Bij zo’n nieuw pensioen hoeven de meeste fondsen naar verwachting niet meer te korten.

„Iedereen moet zijn verantwoordelijkheid nemen om hier uit te komen”, zegt ABP-voorzitter Corien Wortmann-Kool. „Sociale partners, coalitie- en oppositiepartijen. Dit is te belangrijk voor politieke spelletjes.”

De metaalfondsen PME en PMT gaan een stap verder. Ook zonder pensioenakkoord moet de politiek kortingen voorkomen, zeggen zij. „Als er geen structurele oplossing komt, moet je kijken hoe we de korting kunnen uitstellen”, zegt PMT-voorzitter Benne van Popta. Zo zouden fondsen twee jaar extra kunnen krijgen om hun financiële positie te verbeteren, zegt hij, zoals ook GroenLinks onlangs voorstelde in een initiatiefwet.

Lees ook deze reconstructie over hoe het pensioenoverleg in november mislukte: Rutte zag: de bonden kwamen met steeds meer eisen

2. Wanneer moeten fondsen de pensioenen verlagen?

Als hun financiële positie vijf jaar op rij te zwak is. Ieder jaar wordt dat gemeten op oudejaarsdag. Op grond van die eisen dreigen sommige fondsen te moeten korten in 2020 (waaronder de twee metaalfondsen) en sommige in 2021 (ABP en PFZW).

Om aan kortingen te ontsnappen, moet de gemiddelde dekkingsgraad over de afgelopen twaalf maanden minimaal 104,2 procent zijn. ABP kwam op oudejaarsdag uit op 103,8 procent, PMT op 102,3.

3. Waarom kan een akkoord de kortingen voorkomen?

Veel fondsen hebben genoeg geld in kas om alle toekomstige pensioenen te betalen, maar ze zijn daarnaast verplicht om extra financiële reserves aan te houden. Die zijn niet groot genoeg. Na een hervorming mogen fondsen kleinere reserves aanhouden. Fondsen met een dekkingsgraad boven de 100 procent hoeven dan niet te korten.

4. Komt er alsnog een pensioenakkoord?

Daar ziet het nog niet naar uit. Het kabinet en de sociale partners zijn het weliswaar grotendeels eens over dat nieuwe pensioen. Maar de aanvullende vakbondseisen gaan het kabinet veel te ver, zoals een structureel langzamere stijging van de AOW-leeftijd en een pensioenplicht voor zelfstandig ondernemers.

Donderdag stookten de bonden het conflict verder op. Zij kondigden „harde acties” aan, met als hoogtepunt een landelijke pensioenactie op 18 maart, twee dagen voor de Provinciale Statenverkiezingen.

Lees ook dit artikel over het haperende overleg tussen sociale partners: Het poldermodel werkt niet meer
    • Christiaan Pelgrim