Je ligt plots met fiets en al in het water, wat nu?

Zwemles Wie z’n C-diploma heeft kan door voor survivalzwemmen. Het doel: leren hoe je jezelf kunt redden als je onverwacht in het water terechtkomt. „We willen ze watervreesvrij maken.”

In Badhoevedorp rijden kinderen met hun fiets het water in, om te leren hoe ze er weer uit komen.
In Badhoevedorp rijden kinderen met hun fiets het water in, om te leren hoe ze er weer uit komen. Foto Arthur van Diest

‘Help! Help me dan toch!” Emma (9) speelt de rol van drenkeling overtuigend. Ze spartelt, ze proest, even verdwijnt ze onder water. Romana (8), haar redder op de kant, weet wat haar te doen staat.

Er zijn twee scenario’s mogelijk, heeft zweminstructeur Yvonne van der Kieft uitgelegd: ligt de drenkeling dichtbij, dan kun je bijvoorbeeld een regenbroek of -jas gebruiken om ‘m naar de kant te trekken – een zogeheten droge redding. Is de drenkeling ver weg, dan zit er niets anders op dan zelf in het water te springen.

Met een hurksprong – een droge redding is hier duidelijk niet aan de orde – springt Romana het zwembad in. In een paar slagen is ze bij Emma. Rustig begeleidt ze haar naar de kant. „Nu moet je zorgen dat je je drenkeling niet loslaat”, zegt Van der Kieft. „Je gaat watertrappelen en achter haar hangen. Met twee handen houd je de rand vast. Kijk, zo onder haar oksels door. Emma, jij bent slap. Je bent een beetje bewusteloos.”

Het is donderdagmiddag. Romana, Emma, Milan, Varoun en Jadie krijgen survivalzwemles in zwembad de Sporthoeve in Badhoevedorp. Ze dragen regenjassen en lange broeken. Op aanwijzing van „juf Yvonne” duiken ze voorwerpen op van de bodem, duwen ze elkaar voort op een vlot, klimmen ze over obstakels heen of zwemmen er juist onderdoor.

Zwemparadijzen

Survivalzwemmen is sinds 2005 een van de officiële zwemvaardigheidsdiploma’s die de Nationale Raad Zwemveiligheid (NRZ) uitgeeft. Wie zijn C-diploma heeft, kan zich aanmelden voor de lessen bij 185 Nederlandse zwembaden. Het doel: leren hoe je jezelf kunt redden als je onverwacht in het water terechtkomt, en wat je wel en absoluut niet moet doen als er een vriendje in nood is.

Het is de opvolger van Zwemmend redden, zegt Marjolein van Tiggelen van de NRZ. „Wat meespeelt: Nederlanders hebben meer vrije tijd gekregen. En in die vrije tijd zoeken we vaak het water op.” Nieuwe manieren van recreëren vragen om andere vormen van zwemvaardigheid, vindt de NRZ. Dat het aantal verdrinkingsdoden de afgelopen decennia niet afnam en er de afgelopen jaren veel nieuwkomers naar Nederland kwamen met weinig zwemervaring, was geen reden om het Survival-diploma in te voeren. „Die groep proberen we op een andere manier te bereiken, bijvoorbeeld met de vlogcampagne die we vorig jaar hebben gelanceerd.”

Lees ook: Jaren bezig met een A-diploma: ‘Gooi ’m erin! dacht ik’

De Raad kijkt om de paar jaar of de eisen die worden gesteld aan diplomazwemmen nog passen bij de maatschappelijke ontwikkelingen, vertelt Van Tiggelen. „In de jaren tachtig en negentig had je bijvoorbeeld de opkomst van de zwemparadijzen. Destijds kon je nog met droge haren je A-diploma halen. Mijn collega’s waren toen van mening: dat moet anders. Alleen een A- of B -diploma voldeed niet meer.” In 1998 werd daarom het zwem-ABC ingevoerd, waarbij er meer nadruk kwam te liggen op veiligheid en zelfredzaamheid in het water.

Niet meer buitenspelen

Zwembad de Sporthoeve begon zo’n twee jaar geleden met het aanbieden van lessen survivalzwemmen. „We hebben gemerkt dat kinderen niet meer buitenspelen”, vertelt teamleider Anne-Marie Swart. „Ze weten niet meer hoe ze een peddel moeten gebruiken, of wat ze moeten doen als hun bootje omslaat.” Om de lessen extra leuk te maken, is er allerlei hulpmateriaal ingebracht: vlotten, schuimrubberen kano’s en fietsjes waarmee kinderen het zwembad in kunnen rijden. „We willen ze watervreesvrij maken.”

Foto’s Arthur van Diest

Een andere reden om de lessen te introduceren: kinderen beginnen steeds eerder met zwemles. Swart: „Ze zijn tegenwoordig piepjong als ze hun B of C-diploma halen. Je kunt je voorstellen dat het snel wegzakt als je daarna stopt met zwemmen. We willen dat kinderen dóórgaan.” Naast survivalzwemmen biedt de Sporthoeve om die reden ook snorkelen en zeemeerminzwemmen aan. Het zwembad werkt met een kaartensysteem: één kaart is goed voor zes lessen. Hoeveel lessen er nodig zijn voor een diploma, verschilt per kind.

Zweminstructeur Yvonne van der Kieft zit al drie decennia in het vak en zag meerdere generaties afzwemmen. De ideale leeftijd om te beginnen met survivalzwemmen ligt wat haar betreft rond de negen jaar. „De oefeningen kunnen best zwaar zijn. Kinderen van net zes missen gewoon de kracht.” Vandaag is haar jongste leerling 7, de oudste 10. Lesgeven aan vijf kinderen op drie verschillende niveaus kost Van der Kieft geen moeite. „Dan bouw ik een oefening een beetje uit.”

Neem de eerste opdracht: een desoriëntatieoefening. De kinderen moeten een koprol onder water maken. Niveau één doet een enkele koprol, niveau twee een koprol voor- en achteruit, niveau drie twee van elk. En terwijl Varoun en Jadie even later op hun rug baantjes trekken – „voor de conditie” – krijgen Emma, Milan en Romana de opdracht om een stukje te zwemmen met een geblindeerde duikbril op.

Foto’s Arthur van Diest

Bij een andere oefening leren de kinderen hoe ze kleding of een plastic tas kunnen inzetten als drijfmiddel: met een knoop in de mouw wordt een regenjas een reddingsboei. „Je moet je jas goed bol maken”, instrueert Van der Kieft. „Dan kun je er het beste aan blijven hangen.”

Salam (9) uit Syrië verdronk tijdens schoolzwemmen. Lees het interview met haar ouders: ‘Wij ouders blijven over, als niemand anders schuldig is aan de dood van onze dochter’

Milan (10) heeft na het halen van zijn C-diploma een paar jaar niet gezwommen. Survivalzwemmen doet hij omdat hij het leuk vindt, en omdat zijn buurmeisje Emma erop ging. Of hij ooit iemand zal redden weet hij niet, „maar het is wel goed om te weten hoe het moet”. Emma doet het liefst een droge redding. Want dat is spannend. „Je moet niet té dichtbij komen, want als de drenkeling je pakt ga je met z’n tweeën naar beneden.”