Recensie

Recensie Boeken

Een adellijke familie die de ‘bloeddorstige’ twintigste eeuw aan den lijve ondervindt

Natascha Wodin Een Duitse schrijfster ging op zoek naar de geschiedenis van haar moeder in Oekraïne. Aangrijpend maakt ze je deelgenoot van haar verwarring als het beeld dat ze van haar had in duigen valt. (●●●●●)

Jevgenia Ivasjtsjenko, de moeder van Natascha Wodin, in 1943-’44
Jevgenia Ivasjtsjenko, de moeder van Natascha Wodin, in 1943-’44 Foto uit besproken boek/bewerking NRC

Wanneer wij in 2020 driekwart-eeuw overwinning op nazi-Duitsland vieren, wordt ook de Duitse schrijfster Natascha Wodin vijfenzeventig. Ze werd in december 1945 geboren in een kliniek in de buurt van de Neurenbergse opslagkeet vol luizen en muizen waarin haar ouders illegaal onderdak hadden gevonden. Haar ouders behoorden tot de miljoenen voor wie het eind van de oorlog wel het begin van een nieuw leven maar bepaald geen vrolijke bevrijding betekende. Even koesterden ze de hoop dat dat nieuwe leven zich zou afspelen in Amerika, maar slechts een klein percentage van de naar schatting elf miljoen Displaced Persons (DP) die zich in 1945 in geallieerd gebied bevonden, slaagde erin om een visum te bemachtigen voor het beloofde land. Zo bleef het gezin, waarin zes jaar later nog een meisje werd geboren, achter in West-Duitsland – aangespoeld als afval van de geschiedenis zoals na hoogwater het meegevoerde afval achterblijft op de drooggevallen oevers van een rivier.

De armoede is uitzichtloos, perspectief op een betere toekomst ontbreekt, vader raakt aan de drank en mishandelt zijn vrouw, die op haar beurt haar dochter slaat. Niettemin voelt Natascha zich al jong verantwoordelijk voor haar hulpeloze, kwetsbare, depressieve, eenzame moeder. ‘Ik durf ’s nachts niet in slaap te vallen, omdat ik bang ben dat ze er als ik wakker word niet meer is; altijd in angst over haar en in angst voor haar.’ Ze is tien als haar moeder op klaarlichte dag zonder een woord te zeggen het huis uit loopt en zich verdrinkt. Haar dochter vindt haar enkele dagen later terug in het lijkenhuis, waar de doden nog worden opgeslagen in open kisten. Zesendertig is ze geworden; ze ziet er met haar lange zwarte haar tegen het witte kussensloop uit als Sneeuwwitje.

Gepest

Het is 1955. De Koude Oorlog is op zijn kilst en de Russisch sprekende zusjes worden op school aangezien voor communisten en daarom gepest. Uitschot zijn ze, en de vijand bovendien: ‘Die kleine wrekers van het teloorgegane Derde Rijk, de kinderen van Duitse oorlogsweduwen en nazivaders, ze maakten jacht op mij omdat ik de belichaming was van de Slavische Untermensch, de Weltfeind.’

Jonkvrouwe Julia Op ten Noort raakte in de ban van SS-leider Heinrich Himmler en de utopie van een raszuiver Groot-Germaans rijk. Lees ook: De freule die een zoon baarde voor de Führer

Weerwoord heeft Natascha niet, want ze weet wel dat haar moeder ook zelf de communisten en hun leider Stalin haatte en vreesde, maar wat hun geschiedenis is weet ze niet. Wie was haar moeder? Heeft ze ergens familie? Wat heeft ze meegemaakt? Hoe is ze beland in het DP-kamp vol gedemoraliseerde Armeniërs, Azerbeidzjanen, Bulgaren, Letten, Litouwers, Oekraïners, Polen, Roemenen, Tsjechen en wie niet al? Natascha heeft geen idee. Haar moeder heeft nooit over haar verleden willen vertellen. Haar dochter weet alleen haar naam en geboorteplaats: Jevgenia Jakovlenka Ivasjtsjenko uit Marioepol.

School wordt haar reddingsboei. Ze raakt geobsedeerd door het Duits, de taal die haar ouders haar verbieden te spreken, de taal van de mensen met huizen, stromend water en elektriciteit. Ze leert en leert, wordt tolk-vertaalster en uiteindelijk een gelauwerd Duitstalig auteur. De pogingen die ze af en toe doet om op vergeelde slachtofferlijsten iets van Jevgenia’s verleden te achterhalen lopen stuk. Hoe moet je met alleen een naam, een geboorteplaats en de twee raadselachtige oude foto’s die Jevgenia dochter-van-Jakov heeft weten veilig te stellen, iets vinden over een van de miljoenen mensen die tijdens de zuiveringen en de Tweede Wereldoorlog zoek zijn geraakt?

Hogere kringen

Haar tragische moeder is in haar herinnering al tot een schim geworden als Wodin, inmiddels in de zestig, de woorden Jevgenia Jakovlenka Ivasjtsjenko Marioepol toch nog eens intypt op haar computer. En dan geschiedt het wonder. Ze krijgt een reactie. De wereld is veranderd. De Sovjet-Unie is ten onder gegaan. Marioepol, dat decennialang verstopt ging onder een Sovjetnaam, heet weer Marioepol en ligt nu in Oekraïne. Archieven gaan open. Mensen durven op zoek te gaan naar familieleden die zijn geëxecuteerd of omgekomen in de Goelag. Ze delen hun bevindingen op internet, waarop groepen actief zijn die nabestaanden helpen met hun nasporingen.

In Ze kwam uit Marioepol doet Wodin verslag van haar zoektocht naar haar moeder. Feitelijk, precies, nergens larmoyant en juist daarom aangrijpend, maakt ze je deelgenoot van haar verwarring als het beeld dat ze van haar moeder had in duigen valt. In eerste instantie gelooft ze haar ontdekkingen niet. Haar moeder was van adel, krijgt ze te horen. ‘Het leek mij volstrekt uitgesloten dat mijn moeder uit de hogere kringen stamde. De vrouw die ik had gekend behoorde niet eens tot de laagste stand, [...] een armzalige desolate figuur die ze op straat met stenen bekogelden.’

Jevgenia, zo komt haar dochter aan de weet, werd in 1920 geboren in een gegoed milieu met een grootgrondbezitter als grootvader, met ooms en tantes die studeerden en hoge maatschappelijke posities bekleedden, en met een prachtig huis. Zelf maakte ze dit geprivilegieerde familieleven niet mee. Na de revolutie van 1917 werd hun bezit vernield of geroofd en hun huis volgestouwd met vreemdelingen voor wie haar moeder de wc moest boenen. Volgens de communistische identiteitspolitiek was iemand van adellijke afkomst per definitie een misdadiger, ongeacht wat zo’n individu feitelijk dacht of deed. In werkelijkheid had haar vader zich als jong jurist aangesloten bij de bolsjewieken en was hij door het tsaristische regime voor twintig jaar naar Siberië verbannen. Drie decennia later belandde zijn dochter Lidia, Jevgenia’s oudere zuster, als dissident activiste eveneens in Siberië, in haar geval dankzij Stalin. Jevgenia zelf werd in 1944 als dwangarbeidster naar Duitsland gedeporteerd, waar ze, vijfentwintig jaar oud, als verachte Ostarbeiter het einde van de oorlog beleefde.

Verdwijning

Ze kwam uit Marioepol vertelt de onthutsende Werdegang van een familie die de ‘bloeddorstige’ twintigste eeuw aan den lijve ondervindt en uiteindelijk bestaat uit een handvol her en der levende individuen. Maar Wodin vertelt ook het collectieve verhaal van de miljoenen ontheemden uit Oost- en Midden-Europa. Uit elkaar gerukt, berooid en beroofd van elke identiteit en bestaansgrond, hebben ze geen idee van hoe het hun verwanten is vergaan. Zo leefde Jevgenia vanaf 1938 in de overtuiging dat haar moeder was omgekomen toen ze, op zoek naar Lidia, naar Siberië was vertrokken. Natascha ontdekt dat haar grootmoeder na de oorlog nog leefde.

Lees ook: Wat je moet lezen over de Oktoberrevolutie

Bovenal is Ze kwam uit Marioepol de intens verdrietige geschiedenis van een jonge vrouw die, in de woorden van haar dochter, terecht kwam ‘in de papierversnipperaar van twee dictaturen’. En het is het verhaal van twee generaties dochters wier levens werden getekend door de verdwijning van hun moeder. Een gruwelijk en prachtig boek.