Recensie

Recensie

Het oude en nieuwe collectieve wonen

Recensie expositie Collectief wonen is terug in Amsterdam. Maar het is wel anders dan in de jaren 70, blijkt op een expositie.

OMA: Toren met verticale tuin in het Bijlmer Kwartier.
OMA: Toren met verticale tuin in het Bijlmer Kwartier. Ontwerp FABRICations © FABRICations
    • Bernard Hulsman

Collectieve architectuur is terug in Amsterdam, is de boodschap van de tentoonstelling Collective Comeback in ARCAM. Net als in de jaren 1965-1985, toen bijvoorbeeld Herman Hertzberger onder meer het verzorgingshuis De Drie Hoven en de studentenflat in de Weesperstraat bouwde, zijn en worden nu weer ‘collectieve’ woongebouwen in Amsterdam gebouwd, zo laten de makers van de tentoonstelling zien aan de hand van foto’s, ontwerptekeningen en maquettes.

Als een van de bewijzen van de comeback van collectief wonen geven ze B’ Mine, de saaie, rechttoe-rechtaan woontoren die in de jaren 2015-17 is gebouwd bij de A’dam-toren in Amsterdam-Noord. In B’ Mine zijn 59 van de 147 woningen zogenaamde friends-appartementen. Die kunnen worden gehuurd door twee bewoners die allebei een huurcontract hebben en de helft van de huur betalen. Voor de kleinste appartementen, van 76 vierkante meter, is de huur 711 euro per persoon.

Huisjesmelkers

Als je het delen van een woning als een vorm van collectief wonen beschouwt, hebben de makers van de tentoonstelling gelijk en maakt collectieve architectuur inderdaad comeback in Amsterdam. Een heel sterke zelfs: want nu het grote geld zich meester maakt van de stad en de woningnood vooral onder studenten en jongeren enorm is, is het onder huisjesmelkers de gewoonte geworden om woningen op te kopen, een beetje te verbouwen en voor een veelvoud van de oorspronkelijke huurprijs te verhuren aan enkele personen. Maar dit heeft natuurlijk niets te maken met collectief wonen: het is slechts de beste en gemakkelijkste manier om beleggingen in woningen te laten renderen.

De andere voorbeelden van hedendaagse collectieve architectuur op Collective Comeback hebben vaak wel een collectief aspect. Zo krijgt een van de torens van het Bajes Kwartier, de nieuwe woonwijk die naar een ontwerp van het Office for Metropolitan Architecture (OMA) op het terrein van de Bijlmerbajes gaat worden gebouwd, een publiek toegankelijke ‘verticale tuin’ die langs en door de toren naar boven voert. De torentuin zal op ‘professionele wijze’ worden beheerd, staat erbij in de toelichting.

Woonblok van NL Architects in Het Funen.

Foto Jeroen Musch/LANDLAB studio voor landschapsarchitectuur

Wat opvalt bij het hedendaagse collectieve wonen is dat het vaak een besloten en beperkt karakter heeft. Zo staan om de door de Frits van Dongen ontworpen woonwijk Het Funen hekken, met smalle toegangen tot de wijk. Dat was bij De Drie Hoven, het nu grotendeels gesloopte verpleegtehuis in Amsterdam Nieuw-West anders. Daar stond rondom het parkje bij het complex geen enkel hek, zodat de buurtbewoners zonder omlopen het terrein van De Drie Hoven op konden.

Binnenstraat van Hertzbergers studentenflat, 1966.

Foto Herman Hertzberger

Bijlmermeer

Vreemd genoeg ontbreekt op Collective Comeback de Bijlmermeer, het grootste en meest idealistische collectief-wonenproject uit de jaren 1965-1985. Hier waren niet alleen de uitgestrekte parkachtige tuinen publiek terrein, maar ook waren de twee onderste etages van alle elf verdiepingen tellende galerijflats bestemd voor kinderopvang, buurthuizen en andere collectieve voorzieningen. Ook dachten de ontwerpers dat er op de eindeloze galerijen een gezellig buurtleven zou ontstaan.

Het liep anders. De Bijlmermeer werd een grandioze mislukking: binnen tien jaar na de oplevering van de eerste Bijlmerflat in 1968 was de Bijlmermeer de grootste probleemwijk van Nederland geworden. In de jaren negentig begon de sloop van meer dan de helft van de betonnen galerijflats en kreeg de Bijlmer, met de nieuwbouw van rijtjeshuizen, steeds meer het karakter van een Vinexwijk.

Lees ook:50 jaar Bijlmer: in idealen kun je niet wonen

Dat de collectivistische Bijlmermeer al gauw werd geteisterd door vandalisme en criminaliteit, kan niet de reden zijn dat er geen spoor van is te bekennen in ARCAM. Want Hoptille, het wijkje dat begin jaren tachtig naar een ontwerp van Kees Rijnboutt in de Bijlmermeer werd gebouwd, is wel aanwezig. Hoptille was een reactie op de oorspronkelijke Bijlmer. Niet uit galerijflats met eendere woningen bestond het buurtje oorspronkelijk, maar uit een lange, ouderwetse portieketageflat van vier verdiepingen met tien verschillende woningtypen en een stuk of tien blokjes rijtjeshuizen. Bedoeling was dat er bewoners van diverse pluimage zouden worden gemengd. Maar ook in Hoptille ging het mis. Door hun verschillende leefstijlen werkten de bewoners elkaar op de zenuwen en nadat een ex-delinquent een student had vermoord, werd Hoptille al twee jaar na oplevering gerenoveerd en verdween de driehonderd meter lange collectieve binnenstraat.

Collective Comeback. T/m 23 juni in ARCAM, Prins Hendrikkade 600. Geopend dinsdag t/m zondag.

●●●●●

Correctie (31 januari 2019): Anders dan hierboven eerder stond, heeft Het Funen geen besloten tuinen. Het is openbaar gebied. De buurt is wel met een hek omgeven, maar is via diverse ingangen vrij toegankelijk, ook voor niet-bewoners.