Het liefst liken we ‘pulpnieuws’

Pulpsites Op Facebook is sensationeel ‘pulpnieuws’ van obscure websites populairder dan nieuws afkomstig van serieuze media.

Schermafdruk van Viraaltjes.nl, door de Leidse onderzoekers aangemerkt als een ‘pulpsite’.
Schermafdruk van Viraaltjes.nl, door de Leidse onderzoekers aangemerkt als een ‘pulpsite’.

‘Mensen geboren in Januari (sic), zullen eerder rijk en beroemd worden’. ‘De 18-jarige Tessa heeft een nogal gewaagde foto geplaatst op haar Tinder-profiel’. ‘Edelherten in Oostvaardersplassen worden met bommen afgeslacht!’

Dit soort sensationele berichten, afkomstig van obscure websites, krijgen op Facebook meer likes en reacties dan nieuws van erkende nieuwsmedia als NOS, NU.nl en NRC. Dat concluderen onderzoekers van het Leiden Institute of Advanced Computer Science (LIACS) in samenwerking met het Leidse factcheck-initiatief Nieuwscheckers.

De onderzoekers analyseerden meer dan 117.000 berichten op de Facebookpagina’s van zogeheten ‘pulpnieuwssites’ en bekende nieuwsmedia. ‘Pulpnieuws’ definiëren ze als nieuws van lage journalistieke kwaliteit (veel kopiëren van andere bronnen, geen eigen onderzoek, geen factchecking), geproduceerd door onbekende mediamerken (met namen als Trendnieuws, Viraaltjes en Dagelijkse video’s), met sensationele inhoud en clickbait-koppen (zoals: Albert Heijn medewerker krijgt kopstoot en klap van klant. En dan doet hij…).

Pulp scoort op Facebook beter dan serieus nieuws. Per post halen pulpnieuwssites gemiddeld 429 likes (nieuwsmedia 363), 165 reacties (versus 80) en ze worden gemiddeld 158 keer gedeeld (tegenover 73 voor de nieuwsmedia). De berichten bereiken miljoenen Nederlanders. Meer dan de helft van de ruim tien miljoen Nederlandse Facebookgebruikers heeft wel eens een post van een pulpnieuwssite op Facebook geliket, gedeeld of becommentarieerd.

Om zoveel mogelijk mensen te bereiken worden berichten geselecteerd en ontworpen op basis van maximale verspreidbaarheid. „De sites maken koppen zo prikkelend en sensationeel mogelijk en spelen in op emoties”, zegt onderzoeker Alexander Pleijter. „Het is logisch dat mensen dan sneller op like en share drukken. Berichten van andere nieuwsmedia gaan over serieuzere, minder emotionele onderwerpen, en roepen dus minder interactie op.”

Niet per se nepnieuws

Pulpnieuws is iets anders dan nepnieuws, omdat het niet verzonnen hoeft te zijn. Toch verschijnt op de sites ook vaak nepnieuws van het type ‘Vrouw bevalt in één keer van elf baby’s ’ of ‘Paardenbloemthee is honderd keer effectiever dan chemotherapie’. Het gevaar is, zegt Pleijter, dat pulpnieuws het serieuze nieuws wegdrukt. „We hebben maar een beperkte tijd om media te gebruiken. Bovendien concurreren de sites op de advertentiemarkt. Daardoor gaat er minder geld naar betrouwbare journalistiek.”

De pulpnieuwssites bereiken hun publiek via Facebook, maar verdienen pas geld als mensen doorklikken naar de websites, waar door Google geserveerde advertenties staan. De omvang van de Nederlandse pulpnieuwsindustrie is onbekend. „We kennen de bezoekcijfers niet en weten niet hoeveel de sites opstrijken per getoonde advertentie. Google heeft die informatie wel, want ze weten precies hoeveel geld ze naar de sites overmaken.”

Ook is onduidelijk of de sites neplikes hebben gekocht om hun bereik te vergroten. De onderzoekers hebben geen bewijzen voor bots of neplikes gevonden, maar kunnen het gebruik ervan ook niet uitsluiten. Neplikes, per duizend voor een tientje te koop op schimmige websites, worden gekocht omdat Facebookpagina’s met veel volgers en interacties vaker op de tijdlijn van gebruikers terecht komen.

    • Reinier Kist