Opinie

Hamburgerhol

Georgina Verbaan

Je kan ook nooit eens even een jaar voor dood in je huis liggen zonder dat ze dan meteen je favoriete broodjeszaak vervangen voor een hamburgerhol. Het was uitgerekend de dag na Blue Monday, ik kom naar buiten, en denk: ja, het gaat wel weer. Ik durf zelfs wel vrijwillig in een horeca-etablissement te gaan zitten, in mijn eentje, zonder reden. Het zal me zelfs worst wezen dat daar andere mensen zijn, en dat die me zouden kunnen aankijken, ik hoef niet meteen na een afspraak naar huis om daar in een hoek te gaan liggen wachten tot ik me naar een volgende verplichting moet slepen, welnee, ik wacht gewoon tussen de mensen en ik bestel een thee, ofzo.

Dus, ik jakker wijdbeens en strijdbaar als Atilla de Hun met mijn domme rugzak door die rotsneeuw, en nader mijn bestemming met frisse trek, maar wat ziet mijn haviksoog? Een man. Récht voor de deur van de plek waar ik als een normaal mens naar binnen zou gaan om er normale mensendingen te doen. Hij trekt een plastic vel van een raam. Dat belooft nooit veel goeds, trekken aan vellen. Meestal is er dan sprake van verandering.

Ja hoor: het vel ontbloot een lettercombinatie die ik vergeten ben. Of eerder: niet heb willen onthouden, want mijn favoriete broodjesketen is een satanische vleeshut geworden. Met mijn armen langs mijn lijf en die stomme rugzak op mijn rug neem ik de situatie in me op.

Op het raam de beeltenis van een gigantische hamburger. Iemand heeft veel moeite gestoken in het schilderen van het blaadje sla. Iets te veel, zelfs, naar mijn smaak. ‘Nee hè?’ kreun ik onverwacht hardop. De man kijkt me aan alsof ik het tegen hem heb. Niet begrijpend, zo van ‘sorry?’ Onder zijn grijsblauwe muts steken grijsbruine krullen en een rode neus die vocht afscheidt uit. In één oogopslag kan ik zien dat hij een accountantskantoor in Alphen aan den Rijn heeft.

‘Nee hè?’ kreun ik onverwacht hardop. De man kijkt me aan alsof ik het tegen hem heb

‘Nou’ zeg ik, ‘hier zat toch eerst, uh.. ..iets anders?’ Ik zeg ‘iets anders’ omdat ik niet zeker weet hoe je Le Pain Quotidien precies uitspreekt. Ik bedoel, ik weet het wel, denk ik, en ik heb het ook weleens gedaan, dat uitspreken, waar mensen bij waren, en heb daar geen commentaar op gekregen, maar dat kan ook zijn omdat ik het dan ‘ironisch’ uitsprak, met erg veel nadruk, héél Frans, zodat het lijkt alsof ik het expres verkeerd zei, voor het geval dát ik het dus verkeerd zei. Maar dat is nu net zoiets wat je niet doet bij vreemde mensen, ironisch praten. Want dat begrijpen mensen die je vrienden niet zijn niet, en mensen uit Alphen aan den Rijn al helemaal niet. En dan was dit nog niet eens écht ironisch praten hè? Maar doen alsof. Dat begrijpt natuurlijk niemand.

‘Ja, en nu is het hamburgers’ zegt de man met een Russisch accent. Hij probeert zo trots mogelijk te kijken naast die drol op een broodje. Ik vraag me af of het nog steeds mogelijk is dat de man een accountantskantoor in Alphen aan den Rijn heeft. Ik denk het wel.