Opinie

    • Ellen Deckwitz

Hoe we jarenlang in het geheim de rafels in de lakens seksten

Gisteravond maakte ik met mijn zus een sneeuwwandeling en na een kleine drieënhalf uur snakte ik toch echt naar een blarenpleister. Tot mijn verbazing smeekte ze om nog één extra blokje om. „Ben je niet doodop?” vroeg ik.

„Ja”, zuchtte ze en vervolgde met gedempte stem: „Ik denk dat mijn oudste iemand over de vloer heeft.”

„Nou en?” begon ik, maar bond meteen in. Wij hebben toen we nog thuis woonden nooit onze geliefden aan onze ouders voorgesteld. Onze ouwelui werden indertijd nogal melig zodra er een jongen in de buurt kwam. Begonnen ze meteen kusgeluiden te maken. Om verdere hilariteit te voorkomen zwegen mijn zus en ik thuis dus maar over ons liefdesleven.

In dezelfde periode volgden we ook die prachtige televisieserie Van de schoonheid en de troost waarin de Britse filosoof Roger Scruton op een zeker moment zei dat voor veel jongeren relaties niets meer dan wederzijds goedgekeurde aanrandingen waren. Zodra je instemde met verkering werd er opeens van allerlei vleselijks van je verwacht, niet alleen door je partner maar ook door je omgeving. Zodra men wist dat je aan de man/vrouw was begonnen ook je leeftijdgenoten zich ermee te bemoeien. Dat eeuwige gezeur over wanneer en hóé je het dan ging doen, na hoeveel afspraakjes het oké was om orale seks te hebben, na hoeveel weken je vriendje/vriendinnetje recht (!) op seks had. Al die regels en verplichtingen maakten ons tegendraads. We wilden ons eigen tempo bepalen, de liefde zélf uitvinden.

Algauw besloten we om onze relaties voor bijna iedereen verborgen te houden en bespaarden onszelf daardoor alle sociale controle die bij een openbare verkering kwam kijken. We wilden helemaal niet stilstaan bij honkenlijsten en aanverwante geslachtelijke etiquette. Door in het verborgene te vrijen vermeden we al die bemoeienis. Het maakte de fysieke en emotionele band tussen ons en onze beminden intenser. We ruilden openbaarheid in voor intimiteit.

„Ik wil dat mijn kinderen daar ook voor kunnen kiezen”, besloot mijn zus, „niks mis met geheime vruchten.”

Dus sjokten we nog maar een half uurtje door de liveaction diepvrieskist die onze buurt inmiddels was geworden. Om zo nog wat extra privacy te schenken aan mijn neefje (dat voor hetzelfde geld op dat moment gewoon aan het comaplaystationen was). We wandelden over wegen vol strooizout, langs ijskoude poelen vol zilt smeltwater.

Al mijmerend dacht ik terug aan die goede ouwe tijd. Hoe we jarenlang in het geheim de rafels in de lakens seksten. Aan de geliefden die we in de schoolgangen nonchalant groetten terwijl ze onze bekkens deden gloeien.

„Wat sneu dat jullie single zijn”, zeiden onze toenmalige vrienden regelmatig, en wij gniffelden daarom. We waren geen vrijgezel. We waren vrij.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.

    • Ellen Deckwitz