Filmmakers in Rotterdam krijgen weer (iets) meer kans

Rotterdamdag IFFR Toen het Rotterdam Film Fonds wegviel werd het moeilijk voor filmmakers in de stad. Maar er is er een voorzichtige opleving.

Met de film Dante vs Mohammed Ali, waaruit dit een still is, studeerde Sjors Mosman recent af. Hij werkt (nog) in Amsterdam.
Met de film Dante vs Mohammed Ali, waaruit dit een still is, studeerde Sjors Mosman recent af. Hij werkt (nog) in Amsterdam. Regie en scenario Marc Wagenaar, camerawerk Sjors Mosman

Hij kan even wegvallen, straks komt er een tunnel aan. Cameraman Sjors Mosman, pas afgestudeerd aan de Filmacademie, zit in de Intercity Direct. Zijn kantoor, zegt hij gekscherend – want hij reist vaak op en neer. Het grootste deel van de filmindustrie zit dáár, in Amsterdam.

Daar zit hij overigens niet mee. Zou je als filmmaker in Londen wonen, of Parijs, dan was je ook minstens 40 minuten onderweg. En wat zegt het nou eigenlijk? „Ik ben onderdeel van de filmindustrie in Amsterdam, maar ik woon in Rotterdam. De stad waar ik me lekker voel.”

Hoe staat het met het Rotterdamse filmklimaat? Komen Rotterdamse filmmakers makkelijk aan de bak? En is de stad wel vaak genoeg in beeld? Over die vragen gaat het vrijdag op de Rotterdamdag van IFFR. In LantarenVenster worden de hele dag films vertoond van Rotterdamse makers, soms over Rotterdamse onderwerpen, met Rotterdam als decor.

Documentairemaker Victor Vroegindeweij was een jaar of achttien toen het Rotterdam Film Fonds van start ging. Dat verstrekte jaarlijks zo’n 2,5 miljoen euro aan filmmakers, op voorwaarde dat zij meer dan het hele subsidiebedrag – in totaal jaarlijks 6 à 7 miljoen - in de stad besteedde. Er was een sterk geloof in de toekomst, zegt Vroegindeweij. Die zou niet alleen van de haven en ‘harde economie’ moeten afhangen, maar ook van de creatieve industrie.

Fonds voor snel geld

„Producties hadden heel snel geld, dat was lekker. Ik begon toen net met werken. Er werden hier heel veel soaps en series gemaakt. En het was goed voor de stad, want je zag Rotterdam de hele tijd op tv. Je kon ook makkelijk dingen regelen voor een shoot. De Coolsingel afzetten of een gebouw opblazen.”

Dat fonds bestaat sinds 2012 niet meer en nu zit ook Vroegindeweij bijna elke dag in de trein naar die andere stad. „Daar heb ik mijn afspraken. Hier zit niks meer, nog een paar kruimeltjes filmindustrie. De rest is weg. Heel jammer.”

Rotterdam heeft als filmstad veel potentie, zegt de regisseur en Rotterdammer Shariff Nasr. „De mix van inwoners inspireert me. Rijk, arm en alle nationaliteiten door elkaar. Gentrification is nog niet echt doorgedrongen.” Maar Amsterdamse producenten overtuigen hier te draaien, dat is lastig. „Het kost simpelweg meer. Ze zeggen: moderne gebouwen, die heb je ook in Zuid.”

Dat de stekker uit het Rotterdamse filmfonds is getrokken is doodzonde

Dat de stekker uit het Rotterdamse filmfonds is getrokken, is „natuurlijk een doodzonde”, vindt hij. „Vooral omdat het een economisch fonds was. Het bedrag moest twee keer terugvloeien in de stad, het was geen gratis subsidie.” Maar de politieke wind waaide een andere kant op – men was „wars van fondsen” en de kunsten kwamen er niet goed vanaf. Nasr overwoog zelfs even om weg te gaan. „Ik dacht: deze stad hoeft mij niet, mijn beroep wordt niet gewaardeerd.”

In de laatste jaren van het fonds hoorde hij van verschillende partijen dat ze overwogen zich in Rotterdam te vestigen. „Bijvoorbeeld partijen die apparatuur leveren. Zoiets had heel erg geholpen. Ik denk dat de gemeente veel meer geld is misgelopen dan toen zichtbaar was. Een industrie creëren heeft jaren nodig, dat doe je niet zomaar even opnieuw.”

Opleving

Toch is er een opleving. Nasr noemt initiatieven als Rotterdams Open Doek, Offscreen en 48 Hours Rotterdam, waar jonge makers kansen krijgen. Het subsidiebedrag dat de gemeente aan filmmakers verstrekt (jaarlijks 440.000 euro) is níet omlaaggegaan. „Dat is fijn”, zegt Nasr, die in de commissie zit die de aanvragen beoordeelt.

IIFR betrekt jonge filmmakers en -geïnteresseerden onder meer door verschillende jongerennetwerken te faciliteren. Zij maken, programmeren, verslaan en jureren. Er is een IFFR Academy voor (internationale) film- en kunstopleidingen. En met de Rotterdamdag wil het festival Rotterdamse makers stimuleren.

„De officiële routes zijn misschien wat minder toegankelijk doordat een aantal fondsen is weggevallen”, zegt Renske Gasper, coördinator educatie bij IFFR. „Tegelijkertijd worden er nog altijd heel veel films gemaakt.” Ook het medium zelf is veranderd: jonge makers vloggen, animeren, maken webseries voor YouTube.

Nu de stad populairder wordt, zijn buitenlandse productiemaatschappijen geïnteresseerder in Rotterdam als film- en fotografielocatie, zegt Sandra de Boer van productiemaatschappij HotelRebel, dat zich vooral met commerciële opdrachten bezighoudt. „Daar zijn wij onder andere heel druk mee. Rotterdam wordt gezien als stad met een internationale uitstraling en er is veel mogelijk.”

Ook Sjors Mosman is optimistisch. „Voor een cameraman zijn er veel kleine klusjes. Daar kun je geld mee verdienen. Als je zorgt dat je daarnaast tijd overhoudt voor interessante projecten, dan kun je het volgens mij redden.”

En wie weet hoeft hij er ooit niet meer voor te reizen: „Je ziet sommige regisseurs nu wel weer naar Rotterdam komen”, zegt Victor Vroegindewij. „Omdat Amsterdam te duur is.”

    • Mirjam Remie