Erdogan wil in Syrië samen optrekken met Poetin

Bufferzone Turkije vreest in noordoost- Syrië een machtsvacuüm, en zoekt in Washington en Moskou garanties tegen Koerdische terroristen.

Turks voorstel voor bufferzone in Syrië
Turks voorstel voor bufferzone in Syrië

De Amerikaanse terugtrekking uit Syrië leidt tot koortsachtig diplomatiek overleg. De Turkse president Erdogan belde dit jaar al vier keer met president Trump. De Republikeinse senator Lindsey Graham, een bondgenoot van Trump, was onlangs in Ankara, waar hij tweeënhalf uur met Erdogan sprak en daarna met hem een pianoconcert bezocht. Terug in Washington pleit Graham voor samenwerking met Turkije om chaos in Syrië te voorkomen.

Woensdag was Erdogan met een delegatie van vier ministers in Moskou voor overleg met president Poetin, met name over Syrië. Turkije vreest dat er na de Amerikaanse terugtrekking een machtsvacuüm ontstaat en wil daar een Turkse bufferzone van 32 kilometer breed instellen in het noordoosten van Syrië. „Het is belangrijk dat terroristische groeperingen niet gebruikmaken van dat machtsvacuüm”, zei Erdogan na afloop. „En we zijn vastbesloten om de samenwerking met onze Russische broeders te intensiveren.”

Erdogan zei dat er geen onenigheid is over een bufferzone, ook al vindt Moskou dat heel Syrië weer in handen van het regime moet komen. „We respecteren de veiligheid van onze Turkse vrienden”, zei Poetin, maar hij drong erop aan dat de Turken overleggen met Damascus over de stabilisatie van grensgebieden. „Er is een verdrag tussen Syrië en Turkije uit 1998 over de strijd tegen terrorisme. Ik ben er zeker van dat dit de veiligheid van de Turkse zuidgrens zal garanderen.”

Ankara ziet de Syrisch-Koerdische militie YPG, die het noordoosten van Syrië controleert, als een terroristische organisatie. De vrees is dat het Koerdische gebied een uitvalsbasis zal vormen voor operaties in Turkije van de Koerdische guerrillabeweging PKK, die nauwe banden heeft met de YPG. Toen de YPG Raqqa veroverde op Islamitische Staat, werd de zege opgedragen aan PKK-leider Öcalan.

Het Turkse leger viel al twee keer het noorden van Syrië binnen om de YPG de pas af te snijden, in 2016 in de regio Jarablus en in 2018 in Afrin. Deze gebieden werden veroverd door Syrische rebellen, die getraind en bewapend waren door het Turkse leger. En ze worden bestuurd door lokale mensen die onder strikte supervisie van de Turkse staat staan.

Erdogan zei woensdag dat Turkije al 300.000 Syriërs heeft teruggestuurd naar Jarablus en Afrin, waar Turkse bouwbedrijven druk bezig zijn om nieuwe scholen, ziekenhuizen en overheidsgebouwen neer te zetten. „Onze Syrische broeders zijn in staat om hun leven weer op te pakken in een gebied van 400 vierkante kilometer van Afrin tot aan Jarablus. Hetzelfde model kan worden toegepast in gebieden ten oosten van de Eufraat.”

Naast het noordoosten van Syrië bespraken Erdogan en Poetin ook de zorgelijke situatie in de westelijke provincie Idlib, het laatste grote rebellenbolwerk. Vorig jaar sloten Turkije en Rusland een akkoord om een groot offensief van het regime in Idlib af te wenden. Turkije vreesde een nieuwe, massale toestroom van vluchtelingen. Het land vangt al ruim 3,5 miljoen Syriërs op.

Als onderdeel van de deal moest Turkije de jihadistische groep Hayat Tahrir al-Sham (HTS), die het grootste deel van Idlib controleert, indammen. Maar HTS verstevigde recent juist zijn greep op de provincie door tientallen dorpen te veroveren op door Turkije gesteunde rebellen. Rusland waarschuwt dat de situatie verslechtert. Poetin zei de Russische en Turkse ministers van Defensie al te hebben gesproken over de stappen die nodig zijn om terroristische groepen te „liquideren”. „Helaas zijn er veel problemen daar en wij zien ze”, zei Poetin, met Erdogan aan zijn zijde.

    • Toon Beemsterboer