Een rustige vakminister, die ‘tut, tut, ho, ho’ zei

Koos Andriessen 1928-2019

Koos Andriessen, tweemaal minister van Economische Zaken, zag zich als een econoom, niet als politicus. Matigheid was zijn stijl.

Nederland, 1999. Oud minister Koos Andriessen.Ton Poortvliet/Hollandse Hoogte
Nederland, 1999. Oud minister Koos Andriessen.Ton Poortvliet/Hollandse Hoogte

Twee keer minister van Economische Zaken, in totaal verschillende tijdsgewrichten. Dat illustreert de politieke carrière van de dinsdag op 90-jarige leeftijd overleden Jacobus Eye (Koos) Andriessen. Met zijn 34 jaar was hij de benjamin van het kabinet-Marijnen dat in 1963 aantrad. In 1989 kon dezelfde Koos Andriessen, 61 jaar, zich beschouwen als de veteraan van het derde kabinet-Lubbers dat zich toen aandiende.

In de tussenliggende jaren was hij actief geweest in het bedrijfsleven, onder andere als voorzitter van de raad van bestuur van het wereldwijd actieve Van Leer’s Vatenfabrieken. Ook gaf hij twee jaar leiding aan het Nederlands Christelijke Werkgeversverbond. Andriessen was eerder vakminister dan politicus. Hij kwam uit de CHU, de protestantse partij die later opging in het CDA, maar een partijpolitiek profiel had hij niet echt.

Hij bediende zich vaak van de uitspraak dat hij „econoom” was „en geen politicus”. Voordat hij de eerste keer de politiek inging was de bij Jelle Zijlstra cum laude afgestudeerde Andriessen hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam. Verschillende leerboeken economie staan op zijn naam.

Standvastigheid

Toen Andriessen in 1963 voor de eerste keer in de Tweede Kamer de begroting van Economische Zaken verdedigde, positioneerde hij zich als iemand staand tussen de begrippen standvastigheid, voorzichtigheid en matigheid. Zo opereerde hij dan ook als minister. De standvastigheid kwam van pas in zijn strijd met minister Luns van Buitenlandse Zaken. Toen betrof het de vraag wie van hun tweeën het laatste woord had op het gebied van handelspolitiek. Er waren meer aanvaringen. Wist de collega dat er voortreffelijke pensioenregelingen bestonden voor gewezen ministers, hield hij Luns eens voor na een botsing.

Andriessens naam is verbonden met de energievoorziening van Nederland. Tijdens zijn eerste ministerschap werd de Nederlandse Gasunie opgericht, in zijn tweede ambtstermijn stond zijn handtekening onder de elektriciteitswet. In zijn optreden probeerde hij vooral rust uit te stralen. „Tut, tut, ho, ho” werd een gevleugeld begrip van hem. Toen hij in 1990 zijn nota ‘Economie met open grenzen’ presenteerde benadrukte Andriessen dat „geen hemelbestormende ideeën” moesten worden verwacht.

Omstreden regeling

In de zomer van 1990 toen Irak Koeweit binnenviel was Andriessen minister van dienst. Zijn collega’s waren met vakantie en dus becommentarieerde hij vanuit zijn vakantieverblijf op de Veluwe namens de Nederlandse regering de situatie. Terwijl in de rest van de wereld werd opgeroepen tot sancties tegen Irak, maande Andriessen tot rust.

In het tweede kabinet-Lubbers is Andriessens naam verbonden met de omstreden fiscale technoleaseregeling waarmee onder andere bedrijven als Philips en Fokker werden gesteund. Later, toen Andriessen al was vertrokken, bleek uit ambtelijke berekeningen dat de staat hiermee 1,1 miljard gulden (490 miljoen euro) had misgelopen.

Na zijn tweede ministerschap verrichtte Andriessen nog verschillende bestuurlijke functies in het bedrijfsleven en bij de semi-overheid.

Correctie (25 januari): in een eerdere versie van dit artikel stond dat Andriessen maandag is overleden.