Een jaar niet vliegen en een knellend schuldgevoel

Groen doen Elke week gidst NRC je richting een duurzaam leven.

Ik begon het jaar op Corsica en had, naast een donzen slaapzak en een zelfopblaasbaar matje, een NRC-bijlage in mijn rugzak: het wetenschapskatern over vlees (22 december). Mijn vriend (het was onze eerste vakantie samen) torste de tent mee, en een heleboel eten (vriesdroogmaaltijden, twee salami’s), want we gingen wildkamperen. Of dit een eerlijke verdeling van de lasten was zorgde voor discussie, maar ik verdedigde mezelf door te zeggen dat ik óók mijn bezwaard gemoed meezeulde.

Dat op mijn schouders drukkende schuldgevoel was niet eens ontstaan door onze reis an sich, want we waren per trein en boot naar Corsica afgereisd, geheel in overeenstemming met goed voornemen nummer 1: een jaar lang niet vliegen. Een druppel op een gloeiende plaat en op die kernenergieslurpende TGV is natuurlijk ook een en ander af te dingen. Maar de nachtboot vanuit Marseille beviel prima. Tót ik ontwaakte uit een droom waarin ik in een Boeing-747 op en neer vloog naar Nieuw-Zeeland. Vliegen in je slaap is weliswaar CO2-neutraal, maar het voelt als ernstig overspel, zeker op een boot.

Nog een schuldgevoel: vlees

Het knellend schuldgevoel werd versterkt door de twee salami’s die niet strookten met goed voornemen nummer 2: minder vlees eten. Als boetedoening leerde ik het wetenschapskatern uit mijn hoofd, waarin nog eens helder stond uitgelegd hoe slecht vlees eten is voor het klimaat, het milieu en de mensheid. (De vleessector draagt 14,5 procent bij aan de emissie van broeikasgassen!)

Lees ook: De vloek van het vlees: slecht voor klimaat, milieu en mensheid

Eenmaal op Corsica stuitten we op een gestrande bultrug. Dode walvissen konden exploderen, bracht mijn vriend mij in herinnering. Dus ik versnelde mijn pas, en dacht aan de walvis die in november in Indonesië was aangespoeld, met duizend plastic voorwerpen in zijn maag. Hoeveel troep zou déze bultrug tijdens zijn leven hebben verorberd?

Ik besloot me te richten op voornemen nummer 3: onze kampeerplekjes schoner achterlaten dan we ze aantroffen. Elk plastic dopje, elke PET-fles die we tegenkwamen verdween in onze backpack, tot we een strand passeerden waar zelfs een halfvergane wasmachine lag. Moedeloos verstookten we de wetenschapsbijlage die avond in ons kampvuur, samen met onze vieze wc-papiertjes. „Nu ben je toch nog luchtvervuilend bezig”, merkte mijn vriend op. Onze relatie heeft de vakantie overleefd. Zo was er toch nog íéts duurzaam aan onze reis.

    • Gemma Venhuizen