Opinie

    • Auke Kok
Column

De eerste zwarten in Amsterdam

Bij de naam Jodenbreestraat denk je – niet zo raar natuurlijk – aan de Joden die er vroeger woonden. Maar dankzij Mark Ponte weet ik dat het raadzaam is de blik te verruimen en er, pakweg, Multicultistraat van te maken. Daar komen de onderzoeksresultaten van historicus Ponte populair gezegd op neer. Afgelopen zondag vertelde hij erover tijdens een openbaar interview in het Stadsarchief en ik moet zeggen: fascinerend. De omgeving van de Jodenbreestraat werd in de zeventiende eeuw bevolkt door de meest uiteenlopende vreemdelingen, Denen, Oost-Europeanen, Aziaten, noem maar op. En er woonden al meer zwarten dan altijd werd aangenomen. Niet slechts een handjevol, ontdekte Ponte, maar vele tientallen, en deze ‘moren’ begonnen al een klein zwart gemeenschapje te vormen.

Leuk toch? Niet in alle opzichten. Te zeggen dat zich in de huizen aan de Jodenbreestraat, en in de huisjes en sloppen erachter, het ideaal van de melting pot voltrok zou overdreven zijn. Na het interview in het Stadsarchief beschreef Ponte mij de buurt als een rauwe omgeving waar tal van conflicten werden uitgevochten. Het ‘Jodenkwartier’ lag aan de rand van Amsterdam, dat in die periode van VOC en WIC een onwaarschijnlijke bevolkingsgroei kende. En zoals dat ging in zo’n Babylonische mierenhoop van kelderwoninkjes, pensionnetjes en drie gezinnen op een zolderkamer: irritaties alom.

En zoals dat ging in zo’n Babylonische mierenhoop van kelderwoninkjes, pensionnetjes en drie gezinnen op een zolderkamer: irritaties alom

Vooral van de zaak-Manuel de Campos wilde ik meer weten. De hele multiculti-problematiek leek zich samen te ballen op paaszondag 1632, toen vijf zwarte vrouwen en twee zwarte mannen het letterlijk aan de stok kregen met makelaar De Campos. Op de stoep voor De Campos’ huis werd eerst van alles gezegd en geroepen, waarna er klappen vielen en ruiten sneuvelden. De makelaarsdochter incasseerde een steen tegen haar hoofd en viel ‘in zwijm’, zoals Ponte een akte citeerde uit het Stadsarchief, waar hij werkt. Arm kind.

En dan die vooroordelen! De Campos liet al dan niet bevriende buurtgenoten getuigen en die bleken de Afrikanen maar een ‘stout volk’ te vinden. ‘Twist ende rumoer’ kreeg je van die lui. De twee betrokken zwarte mannen waren ‘boos ende goddeloos’ en die vrouwen, je kon er op wachten, ‘vuijle hoeren’. Deze ‘coppelaersters’ trokken alle zwarten in de stad naar zich toe en koppelden hen aan ‘swartinnen’.

Haat en nijd in onze vrijzinnige mini-metropool. Maar er was dus ook gemeenschapsvorming, de voormalige slaven uit Brazilië trouwden met Afrikaanse zeemannen en soldaten (en ook met Hollanders) en lieten hun kinderen dopen als nette burgers.

Mensen, ga naar voetnoot.org en zie wat Ponte daar blootlegt inzake de vechtpartijen, maar ook groeiende verbanden, in een propvolle stad waar slavernij verboden was en vreemdelingen van alle continenten het met elkaar moesten rooien. Van Portugese Joden tot arme swartinnen, van Kaapverdianen die huwden met Brazilianen, je kunt het zo gek niet bedenken of het was er. Ook links en rechts van Jodenbreestraat 4, het atelier waar Rembrandt inspiratie opdeed voor zijn beroemde schilderij Twee moren. Twee Afrikanen dus, en vrijwel zeker gewoon twee straatgenoten.

Auke Kok is schrijver en journalist.
    • Auke Kok