Foto: Merlijn Doomernik

‘Bizar hoe je nu beroemd kunt worden’

Jeff Kinney Met de kinderboekenserie Het leven van een Loser verkocht Jeff Kinney miljoenen boeken in Nederland. ‘Toen ik net begon werd ik afgewezen.’

Jan van Mersbergen: Ik ben vandaag niet alleen schrijver en interviewer, ik ben vooral vader van een groot fan. Haalt het eerste rode deel van ‘Leven van een Loser’ uit zijn tas. Dit boek moest ik meenemen van mijn dochter van elf. Ze wilde dolgraag mee, maar moest naar school. Zou je het willen signeren?

Jeff Kinney: Natuurlijk. Vind je het erg als ik een tekening in het boek maak en ondertussen verder praat?

JM: Natuurlijk niet.

JK tekent Bram Botermans in het boek.

JM: Ik heb mijn dochter gevraagd wat ze van je wil weten. Ze had twee belangrijke vragen. De eerste is: hoe ben je begonnen met schrijven?

JK: Ik ben begonnen als cartoonist.

JM: En hoe begon dat?

JK: Met een afwijzing.

JM: Dat is typisch, daar begint vrijwel ieder schrijverschap mee, en dat van tekenaars vast ook.

JK: Het was moeilijk. Ik had een dagelijkse cartoon in een krant in de buurt van Washington en ik wilde dat doortrekken naar The Washington Post, de grootste krant in die regionen.

JM: Maar dat wilde die krant niet?

JK: Ze waren keihard. Het was een klap in mijn gezicht van de realiteit.

JM: Maar nu heb je een hele reeks boeken, een geweldig personage, tekst en tekeningen.

JK: Het gaat goed.

JM: Maar mijn dochter wil nog steeds weten: waar begonnen die boeken?

JK: Met de humor, met grappen.

JM: Eerst de grappen tekenen of uitschrijven?

Foto: Merlijn Doomernik

JK: Ik wilde die grappen vertellen, in tekeningen. Cartoons. Daar begon het steeds mee. Dat is de basis. De tekst verbindt.

JM: En die grappen, zijn dat jouw ervaringen? Want daar lijkt het op. Het zijn de ervaringen van Greg, de loser die in de Nederlandse vertaling Bram heet.

JK: Klopt. Ik dacht: alles wat ik als kind heb meegemaakt, alle grappige dingen, wil ik in een boek hebben.

JM: Volledig je eigen verhaal?

JK: Ik dacht: die dingen heb ik allemaal zelf meegemaakt, ze zijn van mij. Het is persoonlijk. Ik heb het recht op mijn eigen leven, op mijn eigen grappen.

JM: Hou je dat al die delen van Het leven van een loser vol?

JK: De eerste vier of vijf. Daarna is het veranderd. Het is meer verzinnen geworden.

JM: Het verzinnen van Bram zijn leven?

JK: Ja.

JM: Is dat ook het verzinnen van het leven dat jij niet had?

JK: Bijna. Ik las Harry Potter en dacht: hij is slim, kent magie, kan toveren, is rijk, heeft mogelijkheden, hij heeft alles, en toch moeten we geloven dat hij een underdog is. Dat wordt ons verteld. Ik wilde een personage dat echt een underdog is. Meer dan echt. Zelfs zo echt dat de andere personages zich hem niet eens herinneren, mochten we hen naar Bram vragen.

JM: Een onzichtbaar figuur?

JK: Eerder iemand die het verdient om een underdog te zijn, want Bram vindt zichzelf wel geweldig. Anderen zien hem niet staan. Hij is trots op zichzelf zonder reden.

JM: Is dat typisch Amerikaans?

JK: Ik denk het.

JM: In veel Amerikaanse romans duiken dat soort figuren op. Bij Willy Vlautin, bij McCarthy, in Of mice and men van Steinbeck.

JK: Lennie.

JM: Die grote kerel. Sterk, maar een echte underdog.

JK: Ik wilde niet een personage maken uit de wereldliteratuur, ik wilde mijn eigen personage maken.

JM: Bram heeft wel ambitie, hij is vol vertrouwen in zijn eigen ambitie, maar niet altijd terecht dus.

JK: Bram denkt dat hij heel groot zal worden. Beroemd. Hij wordt de president van Amerika. En dat geloof houdt hij vast. Het houdt hem overeind.

JM: En dat wil Bram nog steeds?

Lees ook: Jongens, het leven is niet maakbaar, leert de Loser ons

JK: Het is veranderd. Bram overschat zichzelf nog net zoals in de eerste boeken, maar de wereld om hem heen is veranderd. Door realityshows op tv en ook door social media zijn jongeren eraan gewend dat je niks bijzonders hoeft te kunnen om beroemd te worden. Dat is vreemd, voor mij. Dat mensen beroemd kunnen worden terwijl ze de stappen naar het beroemd zijn overslaan. Ze passeren allerlei poortwachters alsof die niet bestaan. Die standaard is weg.

JM: Zoals de poortwachters bij de krant die jou eerst afwezen?

JK: Het blijkt dat ik dat nodig had.

JM: Jij bent die poort redelijk goed doorgekomen.

JK: Dat had met twee dingen te maken: het besef dat ik niet goed genoeg was en het afnemen van de mogelijkheden. Mijn werk werd afgewezen en de kranten moesten inkrimpen; er was minder ruimte voor cartoonisten. Dus moest ik iets anders maken, iets eigens.

JM: En nu prijkt er op jouw Leven van een Loser-boeken: Eén miljoen verkocht, anderhalf miljoen verkocht, twee miljoen verkocht. Alleen al in Nederland.

JK: Ik heb veel geluk gehad.

JM: Voelt dat zo?

JK: Soms denk ik dat ik in een soort The Truman Show zit.

JM: Dat er ieder moment een spot uit de lucht kan komen vallen?

JK: Zo voelt het soms ja.

JM: Maar het succes is er. Geeft dat vrijheid?

JK: Dat is interessant. Ik doe mijn eigen dingen, tekenen en schrijven. Als je hardrockband Def Leppard zou vragen: zitten jullie in een kooi met jullie muziek? Wat zouden ze dan zeggen?

JM: Is een genre een kooi?

JK: Nooit. Ik ben een kinderschrijver, dat is wel duidelijk. Ik sta vanochtend in Sneek voor zeshonderd kinderen. Maar het is geen kooi. Het sluit juist perfect aan: ik, mijn boeken en de lezers.

JM: Dat zie ik aan mijn dochter ook, als zij jouw boeken leest. Ze wordt in haar eigen wereld gezet, maar ook met een blik op de rest van de wereld. Het zijn kinderboeken vanuit een kind, met de wereld om hen heen erbij: ouders, telefoons, buitenland, vreemde zaken, filmpjes…

JK: Dat vind ik mooi om te horen.

JM: En die tekenstijl? Die strakke lijnen. Waar komt dat vandaan?

Illustratie: Jeff Kinney

JK: Ik heb het meeste geleerd van Carl Barks, die voor Walt Disney werkte. The Duck Man, noemden ze hem.

JM: De tekenaar van Donald Duck?

JK: Van Scrooge Duck. Oom Dagobert.

JM: Oké. De dynamiek van de Donald Duck-stijl, en de strakke lijnen?

JK: Dat samen ja. Beweging en ook het terugbrengen tot de kern. Reduceren. Dat is wat ik zelf doe. Brams hoofd is bijna een emoticon, met wat haartjes, ogen en een neus. Meer is het niet. Eenvoud.

JM: Bij jou vult de tekst de tekeningen aan. Het is nooit één op één. Vlek op vlek.

JK: Soms wel, maar dan is het niet zo goed.

JK slaat het gesigneerde boek open, bladert en wijst een tekening aan waarop Bram op zijn knieën zit.

JK: Dit bijvoorbeeld. Hier staat vast boven: ‘Bram smeekte zijn moeder…’

JM: Dat staat er precies.

JK: Ik zal een goed voorbeeld zoeken.

JK bladert.

JK: Hier…

JM: ‘Net toen die kettingzaagman ons bijna te pakken had, sprong mam ertussen.’ En dan komt de tekening met de moeder die tegen kettingzaagman zegt: ‘Dat is niet aardig.’ Dat vult elkaar inderdaad aan en het is grappig.

JK: Daar ben ik tevreden over.

JM: In romans heb je alleen tekst en vult de leegte tussen de woorden de tekst aan. Dat geeft ruimte voor de lezer.

JK: Dat vind ik vaak moeilijk. De vertellingen nemen me zelden mee.

JM: Vind je het vaak geforceerd?

JK: Misschien. Ik merk dat ik graag wil lezen waar ik iets van leer. Non-fictie. Ken je dat boek Sapiens?

JM: Ja, van Harari.

JK: Dat is ongelofelijk. Het voert je terug naar de mens maar zet je ook op een andere planeet.

JM: Maar geen fictie.

JK: Wel een eye-opener.

JM haalt een oud boek uit zijn tas.

JM: Dat personage waar je het over had: Amerikaans, stil, van het platteland, dat zit in The Heart is a Lonely Hunter.

JK: Ken ik niet.

JM: Ik las het zojuist de eerste hoofdstukken in de trein. Een van de personages is een doofstomme man. Hij is zeer dominant maar zegt niks. Dat kan dus.

JK: Interessant. Dat soort vertellingen nemen je wel mee. Ik zag laatst Hamilton, een musical over de geschiedenis van Amerika vermengd met hiphop. De maker komt uit Puerto Rico, en vermengt die achtergrond met de geschiedenis van ons land.

JM: Wat een goed idee.

JK: Het is briljant: hiphop in het oude Amerika. Die verbanden.

Lees ook het interview met Jeff Kinney uit 2012: ‘De herinneringen zijn op, nu moet ik het verzinnen’

JM: Ik zag ooit De Nachtwacht van Rembrandt op toneel. Alles was echt: kostuums, de mensen, zelfs het meisje en het hondje, maar het was alleen tot leven gewekt. Er werd geen hedendaagse cultuur aan gekoppeld. Het blijft onze oude tijd.

JK: Ik zie Harry Potter als typisch Engels: het schoolsysteem, de schooluniformen, de taal. Mijn Bram is anders.

JM: Harry Potter is een middeleeuws icoon?

JK: Bijna wel. Bram staat dicht bij de jongeren van nu. Hij is van binnenuit. Jouw dochter begrijpt mijn Bram, als ik het zo hoor.

JM: Mijn dochter heeft zeven delen in de kast staan en op haar verlanglijstje voor Sinterklaas prijkten de overige delen. Zij snapt Bram.

JK: Je dochter had twee vragen, zei je…

JM: De tweede was: wat is je lievelingseten?

JK: Fried chicken.

    • Jan van Mersbergen