Opinie

Al dat toetsen maakt nerveus en biedt schijnzekerheid

Onderwijs

Commentaar

Elke vrijdag staken er her en der in Nederland scholieren. Onder het motto #FridaysForFuture eisen ze een verantwoord klimaatbeleid. En dat houden ze vol, zeggen ze, ze staken óók als er op zo’n vrijdag een Cito-toets gepland zal zijn. Stakende scholieren zijn er sinds de jaren zestig. Maar een toets laten passeren? Dat is nieuw. Er wordt blijkbaar zoveel getoetst op scholen dat eentje meer of minder er niet toe doet. Morgen is er weer een toets.

Toetsen zijn zinvol. Scholieren bieden ze een moment van de waarheid, maar ook een instrument om aan te tonen dat ze door de leerkracht worden onderschat. Ouders maken eruit op hoe hun kind ervoor staat. Leerkrachten kunnen concluderen of hun lessen effectief zijn. Opleidingen ontlenen er een bewijs van kwaliteit aan, de overheid krijgt een indruk van de prestaties van een instelling. En de politiek kan er beleid op baseren, bijvoorbeeld als uit toetsen een gebrek aan reken- en taalvaardigheid van Pabo-studenten opdoemt.

Ooit waren over een studiejaar gespreide toetsen bedoeld om een leerling minder afhankelijk te maken van een enkel examenmoment. De toets was geen deel van het onderwijs. Hij sloot een traject af.

Inmiddels bestaat er faalangsttraining voor basisscholieren. Het aantal toetsen is erg groot, soms krijgen leerlingen er meerdere per dag. De zesjescultuur is op zijn retour, de jacht op goede cijfers is geopend. Wie slecht scoort is een mislukkeling.

De kern van het onderwijs dreigt zo de toetsvaardigheid van leerling en student te worden. Maar daar is onderwijs niet voor bedoeld. Parate kennis, ontwikkeling van denkkracht, geduld opbrengen voor het laten bezinken van studiemateriaal, zijn net zo belangrijk als onder druk kunnen presteren.

Controledrift en prestatiedwang hebben zo hun invloed op het onderwijs. „Let op, doe je best, dit is voor de toets!”, manen de docenten. „Telt dit mee?” vragen de scholieren. Ligt er geen toets om de hoek, dan hoef je minder hard te lopen, is de suggestie.

Het heeft er veel van weg dat scholieren, studenten, docenten, scholen, ouders en autoriteiten collectief verslaafd aan toetsen geraakt zijn. Wat zou het overzichtelijk zijn als de schoolgang kwantificeerbaar was. Maar toetscontrole biedt schijnzekerheid.

Alle nu gehanteerde toetsen zullen gewogen moeten worden. Hun aantal kan teruggedrongen worden, er zijn al scholen die dat doen. Anderzijds weigert Minister Slob (Onderwijs, CU) af te zien van de rekentoets, ook al laken de coalitiepartijen deze als een ‘afrekentoets’, die voorbijgaat aan het verbeteren van het rekenonderwijs. Leerkrachten hebben baat bij een minister die hen verzekert van ruimte en middelen om te doen waar ze voor zijn opgeleid: onderwijs geven en scholieren en studenten bijbrengen wat ze onbegeleid nooit te weten zullen komen.

Onderwijs is de voornaamste basis onder ieders leven. Daarom heeft het zin om het niveau van leerlingen altijd consequent te onderzoeken en bij te houden. Niet met een aanhoudende reeks momentopnamen, controle als doel op zich is pervers. Wel met weloverwogen toetsen die een vogelperspectief aanreiken. Het doel van onderwijs is niet een set handigheden om met succes een school te doorlopen, al dan niet onder psychologische begeleiding tegen de stress. Om te variëren op een klassieke oneliner: niet voor de school leren ze, maar voor het leven.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.