Opinie

    • Albert Mark van Leeuwen

Veel niveaus in één klas? Nog steeds een slecht idee.

Onderwijssegregatie Een schoolklas is al een mini-samenleving. Het is niet de plek om scheidslijnen tussen vmbo, havo en vwo te slechten, schrijft .

Foto Koen Suyk/ANP

In de nieuwerwetse verzuiling die we ‘de bubbel’ hebben genoemd, zouden de verschillende lagen van de samenleving elkaar te weinig tegenkomen. In het rapport Doorgeschoten differentiatie in het onderwijs keert de Onderwijsraad, officieel adviesorgaan van regering en parlement, zich daartegen. De raad wil dat scholen dit oplossen door jongeren met verschillende niveaus langer in één lokaal te verzamelen; zo kunnen ze maatschappelijke kloven dichten.

Politiek gezien is het een kansrijk voorstel. Nu conservatief Nederland steeds liever de buitenwereld buiten houdt, is het handig om de culturele eenheid van het binnenland op te poetsen met Wilhelmus, burgerschapsvorming en ontkloving. Maar enkele jaren terug toonde rapport na rapport aan dat zo’n ‘verzamelklas’ juist voor leerlingen met lager opgeleide ouders slecht uitpakt.

Links Nederland omarmt deze opleving van culturele nivellering en kijkt uit naar verheffing van het volk – leerlingen aller mogelijkheden verenigt u.

De negatieve gevolgen van dit plan zijn dus al eerder in kaart gebracht, maar vergeten. Zo rapporteerde de OESO, de denktank van industrielanden, in 2016 dat ons gedifferentieerde onderwijssysteem verbazend goed werkt voor de minst begaafde leerlingen. In datzelfde jaar blijkt uit cijfers van de onderwijsinspectie dat leerlingen in klassen met meerdere niveaus tot de helft minder vaak het diploma halen dat de Cito-toets voorspelde. Onderzoek van GION, onderdeel van de Rijksuniversiteit Groningen, bevestigt die cijfers en laat zien dat vooral jongens met een sociaaleconomische achterstand misgrijpen.

Verhoogd en verlaagd zelfbeeld

Hoe komt dat? Ten eerste blijkt uit internationaal onderzoek van Anna Chmielewski dat onderwijssystemen waarin verschillende niveaus samen les krijgen competitiever zijn. Leerlingen behouden een verlaagd of verhoogd zelfbeeld naar aanleiding van hun prestaties ten opzichte van de hele groep. Als je A’s scoort voel je je competent, als je E’s scoort niet. Wanneer je niveaus splitst, meten leerlingen zich af aan hun klasgenoten en al snel niet meer aan hun hele leerjaar. Dan kan je jezelf een goede wiskunde-leerling noemen, terwijl je niet als een vwo’er presteert.

Lees ook: Soort zoekt soort, ook in schoolkeuze

Ten tweede verandert het onderwijs abrupt na de basisschool. Opeens verschrompelt de contacttijd tussen een leraar en zijn klas. Leraren krijgen vaak maar 100 minuten per week per groep. Bovendien zijn leerlingen uit het speciaal onderwijs, die extra aandacht vergen, de laatste jaren in de klassen geïntegreerd. Verder moeten docenten problemen signaleren en bespreken, maatwerk leveren, de groepsdynamiek sturen en – ook dat nog – vol passie hun vak overbrengen. Het is niet gek dat dit minder lukt met grotere niveauverschillen.

De derde reden laat zien waarom een sociaal-economische achterstand de kans op het juiste diploma verkleint. De gevestigde orde dringt namelijk voor. Zowel bij de keuze van een middelbare school als bij ‘matchingsgesprekken’ met hbo en universiteit floreren de netwerkkwaliteiten van de gearriveerde klasse. Mede hierdoor landen leerlingen in de verkeerde niveaugroep. Uit alle rapporten blijkt dat zulke fouten grote gevolgen hebben en onvoldoende worden gecorrigeerd.

Tegengeluid: Doorbreek het hokjesdenken in het onderwijs, stimuleer de brede brugklas

Onderwijs als durfinvestering

Dit laatste mechanisme moeten scholen zelf bestrijden. Onze eindtoetsen zijn niet perfect, maar de rol van die objectievere maatstaf moeten we verdedigen. Daarnaast moeten we elke verkeerde indeling zonder aarzelen herstellen. Laat leerlingen die mogelijk meer kunnen meteen een maand lang een trede hoger meelopen. Verwijder ook de financiële drempels die van het stapelen van diploma’s en het volgen van hoger onderwijs een durfinvestering maken. Want dat zijn de ingrediënten die je mist als je sociaal-economisch lager instapt: een netwerk dat bekend is met hoger onderwijs en durfkapitaal.

Het klaslokaal is al een mini-samenleving waar allerlei verschillen in een sociale snelkookpan op stoom komen. Een plek waar je al met anderen, nieuwe kennis tegemoet treedt. Het is niet de plek om scheidslijnen tussen vmbo, havo en vwo te slechten.

Opleidingsbubbels spatten soepeler uiteen op het sportveld en in muziek, dans, kerk en game communities. Ook de talloze tijdrovende bijbaantjes breken dwars door scholingslinies. Het is niet ideaal, maar wel eerlijk – als je elke leerling goed wil bedienen, als een leraar het verschil moet kunnen maken voor elk kind, dan moet je leerlingen op hun beste plek zetten.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.

    • Albert Mark van Leeuwen