Recensie

Knappe openingsfilm ‘Dirty God’ over zuuraanval op 48ste IFFR

Filmfestival De Engelstalige film van Sacha Polak over een door een zoutzuuraanval verminkte vrouw in Londen is een uitstekende opening voor het Internationaal Film Festival Rotterdam, dat tot 3 februari duurt.

Foto Viking Film, beeldbewerking NRC

Liefst 538 films, 234 van speelfilmlengte. Talloze thema’s, talkshows, performances, feesten, workshops, exposities. Internationaal Film Festival Rotterdam is een filmzee waar ruim 300.000 bezoekers en 2.500 filmprofessionals zich tien dagen in onderdompelen, of even in komen pootjebaden.

Maar die openingsfilm hè. Vaak een probleem. Zo niet deze woensdag. Met Dirty God, de derde speelfilm van Sacha Polak, kent het 48ste IFFR een voortreffelijke opening.

Het lastige bij het vinden van een geschikte film: elk zichzelf respecterend internationaal filmfestival wil een wereldpremière. Maar echt goede films prefereren Sundance, Berlijn of Cannes als lanceerplatform: daar is meer filmpers, dus meer kans op positieve buzz.

Daarom moest IFFR zich in het recente verleden vaak behelpen met weerbarstige of onvoldragen nichefilms. Vorig jaar werd point of view-film Jimmie – brave Scandinaviërs zijn nu eens de vluchtelingen – nogal schouderophalend ontvangen, het jaar daarvoor wist bijna niemand iets aardigs te zeggen over de komedie Lemon.

Dirty God zal niemand onverschillig laten. Het is een Engelstalige film over de alleenstaande moeder Jade, die herstelt van een verminkende zuuraanval.

Ze weigert slachtoffer te zijn of zich te verstoppen, gaat gewoon uit in haar oude nachtclubs.

Al is de reflex om zich te verbergen er wel degelijk: Jade zwemt liever ’s nachts in het zwembad van haar hotel en flirt even met een boerka. Haar trauma is heel reëel, zo blijkt in de rechtbank.

Rotterdam dankt deze sterke opening aan de royale opstelling van het Amerikaanse Sundance Festival, dat Dirty God in zijn internationale competitie opnam – een primeur voor de Nederlandse film – maar Rotterdam de wereldpremière gunt.

Sundance, dat zich gelijktijdig met IFFR afspeelt aan gene zijde van de oceaan, ziet zichzelf kennelijk, anders dan de Berlinale, niet als concurrent van IFFR: een gunstig precedent.

In Dirty God vervolmaakt Polak haar gruizige, realistische lyriek, die verwant is aan de stijl van haar Britse collega Andrea Arnold (American Honey).

Polak deelt ook Arnolds voorkeur voor onervaren, charismatische actrices in de hoofdrol. In Dirty God is dat Vicky Knight, een Londense verpleegster die in juli 2003 brandwonden op dertig procent van haar lichaam opliep bij een brand in de pub van haar grootvader. Het littekenweefsel in Knights gelaat is evenwel make-up.

„Je wilt kijken en tegelijk ook niet”, aldus Polak in NRC over haar inspiratie: een brandwondenslachtoffer dat ze tegenkwam op Lowlands.

Lees ook: IFFR opent met Sacha Polak: ‘Je wilt kijken en eigenlijk ook niet’

Staren of snel wegkijken: beide voelt dan even beledigend.

Wegkijken is geen optie bij Dirty God, waar de camera steeds heel dicht bij Jade blijft: de film opent met een trage verkenning van het roze littekenlandschap op haar nek en kin. Terwijl je Jade leert kennen in al haar triestheid, dwaasheid, berusting en bokkigheid wordt dat landschap zo vertrouwd dat je er dwars doorheen kijkt.

Het cliché wil dat ware schoonheid van binnen zit. Inderdaad slaat in Dirty God medelijden om in bewondering voor Jades veerkracht.

Maar als kijker reageer je eigenlijk net als haar kind, dat huilend terugdeinst als Jade thuiskomt uit het brandwondencentrum, maar haar littekens al heel snel gewoon niet meer ziet. Het is mama. Het doet er niet toe. Een knappe, krachtige film.

    • Coen van Zwol