De Talibaan: werken aan vrede door aanslagen te plegen

Afghanistan De Talibaan hebben gestaag veel controle over Afghanistan herwonnen. Ondertussen praten ze met de VS over vrede.

Een Afghaanse persfotograaf legt de schade vast van de aanslag van maandag op een gebouw van de inlichtingendienst.
Een Afghaanse persfotograaf legt de schade vast van de aanslag van maandag op een gebouw van de inlichtingendienst. Foto JAWAD JALALI/EPA

Twee verklaringen van de Talibaan op één dag: maandag kwam eerst het bericht waarin zij een zware aanslag op een Afghaanse legerbasis opeisten. Enkele uren daarna meldden ze dat ze in Qatar waren begonnen aan gesprekken met Amerikaanse diplomaten, gesprekken die uiteindelijk moeten leiden tot vrede.

Op het eerste gezicht zijn dit tegenstrijdige berichten: aan oorlog en vrede werken tegelijk. Toch zit er een wrange logica achter. Wie aan een onderhandelingstafel aanschuift, maakt zich eerst zo breed mogelijk. In dit geval met een aanslag die zelfs voor Talibaan-begrippen groot was uitgevallen.

In december kondigde president Trump aan dat de helft van de Afghaanse troepen uit Afghanistan zou worden teruggetrokken. Is dat een goed idee?

Ze gebruikten een gangbare tactiek: een voertuig vol explosieven in de gevel van een legerbasis rammen en dan schietend zoveel mogelijk slachtoffers maken. Alleen was het voertuig ditmaal een Humvee, een Amerikaanse pantserwagen die was buitgemaakt op het Afghaanse leger. Veel slachtoffers vielen doordat het gebouw instortte.

Het doelwit, zo’n 40 kilometer ten westen van Kabul, was een opleidingscentrum van inlichtingendienst NDS, waar ook een aan de overheid gelieerde militie gelegerd was. Het aanvankelijke dodental van 126 werd later teruggeschroefd naar 45, volgens anonieme lokale bestuurders in een poging van de inlichtingendienst om het gezichtsverlies te beperken.

Terwijl de Verenigde Staten speculeren over een gedeeltelijke troepenterugtrekking, wordt het conflict in Afghanistan alleen maar bloediger. Sinds het einde van de NAVO-missie ISAF in 2014 is het aantal dodelijke burgerslachtoffers – door aanslagen, maar ook door luchtaanvallen van westerse en Afghaanse militairen – jaarlijks opgelopen, naar ruim 4.000 vorig jaar. Ook onder de strijdende partijen (leger en politie enerzijds, Talibaan, Islamitische Staat, Al-Qaeda en andere extremisten anderzijds) vallen jaarlijks meer slachtoffers.

Tekst loopt door onder de grafieken. Het conflict in Afghanistan wordt bloediger:

Gebied dat in handen is van de Talibaan:

Aftastende gesprekken

Langzaam maar zeker hebben de Talibaan controle over het Afghaanse grondgebied teruggewonnen. Over het exacte percentage valt te twisten, maar vaststaat dat in ongeveer de helft van de districten de Talibaan de baas zijn of grote invloed hebben. Vaak heeft de overheid de macht in de steden en heersen de Talibaan op het platteland.

Deze realiteit heeft de Afghaanse regering en de VS doen beseffen dat de Talibaan uiteindelijk deel moeten uitmaken van een politieke oplossing. President Trump heeft Zalmay Khalilzad, onder andere oud-ambassadeur in Irak, vorig jaar aangesteld als speciaal vertegenwoordiger. Zijn taak is om een akkoord uit te onderhandelen dat de VS de ruimte geeft om zich terug te trekken uit de nu zeventienjarige oorlog zonder als verliezer te boek te staan.

De gesprekken bevinden zich in een aftastende fase en mogen nog geen vredesproces heten. Zolang er geen officieel proces is, kan het immers ook niet mislukken. Maar de pogingen die nu gedaan worden, zien er serieus uit. Maandag en dinsdag schoven vertegenwoordigers van de Talibaan voor de vierde keer aan bij gesprekken in Qatar.

Valkuilen zijn er te over. Zo zijn er grote twijfels of de Talibaan echt zonder geweld kunnen bestaan, en wat in de praktijk de positie van vrouwen zou worden. De Talibaan op hun beurt moeten maar afwachten of westerse landen, onder leiding van de VS, bereid zijn om álle troepen terug te trekken, zoals zij eisen. Dit alles staat nog los van de vraag wie de Talibaan-afvaardiging in Qatar precies vertegenwoordigt; ‘de’ Talibaan zijn altijd een amalgaam geweest.

Tot nu toe was het grootste struikelblok de positie van de Afghaanse regering. Eerder deze maand zegden de Talibaan een ontmoeting in Qatar af omdat daar ook een vertegenwoordiging van de regering zou aantreden. Volgens de Talibaan zijn president Ashraf Ghani en de zijnen „marionetten” van de westerse bezetters en dus geen gesprekspartner.

Alsof de verhoudingen tussen de Afghaanse partijen niet ingewikkeld genoeg zijn, zal onderhandelaar Khalilzad, een Amerikaan van Afghaanse afkomst, ook een lange lijst van landen met belangen in Afghanistan aan boord moeten krijgen. Voorop staat buurland Pakistan, dat ervan verdacht wordt de Talibaan te steunen of in elk geval hun gang te laten gaan, wanneer dat uitkomt.

Khalilzad is net vier dagen in Islamabad geweest, waar hij sprak met premier Imran Khan, en, even belangrijk, met legerleider Bajwa. De VS hopen dat Pakistan kan helpen de Talibaan ervan te doordringen dat zij toch echt met de Afghaanse regering moeten praten.

‘Echt, we zijn veranderd’

De Talibaan zeggen dat zij veranderd zijn. „Als er vrede komt en de Talibaan terugkeren, zal dat niet op dezelfde hardvochtige manier zijn als in 1996”, zei woordvoerder Zabiullah Mujahid in december tegen Reuters. „Onze weerstand is gericht tegen de buitenlandse troepen. [...] We zijn er niet op tegen dat vrouwen voor de overheid werken of de deur uitgaan, maar we zijn wel tegen de kleren uit andere culturen die vrouwen dragen.”

Voor Afghanen is het maar afwachten hoeveel van deze beloftes werkelijkheid zouden worden. Ondertussen vallen er maandelijks nog honderden burgerslachtoffers, die grotendeels vermijdbaar zouden zijn als de Talibaan zich uitsluitend zouden keren tegen buitenlandse militairen. Vorige week nog eisten zij een zelfmoordaanslag in Kabul op, waarbij vier burgerdoden en negentig gewonden vielen. Dagelijks zijn er aanvallen op leger en politie. De aanslag van maandag onderscheidt zich alleen door het dodental en het feit dat het gelukt is de inlichtingendienst te treffen.

Voor een staakt-het-vuren zeggen de Talibaan voorlopig niet in te zijn. President Ghani’s gezant voor de onderhandelingen kondigde kort voor de jaarwisseling aan dat 2019 „het jaar van de vrede” zal worden. Maar zolang de Talibaan zich sterk voelen en kansen zien hun speelruimte te vergroten, kan dit ook heel goed een jaar vol aanslagen worden.

    • Hanneke Chin-A-Fo