Opinie

De rijkdom in Davos is lastig bij te houden

Het is een traditie: vlak voor het begin van het World Economic Forum in het Zwitserse Davos komt Oxfam met schokkende cijfers over de ongelijkheid in de wereld. De belangrijkste variant van dit jaar: de 26 rijkste mensen van de wereld bezaten in 2018 evenveel als de armste helft van de wereldbevolking.

Vorig jaar was Oxfams boodschap dat de rijkste 1 procent van de wereld in 2017 82 procent van alle vermogensgroei van het afgelopen jaar in zijn zak had gestoken, en de onderste helft van de wereldbevolking niets. Het jaar daarvoor, in 2016, hadden 8 mannen evenveel vermogen als de armste helft van de wereldbevolking. Maar een jaar eerder, in 2015, dus, waren de 62 allerrijksten even rijk als de armste helft van de wereld.

Maar wacht even: de 62 allerrijksten hadden in 2015 even veel als de armste helft van de wereld, een jaar later waren het er nog maar 8, en nu zijn het er weer 26. Hier klopt ogenschijnlijk iets niet. Dat heeft te maken met de twee variabelen die hier spelen. Er is de telling van de superrijken, die uit de vermaarde lijst van Forbes afkomstig is. En er is de berekening van het totale vermogen in de wereld.

De eerste groep varieert per jaar, vooral op basis van de aandelenkoersen en onroerendgoedprijzen. En de accuratesse waarmee Forbes dat allemaal berekent, uiteraard. Maar het totale vermogen van de wereld, en de verdeling daarvan, zijn nog veel lastiger te calculeren. De gegevens daarvoor komen van de Zwitserse bank Credit Suisse, die elk jaar een omvangrijk rapport over het wereldwijde vermogen publiceert.

De methodologie daarvan is een werk in uitvoering. Daar kan Oxfam niets aan doen. Twee jaar geleden meldde het dan ook keurig dat een herberekening van China en India had uitgewezen dat het vermogen daar kleiner was dan gedacht. Het gevolg was dat bij nader inzien niet de 62 allerrijksten, maar slechts 9 allerrijksten evenveel vermogen bezaten als de armste helft van de wereld.

Dat is opgelost. Maar waarom zijn het er dan nu weer 26? Omdat Credit Suisse wederom nieuwe, betere, data heeft aangeboord en de wereld 8 procent rijker blijkt dan gedacht. Dat staat in het rapport over 2018. En dan heb je weer wat meer allerrijksten nodig om daar tegenop te wegen.

Inmiddels zijn het er vermoedelijk al weer meer. Credit Suisse rekent tot halverwege elk jaar, dus half 2018 in dit geval. Juist daarna begonnen de aandelenkoersen fors te dalen, met een dramatische decembermaand als sluitstuk. Het waren vooral de grote Amerikaanse techreuzen die het zwaar te verduren kregen. Juist de grootaandeelhouders daarvan, de Bezossen, Zuckerbergs en Gates-en van deze wereld, behoren tot die groep van hyper-rijken.

Misschien breekt daarmee weer een periode van ‘nivellering’ aan. Credit Suisse stelt in zijn rapport dat in 2000 de rijkste 1 procent van de wereld 47 procent van al het vermogen bezat. Dat daalde tot 43 procent in 2008. Maar sinds de financiële crisis is het aandeel weer toegenomen en kwam het hoger uit dan de 47 procent in 2016.

Zelfs als dat percentage weer wat mocht dalen, is de verdeling volkomen scheef. En op termijn bedreigend voor datzelfde kapitalisme dat zulke enorme vermogens heeft helpen voortbrengen. Misschien kan premier Rutte dat deze dagen even aanhangig maken bij de witte wijn sippende elite in Davos. In elkaar slaan gaat weer wat ver.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.