Recensie

Recensie Vormgeving

De nieuwe LocHal is het Centre Pompidou van Tilburg

Architectuur Een oude locomotievenhal in Tilburg is omgetoverd tot een modern glaspaleis met daarin kunstinstellingen en een bibliotheek. En veel houten trappen om op te zitten.

Bibliotheek en hangtrap in de LocHal.
Bibliotheek en hangtrap in de LocHal. Foto Arjen Veldt

De LocHal, het nieuwe cultuurgebouw van Tilburg, was al een hit voordat de officiële opening donderdag plaatsvond. Sinds de jaarwisseling hebben duizenden Tilburgers een bezoek gebracht aan de voormalige locomotievenloods in de nog altijd desolate Spoorzone waar tot het begin van de 21ste eeuw locomotieven werden gebouwd en gerepareerd. De afgelopen anderhalf jaar is de loods uit 1932, een al lang leegstaand gemeentelijk monument, verbouwd tot een modernistisch glaspaleis dat onderdak biedt aan de bibliotheek Midden-Brabant, twee kunstinstellingen (Kunstloc Brabant en Brabant C) en de werkplekkenverhuurder Seats2Meet.

Het ontwerp waarmee drie ontwerpbureaus (Civic Architecture, Braaksma & Roos Architectenbureau en Inside Outside) enkele jaren geleden de prijsvraag voor de LocHal wonnen, voorzag in een onorthodoxe verbouwing van het fabrieksgebouw. Niet voor de in dit soort gevallen gebruikelijke oplossing van ‘dozen in een doos’ kozen de ontwerpers, maar voor een ‘trappenlandschap’, zoals ze het zelf noemen. Achter het ‘stadscafé’ en de expositieruimte bij de hoofdingang liggen brede trappen die, onderbroken door een platform, naar de bovenetages voeren. Ze dienen niet alleen als overbrugging van hoogteverschillen, maar ook als hang- en zitplekken. Met succes: een week voor de opening was het druk op de trappen van de LocHal.

Een binnenplein in de LocHal. Foto Arjen Veldt

Tussen de trappen begint een binnenstraat die de bezoekers dwars door de bibliotheek en langs de kantoren van de kunstinstellingen naar de achteringang van het gebouw leidt. Zo is de hal eigenlijk niet meer dan een omhulsel geworden van een stadje vol verrassingen en contrasten. Een van de grootste verrassingen is de vroegere repetitiezaal van het Nederlandse Symfonie Orkest, de geheel glazen doos in de Beurs van Berlage in Amsterdam die drie jaar geleden met sloop werd bedreigd maar nu in de Loc-Hal is neergezet.

Twee kranen

Aan de hal zelf is, zeker van binnen, opvallend weinig veranderd. Ondanks de nieuwe glazen uitbouw aan de voorgevel, waar misschien een restaurant met uitzicht over de stad wordt gevestigd, is de LocHal nog altijd een simpel fabrieksgebouw waar op veel plekken de indrukwekkende omvang kan worden ervaren en de sporen van decennialange noeste arbeid overal te zien zijn. De robuuste, verweerde stalen vakwerkkolommen zijn net als de dakspanten die erop rusten, in het zicht gelaten. Ook de twee kranen waaraan eens de locomotieven bungelden, staan hoog in het gebouw werkeloos op gele en oranje-rode luchtrails die doen denken aan de bontgekleurde pijpen en leidingen van het Centre Pompidou, de cultuurtempel in Parijs die vaak met een olieraffinaderij is vergeleken.

Het hardstalen karakter van de LocHal wordt niet alleen verzacht door het hout van de trappen en (hang)planten en struiken die her en der hoog in de hal staan, maar ook door de immense, deels doorzichtige gordijnen die op zes plekken in het gebouw hangen. De vijftien meter hoge, door Inside Outside ontworpen gordijnen maken de LocHal tot een flexibele stad waar misschien niet alles maar wel veel kan veranderen. Als ze gesloten zijn, vormen de door TextielLab (van het Textielmuseum in Tilburg) vervaardigde reuzengordijnen hoge, besloten ruimtes waar voorstellingen of lezingen kunnen worden gegeven. Zo kan de expositieruimte naast het ook door gordijnen afsluitbare stadscafé worden veranderd in een theater, waar een gigantisch, dik tafelblad dat op het onderstel van een treinwagon is gemonteerd, als podium dient en de trap als tribune.

Ook de bibliotheek, die, net als het stadscafé, is vormgegeven door Mecanoo architecten en een groot deel van de Loc-Hal beslaat, is een soort stadje geworden. Op verschillende plekken duiken tussen de zwarte boekenkasten een stuk of tien paviljoens op die allemaal een eigen karakter hebben gekregen. Het ‘GameLab’, in de ‘jongerenzone’ van de bibliotheek, is bijvoorbeeld een hightechruimte met knalblauwe, ovale wanden. En in het WoordLab is, zoals past bij ‘een ontmoetingsplaats voor liefhebbers van taal en literatuur’, alles boek: hier gaan niet alleen de wanden schuil achter gevulde boekenkasten, maar ook, op raadselachtige wijze, het plafond.