Brieven

Brieven 23/1/2019

Geen generatie wordt zo vaak getoetst als de jongeren van nu. Is dat een probleem? NRC onderzoekt dit in een serie artikelen. Op deze pagina een bloemlezing uit brieven en reacties op de site.

Illustratie NRC

Toets hoppen

Cijfers worden in het (voortgezet) onderwijs gebruikt als meetinstrument. Ze bepalen het niveau en de richting van iemands opleiding, ze zijn bepalend voor het advies na de brugklas. Maar wat meet je nu eigenlijk met die cijfers? Opgedane kennis? Wanneer een leerling een onvoldoende haalt, wordt de toets net zo vaak herhaald tot er een voldoende is. Dat herhalen wordt zowel op het hbo als op de universiteit toegepast. Tentamens niet gehaald? Opnieuw. Anders krijg je geen papiertje. Ook docenten weten niet wat er echt gemeten wordt: kennis of inspanning? Gedurende het schooljaar weet je als docent van veel leerlingen wel ongeveer op welk niveau ze zitten, maar we varen met z’n allen blind op die cijfers. Die zijn allesbepalend. Er zijn echter zoveel zaken die deze cijfers kunnen beïnvloeden en die hebben bijna nooit met de hoeveelheid opgedane kennis te maken. Ik noem er een paar: stress, faalangst, depressieve gevoelens, geen klik met de leraar, een drukke klas, ziekte, een lastige thuissituatie, een toets die niet logisch of goed is opgebouwd, noem maar op. Verder hebben docenten leerlingen geleerd dat ze ‘hun cijfer kunnen ophalen’. Daarmee zeggen we niet: die basiskennis moet je echt hebben en daar testen we je op. We leren ze vooral hoe ze van toets naar toets moeten ‘hoppen’.


docent Nederlands

Kijk naar talent van kind

Helaas is ons onderwijs erop gericht leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs te beoordelen op basis van hun slechtste vak. Een kind dat slecht is in rekenen, maar met Nederlands een of twee niveaus hoger scoort, krijgt toch het stempel van een slechte rekenaar mee. Zo kom ik vaak leerlingen tegen die technisch zéér begaafd zijn en bijzonder creatieve oplossingen bedenken, leerlingen die technisch bij het hoogste niveau passen, maar omdat ze dyslectisch zijn niet verder komen dan een vmbo-k-diploma. Ons onderwijs zou meer gericht moeten zijn op het ontdekken van talenten. Het zou leerlingen moeten stimuleren die talenten te ontplooien. Dan kunnen ze hun opleiding veel gemotiveerder afronden. Een kind met een talenknobbel kan eindexamen Nederlands op vwo-niveau halen en wiskunde en economie op vmbo-niveau afsluiten. Dan krijgen leerlingen een diploma waarin duidelijk staat wat iemands kwaliteiten zijn. Op school scheelt het leerling en docent een hoop frustratie. Zie hier: een win-winsituatie.


docent op vmbo

Proef van bekwaamheid

Basisscholen zouden leerlingen minder moeten toetsen. Laat ze de tijd en energie liever steken in extra aandacht voor de leerlingen om ze daadwerkelijk iets bij te brengen. Ook op de universiteit zouden ze minder mogen toetsen: bij de grote studies zijn de tentamens voor een groot deel simpele kennistoetsen die aantonen of je een boek hebt doorgelezen. Beter kun je studenten beoordelen op het onderzoek dat ze afleveren, in de vorm van de bachelorscriptie bijvoorbeeld. Al die extra schoolse tussentoetsen zijn overbodig. Het is zonde van de tijd en energie van zowel studenten als professoren. De scriptie is de proeve van bekwaamheid voor de ware onderzoeker.

Weg met de testcultuur

„Ik weet dat mijn kind de theoretische leerweg kan bewandelen. Ze heeft gewoon niet goed les gehad.” Deze opmerking raakt aan de kern van het probleem: wie en wat wordt er eigenlijk getoetst? Is het de prestatie van de leerling? Of gaat het om de prestatie van de leraar? Als deze twee verschillende zaken in een toets worden ‘gemeten’, haalt men twee causale factoren door elkaar. Het toetsresultaat wordt dan een oraculaire uitspraak. Dit is niet alleen frustrerend voor de ‘beoordeelden’, maar geeft ook een verkeerde indruk. In de VS noemt men dat teaching to the test: de leraar probeert zo efficiënt mogelijk alleen datgene te onderwijzen wat mogelijk in een test aan de orde komt. De rest van het onderwijs valt als ‘franje’ af. Daarom: we moeten helemaal van die testcultuur af.

Een perverse fuik

Slechte lessen, weinig ruimte voor vragen, chaos in de klas, heel veel toetsen en iedere toets als een overval. Dat hebben wij als ouders de afgelopen drie jaar ervaren terwijl ons kind basisonderwijs volgde. Het leidde tot stress bij ons kind, bij ons en bij de leerkrachten. Het schoolbestuur verwijst bij kritiek naar de politiek en naar de krappe arbeidsmarkt. De leerkrachten hebben opdracht gekregen om kinderen die vastlopen in dit stressvolle systeem zo snel mogelijk naar speciaal onderwijs door te manoeuvreren. Particulier onderwijs biedt voor mijn zoon van tien uitweg uit deze perverse fuik. Toetsen mag, maar alleen binnen een systeem van aandachtsvol onderwijs.

Kinderyoga

Ik heb een praktijk kinderyoga en mijn zaak vaart wel bij deze toetsgeneratie. Maar hoe triest is het dat kinderen bij mij komen ontspannen en uitrusten omdat ze al drie weken stressen voor een Cito-toets? Intussen vergroten ouders de druk door dure cadeaus te beloven als ze hoge cijfers halen. De afgelopen jaren heb ik gemerkt dat er steeds meer jongeren met stressklachten bij me komen. De wachtlijst groeit. Ik zie voor het eerst kinderen met burn-outklachten. Dit is geen gezonde uitdaging meer. Waar zijn we mee bezig?


docent kinderyoga