Recensie

Bezwerende space-folk, huilende wanhoop

Gitaarwonderen zijn gevaarlijk. Wie geniaal is, wil dat namelijk van de daken soleren, sliden en fingerpicken. Alleen: virtuoze notenvreters maken meestal geen goede liedjes. Gelukkig is er Steve Gunn. De Amerikaanse singer-songwriter is voormalig huurling van soulmate Kurt Vile, maar koos al snel voor een solocarrière. Dat leverde drie prachtige albums op vol bezwerende space-folk.

Ook op zijn vierde album The Unseen In Between dartelen Gunns vingers als balletdansers over zijn gitaarhals. In het schijnbaar achteloos getokkel lijken alle continenten samen te smelten. Het bedwelmende ‘New Familiar’ begint als een kabbelend bergbeekje, maar mondt uit in een woest kolkende rivier. En waar Vile vooral stoned lijkt te stamelen, klinkt Gunn aangenaam breekbaar. In zijn mysterieuze stem schuilt huilende wanhoop. Dat maakt van ‘Stonehurst Cowboy’ een even eigenzinnige als ijzingwekkende oorlogsballade.

    • Frank Provoost