Albumoverzicht: het kloppende hart van James Blake, veilige invuloefening van De Staat

Recensie Wat moet je luisteren? Deze week recensies van De Staat, James Blake, Joost, Soilwork, Bassekou Kouyaté & Ngoni Ba en Steve Gunn.

  • ●●●●●

    De Staat: Bubble Gum

    De StaatPop: Met de Gouden Notekraker en vier jaar subsidie van het Fonds Podiumkunsten op zak gaat het De Staat artistiek en financieel voor de wind. De band uit Nijmegen beheerst het grensgebied tussen rock en elektronica zo goed dat het maken van een nieuw album praktisch een invuloefening is geworden. Op hun vijfde, Bubble Gum, brengen ze waar ze goed in zijn: fiere staccatonummers met schurende synthesizers en associatieve tekstflarden van spreekstalmeester Torre Florim, die „walk the dog” op „Pepe the Frog” laat rijmen.‘Kitty Kitty’ en ‘I’m Out of Your Mind’ zijn instantklassiekers die ‘Witch Doctor’ achterna gaan als livefavorieten. Gefröbel met autotune in ‘Fake it till you Make it’ en het duet ‘Tie me Down’ met zangeres Luwten (Tessa Douwstra) brengen variatie, net als de ballad ‘Phoenix’ waarin Florim warempel over een melodieuze zangstem blijkt te beschikken. Kleine ontwikkelingen op een album dat als geheel een tamelijk voorzichtige pas op de plaats maakt. Jan Vollaard

  • ●●●●

    James Blake: Assume Form

    James BlakePop: Het is niet altijd makkelijk om het warmkloppende hart te ontdekken in de muziek van James Blake. De Britse producer/zanger heeft een dunne, naar falsethoogte stijgende stem die zich lijkt weg te draaien van al te diepe emotie. In combinatie met de gepolijste elektronische klanken die hij op esthetische wijze positioneert, wekt dat een koele indruk.Het contrast tussen Blake en bijvoorbeeld Moses Sumney, een van de gastzangers op zijn nieuwe, vierde album, lijkt groot: Sumney laat zich door zijn grillige uithalen onmiddellijk doorgronden.Vergeleken bij de opzwepende nummers, maakt Blake op Assume Form de meeste indruk in de langzame tracks. In ‘I’ll Come Too’ en ‘Are You In Love’ zingt Blake zonder autotune en klinkt hij verrassend teder.Assume Form is een stemmig album, waarin Blake steeds dieper durft te gaan. Dan komt ‘Where’s The Catch?’ met gemene dictie, en in razend tempo gerapt door André 3000, als een dansbare verrassing. Hester Carvalho

  • ●●●●●

    Soilwork: Verkligheten

    SoilworkMetal: Soilwork uit Zweden maakt stevige, melodieuze metal met refreinen die zo aanstekelijk zijn dat ze je wild meebrullend je stoel uit jagen. Ja, ik schrijf Zweden er maar bij, maar zodra de koortjes in ‘Full Moon Shoals’ of ‘Witan’ hoort, weet je dat dit uit het land van Ghost en ABBA komt. Dit is onvervalste Eurovisie-metal.Soilwork doet het net iets scherper dan genregenoten, zoals Amorphis en Dark Tranquillity, met soms een passage metalcore – luister maar naar de bruut hakkende opener ‘Arrival’. Maar het basisgeluid is retro heavy metal, vast onder invloed van zijproject The Night Flight Orchestra, waarin zanger Björn Strid en gitarist David Andersson hun liefde voor jaren tachtig hardrock botvieren.Een beetje vermoeiend is het wel. Soilwork kan een paar dingen heel goed (hard hakken – lief refreintje – herhalen), maar dat truukje ken je op een goed moment wel. De lompe mix, waarin alle dynamiek is gladgestukadoord, helpt niet mee. Peter van der Ploeg

  • ●●●●

    Miri: Bassekou Kouyaté & Ngoni Ba

    MiriPop: Van de toch al intensief tourende Malinese muzikanten was Bassekou Kouyaté de afgelopen jaren vermoedelijk het vaakst te zien op Europese podia. Terecht ook wel, want wat Kouyaté doet is eigenlijk altijd goed. Zo ook zijn nieuwe album Miri. Zijn hele carrière en ook zijn familieband Ngoni Ba draait om de ngoni, de kleine viersnarige luit. Toch speelt die op dit album een kleinere rol, hij ranselt het gitaartje niet in zijn bekende Hendrix-achtige stijl. Belangrijker is de kalme swing van de band die hij heerlijk kan opvoeren tot een stomende groove. De internationale oriëntatie is terug te horen in subtiele bijdragen van gastmuzikanten. Zo horen we Snarky Puppy’s Michael League en Dom Flemons van Carolina Chocolate Drops. Miri is bovenal een prettig luisterbaar Malinees album; een eerbetoon aan de grote muzikanten van het land, waarvan enkelen zelf meespelen, zoals Habib Koité en Afel Bocoum, en waartoe ook Kouyaté zelf behoort. Leendert van der Valk

  • ●●●●

    Steve Gunn: The Unseen In Between

    Steve GunnRock: Gitaarwonderen zijn gevaarlijk. Wie geniaal is, wil dat namelijk van de daken soleren, sliden en fingerpicken. Alleen: virtuoze notenvreters maken meestal geen goede liedjes. Gelukkig is er Steve Gunn. De Amerikaanse singer-songwriter is voormalig huurling van soulmate Kurt Vile, maar koos al snel voor een solocarrière. Dat leverde drie prachtige albums op vol bezwerende space-folk.Ook op zijn vierde album The Unseen In Between dartelen Gunns vingers als balletdansers over zijn gitaarhals. In het schijnbaar achteloos getokkel lijken alle continenten samen te smelten. Het bedwelmende ‘New Familiar’ begint als een kabbelend bergbeekje, maar mondt uit in een woest kolkende rivier. En waar Vile vooral stoned lijkt te stamelen, klinkt Gunn aangenaam breekbaar. In zijn mysterieuze stem schuilt huilende wanhoop. Dat maakt van ‘Stonehurst Cowboy’ een even eigenzinnige als ijzingwekkende oorlogsballade. Frank Provoost

  • ●●●●

    Joost: Albino

    JoostHiphop: Ondanks dat hij bekend werd als YouTuber met melige video’s, hoort Joost Klein niet bij de generatie internethypes die muziek is gaan maken voor wat hiphoppers de ‘clout’ noemen; het snelle geld en de bijbehorende aandacht. De vormgeving en de clips zien er gelikt uit, hij geeft een behoorlijke liveshow en is een clevere songwriter.Net als op eerder werk viert de zelfspot op zijn debuutalbum Albino hoogtij. De muziek is heerlijk roekeloos: door bassen overstuurde trapbeats vol meeuwengeluiden, en uptempo drum-’n-bass en house. Bovendien kent de rapper zijn klassiekers: hij geeft een draai aan ‘Per Spoor’ van Guus Meeuwis, leent slim een zanglijn van Kid Cudi en zet een Fatboy Slim-sample midden in een zin over voetbal om het Fifa ’99-gevoel terug te brengen. Tekstueel is het lol trappen met vrienden, verpakt in melige woordspelingen. Een piepklein emotioneel randje ontbreekt niet, maar Albino is vooral Joost z’n eigen speeltuin. Bowie van Loon