Tijdgebrek, argwaan, hooligans en de knieval voor geweld

Sinterklaasintocht Kick Out Zwarte Piet wilde in november vorig jaar bij 18 sinterklaasintochten actievoeren. Dat mislukte op de meeste plekken, ondanks een „bijkans heilig” demonstratierecht. Wat ging er fout?

Den Helder
Den Helder

‘Het spijt me oprecht, maar we kunnen op deze manier niet garanderen dat jullie op tijd aankomen.” Het is vrijdagavond, half twaalf, een dag voor de intocht van Sinterklaas. Actievoerder Mick Kemeling (32) ijsbeert tussen de verhuisdozen in zijn Helderse appartement. Vol ongeloof luistert hij naar politiecommissaris Stijn van Griensven. „Zoals gezegd: er zullen blokkades zijn op alle toevoerwegen naar Den Helder”, klinkt het door de telefoon. „Als jullie besluiten niet eerder te vertrekken, kan de bus uit Amsterdam niet bij de demonstratie aansluiten.”

Kemeling neemt contact op met Mitchell Esajas, een van de landelijke leiders van Kick Out Zwarte Piet. Ze voelen zich beduveld door de gemeente. Die kwam een paar uur eerder met de voorwaarde tachtig minuten vroeger te vertrekken om blokkades voor te zijn. Onmogelijk, menen de actievoerders. Hoe kunnen zij zo laat nog regelen dat de bus eerder bij het verhuurbedrijf mag worden opgehaald? En hoe moeten demonstranten van buiten Amsterdam zo vroeg op Station Bijlmer zien te komen?

De twee bedenken een list: ze sturen een nep-persbericht rond in de hoop eventuele blokkeerders te misleiden. Regionale en landelijke media nemen de volgende ochtend het ‘nieuwtje’ over: de busreis naar Den Helder is afgeblazen. Niettemin vertrekt er om tien voor negen een gele tourbus vanuit de Bijlmer. Esajas spreekt zijn vijftien mededemonstranten toe. Den Helder, zegt hij, wordt de ultieme proef.

Test voor demonstratierecht

Gesteund door een nieuw handboek voor burgemeesters en politie dat het demonstratierecht als „bijkans heilig” omschreef, kondigde Kick Out Zwarte Piet begin november aan bij achttien sinterklaasintochten te demonstreren. Het moest een test worden voor het Nederlandse demonstratierecht: kon de antiracisme-actiegroep, acht dagen na de veroordeling van de ‘blokkeerfriezen’, dit jaar zijn betogingen wél houden?

Op de meeste plekken ging het mis. De dreiging van hooligans zorgde voor een preventief demonstratieverbod aan de Nijmeegse intochtroute, vroegtijdig beëindigde betogingen in Den Haag, Eindhoven, Hilversum en Leeuwarden en een lastminuteverbod in Zwolle. In Apeldoorn bliezen de actievoerders hun demonstratie zelf af vanwege de komst van Go Ahead Eagles-hooligans uit Deventer. Er waren aanvallen door Zwarte Piet-voorstanders in Groningen en Rotterdam en de Tilburgse politie arresteerde 48 voorstanders – een enkeling met boksbeugel of vlindermes – die „het kennelijke doel hadden de demonstratie te verhinderen”.

Wat ging er fout? Uit gesprekken met burgemeesters en anti-Zwarte Piet-actieleiders uit twaalf gemeenten en andere betrokkenen blijkt dat tijdgebrek het lastig maakte voor gemeenten om de demonstraties goed voor te bereiden. Wederzijds wantrouwen en gebrek aan ervaring bij gemeenten en actievoerders leidden tot een race tegen de klok van onderhandelingen en late besluiten. „Alles is mogelijk”, concludeert Stijn van Griensven, eindverantwoordelijk voor het politieoptreden in Den Helder, Hoorn en bij de landelijke intocht in Zaanstad. „Maar niet in twee, drie dagen.”

Een veilige sinterklaasintocht vergt volgens de politiecommissaris „heel wat social engineering”. In Zaanstad oefenden honderden betrokken agenten tig demonstratiescenario’s. Er was een dialoogavond tussen voor- en tegenstanders van Zwarte Piet en de agenten bij de demonstratievakken werden getraind naar het voorbeeld van de „praatpolitie”: deëscaleren door in gesprek te gaan. De demonstranten voor en tegen stonden aan weerszijden van de Zaan – Van Griensven: „Dan kon altijd nog de brug open” – en leden van het links-extremistische clubje De Grauwe Eeuw kregen een gebiedsverbod of werden vastgezet. Hooliganpolitie stond stand-by, evenals een officier van justitie die uitingen op strafbaarheid beoordeelde.

Maar waar Zaanstad vijf maanden voorbereidingstijd had, moesten andere gemeenten het met een paar dagen doen. Demonstranten moeten – afhankelijk van de gemeente – uiterlijk 48, 72 of 96 uur voor hun protest de burgemeester inlichten. In de moeilijke omstandigheden van zoveel gelijktijdige, zeer beladen protesten bleek dit vaak echter onvoldoende, mede doordat argwaan het maken van afspraken bemoeilijkte.

Beslopen door de Z-side

In Groningen hoorden actievoerders een dag voor de intocht dat ze met de bus moesten, omdat hooligans uit waren op een confrontatie. Een kerngroep communiceerde via het versleutelde chatprogramma Signal, maar anderen hadden zich niet of via-via aangemeld en dus lukte het actieleider Dimitri Knobbe (46) niet meer alle demonstranten te bereiken. „Ik kan een geheime verzamellocatie moeilijk op Facebook zetten, toch?” Bovendien vertrouwen sommige actievoerders het niet. Het wordt voor de politie makkelijk de groep tegen te houden als ze allemaal in de bus zitten.

De anti-Zwarte Piet-demonstranten die op eigen houtje gaan, wachten in het stadscentrum op de anderen. Daar worden ze beslopen door zo’n veertig FC Groningen-aanhangers. De voorste acht pakken de actievoerders hun protestborden af en duwen een van hen hardhandig naar de grond. De politie is te laat. Volgens burgemeester Peter den Oudsten (PvdA) had het voorkomen kunnen worden „als de demonstranten allemaal samen onder politiebegeleiding hadden gereisd”.

In Den Helder hoort politiecommissaris Van Griensven een dag voor de intocht dat „de bus uit Amsterdam” naar de Kop van Noord-Holland komt. Hij vreest „het Dokkum-scenario”. Het is tegenstanders van Kick Out Zwarte Piet menens, weet hij. Wijkagenten vroegen de Heldenaren naar het „warm onthaal” dat zij de demonstranten via social media beloofden. „Al worden we ervoor vervolgd”, was het antwoord. „Den Helder komen ze niet in.”

Even overweegt de politie een bus naar Amsterdam te sturen, maar ze vreest partijdig over te komen. Intussen verdenken de demonstranten de autoriteiten ervan hun betoging onmogelijk te maken. Ze moesten ineens zelf voor gecertificeerde beveiligers zorgen. En ze waren al wantrouwig door eerdere ervaringen: de arrestaties bij hun protesten in Dordrecht (2011) en Rotterdam (2016) werden achteraf onterecht bevonden door de Nationale Ombudsman en een bezwaarcommissie. In Gouda (2014) werden op één na de zaken van alle negentig arrestanten geseponeerd en in Dokkum (2017) grepen autoriteiten niet in terwijl kwaadwillenden zich langs autowegen en in de stad verzamelden.

Actieleider Mick Kemeling heeft die vrijdag twee keer spoedberaad op het Helderse stadhuis. Hij, Esajas, politie, gemeente en Van Griensven bellen veelvuldig met elkaar. Het is een principekwestie voor Esajas dat de politie na Dokkum „niet opnieuw buigt voor de dreiging van geweld”.

Die zaterdag wordt de bus ter hoogte van Alkmaar onderschept. De burgemeester van Den Helder, Koen Schuiling (VVD), voelt zich gepiepeld. De demonstranten hebben zich „niet aan de afspraken gehouden”. Die zijn eenzijdig opgelegd en te laat gecommuniceerd, werpen de actievoerders tegen. De politie geeft twee opties: tegengehouden worden of demonstreren op een B-locatie. Volgens Schuiling valt hun aankomst in Den Helder mogelijk samen met die van de Sint en hij wil dan geen „geduw en getrek” met tegendemonstranten. De actievoerders besluiten om te keren en zich bij de demonstratie in Amstelveen te voegen.

Bijna dertig Helderse ambtenaren hebben dan – nagenoeg voor niets – ruim vierhonderd uur besteed aan de spoedvoorbereidingen. „Als je toch zo begaan bent met het onderwerp, neem je verantwoordelijkheid en meld je ruim tevoren”, hekelt Schuiling de kennisgeving van de actievoerders, die een dag voor de deadline binnenkwam. „De Sint komt al een paar honderd jaar in november aan.”

Volgens Gerbrig Klos van Amnesty International, die de bus als waarnemer volgde, waren de actievoerders gewoon op tijd geweest als de politie ze niet zeker een uur had stilgezet. En demonstranten kun je pas tegenhouden als ze in overtreding zijn, zegt Klos, niet halverwege.

Bovendien is het negeren van afspraken of laat zijn volgens demonstratierechtexpert Berend Roorda (Rijksuniversiteit Groningen) op zichzelf geen reden een demonstratie te verbieden. En op wiens gezag werd de bus gestopt? De bevoegdheid van de Helderse burgemeester reikt tot aan de gemeentegrens, niet tot aan Alkmaar.

‘Nijmeegs verbod was misser’

Burgemeesters zijn volgens Roorda onvoldoende op de hoogte van de spelregels bij demonstraties. Zo vormde de verplichte beveiliging in Den Helder een „niet-toegestane” financiële drempel voor protest. En ook in Hoorn ging de burgemeester de fout in, zegt Roorda. Daar werd een banner-in-huisstijl van Kick Out Zwarte Piet gevorderd omdat tegenstanders hun actie afbliezen toen ze hoorden dat Hoornse actievoerders en niet de landelijke club achter het protest zaten. Maar, zegt Roorda, spandoeken innemen mag alleen wanneer er iets strafbaars op staat. Als gevreesd wordt voor een agressieve reactie, moet er meer politie komen, niet meer beperkingen.

Zo was ook het preventieve demonstratieverbod aan de Nijmeegse intochtroute volgens Roorda een juridische misser. Burgemeesters mogen volgens de wet alleen beperkingen of – in een uiterste geval – een verbod opleggen om de volksgezondheid en verkeersveiligheid te beschermen of om wanordelijkheden tegen te gaan. Bij vrees voor een gewelddadige reactie moet om meer agenten worden verzocht, desnoods bij andere eenheden. Een demonstratie mag in zo’n geval pas verboden worden bij „bestuurlijke overmacht”, als zelfs heel veel extra politie-inzet een dreiging niet kan verhelpen.

In maart schreef de Nationale Ombudsman in een kritische evaluatie dat burgemeesters neigen naar „risicomijdend gedrag”. Er volgden een Kamerdebat, een rondgang van minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) langs burgemeesters en – kort voor het sinterklaasweekend – het demonstratiehandboek en blokkeerfriezenvonnis. Desondanks zijn burgemeesters zich volgens Roorda nog steeds onvoldoende bewust van het signaal dat ervan uitgaat als zij „een knieval maken voor de dreiging van geweld”.

Zo verbood de Zwolse burgemeester Henk Jan Meijer (VVD) de Kick Out Zwarte Piet-demonstratie in zijn stad omdat zeventig tegenstanders – deels PEC Zwolle-hooligans – zich verzameld hadden bij het demonstratievak. Zo’n twintig agenten zouden de actievoerders naar het vak begeleiden, daar stonden nog eens zeker 25 ME’ers klaar. Was dat nog niet voldoende geweest om de achttien demonstranten te beschermen, zegt Roorda, dan had de burgemeester bovendien andere eenheden om extra agenten kunnen verzoeken, bijvoorbeeld in Apeldoorn, waar de demonstratie was afgelast. Meijer deed dit naar eigen zeggen niet omdat „uit het veiligheidsbeeld bleek dat een forse confrontatie tussen de demonstranten en de georganiseerde tegenreactie onvermijdelijk was”.

Maar, zegt Roorda, de burgemeester had de tegenstanders een samenscholings- of gebiedsverbod kunnen opleggen, zoals in Hoorn en Tilburg gebeurde. „Je wilt koste wat kost voorkomen dat je het signaal afgeeft dat het loont om een demonstratie tegen te houden”, aldus Roorda. „Anders verlies je als burgemeester van de gewelddadige groepering in je stad.” En in het uiterste geval dat je een verbod instelt, zegt hij, „treed dan in ieder geval hard op tegen de mensen die de demonstratie onmogelijk willen maken”.

Een beroep op bestuurlijke overmacht is in dit geval volgens Roorda sowieso lastig. Het is elk jaar onrustig rondom demonstraties van Kick Out Zwarte Piet en tegendemonstranten in verschillende steden hadden aangegeven de demonstraties onmogelijk te maken. En dus hadden burgemeesters maatregelen kunnen treffen. Ook in Zwolle, waar de politie twee dagen voor de intocht contact had met informanten binnen de hooligangroep.

Maar volgens de burgemeesters is het lastig op zo’n korte termijn een exact beeld te krijgen van een online geuite dreiging. Tot een half uur voor aanvang, toen Meijer de Zwolse demonstratie verbood, had hij naar eigen zeggen er alles aan gedaan om de demonstratie door te laten gaan. En een Rotterdamse rechter oordeelde vorig jaar dat burgemeesters de context van demonstraties mee mogen wegen in hun overwegingen over eventuele beperkingen. Meijer: „Wil je nu echt de mogelijkheid van gewelddadige arrestaties in de buurt van kinderen?”

‘Institutioneel racisme’

In november 2019 wil Kick Out Zwarte Piet opnieuw in veel gemeenten demonstreren. In de tussentijd probeert de actiegroep door juridische stappen tot scherpere jurisprudentie te komen over het demonstratierecht. Eind december diende hun advocaat bezwaren in tegen het handelen van acht burgemeesters. Klachten tegen verschillende politie-eenheden volgen, zegt Mitchell Esajas.

De actievoerders willen zich zo inzetten op twee fronten. Naast het protest tegen Zwarte Piet voeren zij strijd tegen „institutioneel racisme”, dat zij gerepresenteerd zien in de moeite die het hun elk jaar kost om te demonstreren. Esajas: „Wij testen met onze demonstraties de rechtsstaat en in hoeverre die voor iedereen geldt.”

    • Kasper van Laarhoven