Oorlogsdier

is visser en doet verslag vanaf de waterkant. Deel 13: Wat je echt nodig hebt om karper te vangen.

Listig, oersterk, loodzwaar, schubben als daalders, kan honderd worden. De koning van de rivier draagt mooie kostuums: schubkarper, kruiskarper, graskarper, spiegelkarper.

In het pre-koelkast tijdperk werd-ie op zolder in het stof gelegd. Geweldig gespartel. ‘Lawaai maken als een karper op zolder’, zeiden ze vroeger. Je had ook koks die ze in de kelder ophingen met een in rode wijn gedrenkte prop in de bek. Zo leefden ze dagen, soms weken. Een kostbare delicatesse. Bestemd voor de gegoede burgerij. De vis duikt voor het eerst op in een geschrift uit 1285, precies aan m’n overkant, Dordrecht. Daar stond-ie op een rekening van 6,5 stuiver; uitzonderlijk hoge prijs voor die tijd.

Deze rivierkoning komt echter allang niet meer voor op de menukaart. Alleen voor Tsjechen en Polen vind je ’m nog wel eens op ’n viskraam. In ons land is de karper een exclusief plezierdier geworden, of liever: oorlogsdier. Loop een hengelwinkel binnen, zoek de karperafdeling, en het duizelt je. Complete ruimtes die uitpuilen van de gereedschappen en accessoires waarmee je je als karpervisser schijnt te moeten wapenen. Niet alleen molens, hengels en schepnetten, nee, speciaal karperschoeisel, karperbroeken, karperbrillen, karpermutsen, karpertenten, karpertassen, shirts, onthaakmatten, onderwatercamera’s, elektronische piepers, beetmelders, hoofdlampen, weegschalen, kachels, boxen, paraplu’s, bomberjacks – alles in legergroene schutkleuren. Naast de zakken geheimzinnige lokvoerrecepten – maizena, griesmeel, sacharine, zwavel, ammoniak, Chinese pijpaarde, puddingpoeder, aardappelmeel, raapzaad, paardenlever, varkensworst, parkietenzaad, Franse klaver, gedroogde meikevers, bananenpoeder, slijkwormen, ossenbloed – staan dozen vol kinky klinkende munitievoorraden: stickmixen, boiliemixen, dips, flavours, particles, pellets, popups. Alleen de bak met handgranaten ontbreekt nog.

Blijft de overwinning uit, geen nood, de industrie bedacht een maritieme tactiek: ‘bait boat’. Een voetgroot bakbootje met afstandsbediening. Je loost het lokaas enkele dagen op dezelfde vijverplek, de vis raakt vertrouwd – en dan toeslaan. Dit malle bootje, dat vaker omvalt dan vaart, kost 600 ballen.

Even een sommetje. Wie vandaag enigszins serieus geëquipeerd een karper te lijf wil gaan, telt bij de kassa circa 1,5 mille neer. Dus als u ergens langs de waterkant een militair commando ziet bivakkeren, schrik niet, geen terreur of aanslag, het is een karpervisser.

Mag ik u, opnieuw, een geheim verklappen? Jarenlang, toen ik er nog schik in had, ving ik karpers bij de vleet. Soms wel tien op een ochtend! Weet u hoe? Half witje van de Aldi. 70 cent. Geen bril, geen broek, geen tent, geen pieper, geen bootje. Gewoon ’n broodkorstje. Dat vouwde ik dubbel, haakje erin verstoppen, werpen – en hijsen maar. Het is wit en het drijft, dat maakt karpers dolzinnig.

Maar: pas op voor de eenden. Anders heeft u, zoals mij eens overkwam, in plaats van ’n vis een hysterische kwaker aan de haak.