Recensie

Onsentimentele docu over een uitzichtloze situatie

Documentaire Tranentrekkend wordt ‘Kabul, City in The Wind’ nooit, maar de documentaire toont wel hoe de levens van Afghaanse buschauffeurs op elk niveau doordrongen zijn van geweld.

‘Kabul, City in the Wind’ kreeg afgelopen november de Special Jury Award voor beste debuut op documentairefestival IDFA.
‘Kabul, City in the Wind’ kreeg afgelopen november de Special Jury Award voor beste debuut op documentairefestival IDFA.

Enkele Afghaanse buschauffeurs in de documentaire Kabul, City in The Wind vertellen dat ze op elk moment opgeblazen kunnen worden, het is voor hen iets normaals geworden. Nadat ze op hun telefoon even door het nieuws over een recente aanslag hebben gescrold, begint een van hen over de sneeuw die volgende week zal vallen.

In zijn eerste lange documentaire toont regisseur Aboozar Amini (1985) de stoffige Afghaanse hoofdstad badend in zacht winterlicht. Zijn focus ligt op de bewoners die zo goed en zo kwaad als ze kunnen een normaal leven leiden in het door politiek en religieus geweld geteisterde Kabul.

Amini werd zelf geboren in Afghanistan, maar kwam als veertienjarige met zijn broer naar Nederland. Hij studeerde aan de Rietveld Academie en de prestigieuze London Film School. Kabul, City in The Wind was afgelopen november de openingsfilm van IDFA en kreeg er de Special Jury Award voor beste debuut.

De kracht van de film zijn de drie aandoenlijke hoofdfiguren die de regisseur heeft gevonden en mag volgen. Zo laat de verwaaid uitziende buschauffeur Abas zich filmen terwijl hij aan zijn gammele bus sleutelt, zingend door de stad rijdt en op vrije momenten hasj rookt. Zonder terughoudendheid of gehengel naar medelijden vertelt hij over zijn uitzichtloze situatie of zien we hem genieten van de rustige momenten met zijn kinderen. En dan zijn er de twee broertjes, Afshin en Benjamin, die klusjes doen voor hun moeder en de kijker meenemen door de met stof bedekte, gehavende stad. Amini toont hoe de levens van deze bewoners op elk niveau doordrongen zijn van geweld. Zeer expliciet wordt het in de dromen van de hoofdfiguren die ze in de camera vertellen; zelfs de vierjarige Benjamin beschrijft beelden vol wapens en aanslagen.

Tegelijkertijd wordt het nergens tranentrekkend, we zien Abas ook als een echte sjacheraar geld aftroggelen van collega’s; de oorlog is niet verantwoordelijk voor alle problemen in zijn leven. Naast sentimentaliteit, vermijdt Amini vakkundig uitleggerigheid. Veel zaken blijven wat vaag, zo is bijvoorbeeld onduidelijk door wie de vader van Afshin en Benjamin exact wordt bedreigd. Maar misschien is ook dat veelzeggend; met religie of politiek lijken veel bewoners niet echt bezig. Wel met de afbetaling van hun bus of de boodschappen.

    • Sabeth Snijders