De Palestijnen in Oost-Jeruzalem die uit hun huis worden gezet

Landrechten Steeds weer krijgen Palestijnen in Oost-Jeruzalem te horen dat ze hun huis uit moeten omdat hun eigendom door Joodse instellingen wordt betwist. Voor gerechtigheid wenden ze zich tot Israëlische rechtbanken – vaak vergeefs.

De wijk Sheikh Jarrah in Oost-Jeruzalem
De wijk Sheikh Jarrah in Oost-Jeruzalem Foto Mostafa Alkharouf/Anadolu Agency/Getty Images

Mohammed Sabbagh (70) klinkt vermoeid en verslagen aan de telefoon. „Ik ben het vertrouwen kwijt.” Jarenlang heeft hij via de rechter geprobeerd te voorkomen dat hij en zijn familie uit hun huis in Oost-Jeruzalem worden gezet. Twee weken geleden nam het Israëlische Hooggerechtshof het laatste negatieve besluit; Sabbagh en zijn gezin hebben tot volgende week om hun spullen te pakken.

Landrechten in Jeruzalem worden bepaald door een juridische lappendeken die structureel in het nadeel van de Palestijnen uitpakt. Historische eigendomspapieren zijn nauwelijks te achterhalen, huizen wisselden van eigenaar zonder dat duidelijk was van wie de grond was, registratiesystemen uit verschillende periodes zijn onvolledig en soms tegenstrijdig, en verdreven huiseigenaren vallen volgens de Israëlische wet in verschillende categorieën met bijbehorende rechten.

In een eerder gesprek, bij hem thuis, klampte Mohammed Sabbagh zich nog vast aan elk juridisch detail dat zijn advocaten dachten te kunnen aangrijpen om het Hooggerechtshof te overtuigen. Nu is de juridische weg definitief afgesloten. Niet alleen de Sabbaghs, ook tientallen andere Palestijnse families in de wijk Sjeikh Jarrah dreigen hun huizen te verliezen. In de wijk Silwan nadert een andere grote rechtszaak zijn einde, waardoor 700 mensen op straat kunnen komen te staan.

We wachten op de dag dat ze ons eruit gooien. We weten dat die komt.

62 jaar geleden was de vader van Mohammed Sabbagh een van de gelukkigen die een woning kreeg toegewezen in Sjeikh Jarrah. Na hun vlucht uit Jaffa hadden ze jarenlang bij een tante in de garage gewoond. „Vader joeg ’s nachts met een bezem en een zaklantaarn op hagedissen”, herinnert Mohammeds jongere broer Rabieh Sabbagh (66) zich die periode. „Het was een hele verandering om van één kamertje naar een huis met zitkamer te gaan.” Het huis werd steeds uitgebreid met een nieuw appartement als er een broer trouwde; nu wonen er zo’n veertig familieleden in het gebouw.

Nadat Israël in de Zesdaagse Oorlog van 1967 de controle over Oost-Jeruzalem had overgenomen van Jordanië, ontstond discussie van wie de grond eigenlijk was waarop hun huis was gebouwd. Een groep Joodse investeerders kocht de grond in 2003 van twee joodse stichtingen die het eigendomsrecht claimden en voert sindsdien rechtszaken om de Palestijnse bewoners hun huizen uit te krijgen. De wijkbewoners houden wekelijkse protesten sinds tien jaar geleden enkele gezinnen werden uitgezet.

Lees ook: hoe is het om te leven in de spookstad die Hebron is geworden?

Ottomaanse documenten

Van wie is deze grond? Het lijkt zo’n simpele vraag. In Jeruzalem is het dat niet. Van veel grond is moeilijk te achterhalen wie de oorspronkelijke eigenaar was. Sommige stukken land waren in de Ottomaanse tijd privébezit, andere werden beheerd door joodse, christelijke of islamitische stichtingen. In de Britse mandaatperiode werd grond soms op naam van lokale leiders geregistreerd als de echte bezitter niet bekend was. Advocaten van de Sabbaghs haalden Ottomaanse en Britse documenten uit Turkije in een poging het eigenaarschap van de joodse stichtingen te betwisten, maar het Hooggerechtshof weigerde die te bestuderen. „Het komt erop neer dat niemand kan bewijzen dat de grond van hem is”, zegt Rabieh Sabbagh.

Bovendien raakten tijdens de oorlog van 1948 tussen het net gestichte Israël en de Arabische buurlanden mensen ontheemd aan beide kanten van wat nu de scheidslijn tussen Oost- en West-Jeruzalem is. Het eigendom van vertrokken huis- en landeigenaren kwam in handen van Israëlische respectievelijk Jordaanse instellingen die het bezit van „afwezigen” moesten beheren. Joodse vluchtelingen en immigranten werden in leegstaande huizen van Palestijnen geplaatst, en vice versa.

Maar terwijl na 1967 Joodse eigenaren hun grond in Oost-Jeruzalem via de autoriteiten konden terugclaimen, gold dat niet voor Palestijnen die land bezaten in West-Jeruzalem of in andere Israëlische steden. „Mijn vader had grond in Jaffa”, zegt Mohammed Sabbagh. „Hij heeft wel eens tegen een rechter gezegd: geef mij die grond maar terug, dan huisvest ik al die mensen die jullie hier willen uitzetten.”

Een aantal joodse organisaties, zoals Ateret Cohanim dat actief is in Silwan en projectontwikkelaar Nahalat Shimon in Sjeikh Jarrah, hebben expliciet tot doel de overwegend Palestijnse wijken „terug te geven” aan Joden. De Palestijnse families huren advocaten in, meestal op kosten van de Palestijnse Autoriteit of non-gouvernementele organisaties, om uitzettingen te voorkomen. Nieuwe woonruimte vinden in Jeruzalem is moeilijk. Bij het Hooggerechtshof omhelst Fawziyya el-Kurd haar voormalige buurtgenoten. „Ik werd in 2008 uit mijn huis in Sjeikh Jarrah gezet”, vertelt ze. „Nu woon ik bij mijn kinderen.”

Muhammed Sabbagh vertelt over zijn woning. Hij is bang zijn huis in Oost-Jeruzalem kwijt te raken.
Foto Mostafa Alkharouf/Anadolu Agency/Getty Images
Muhammed Sabbagh vertelt over zijn woning. Hij is bang zijn huis in Oost-Jeruzalem kwijt te raken.
Foto’s Mostafa Alkharouf/Anadolu Agency/Getty Images

In 2018 kondigde Israël aan alle grond in Jeruzalem te willen registreren. Vooral in de oude stadswijken zijn grote stukken grond ongeregistreerd – deels doordat de wijken chaotisch gebouwd zijn, deels doordat de oorspronkelijke eigenaars lastiger te achterhalen zijn. Het registratieproject is niet zomaar een oplossing voor administratieve gaten, waarschuwt analist Ofer Zalzberg van de International Crisis Group. Het zal het volgens Zalzberg nog makkelijker maken om Palestijnen uit hun huizen te zetten. Behalve dat het eigendom moeilijk aan te tonen is, zullen Palestijnse eigenaren in het buitenland de procedure niet willen erkennen omdat ze daarmee ook Israëlische zeggenschap over Oost-Jeruzalem zouden erkennen, terwijl zij dit als bezet gebied beschouwen. „Alles wat ongeregistreerd blijft, loopt het risico eigendom van de Israëlische autoriteiten te worden.”

Tijdens de rechtszitting over Sjeikh Jarrah reageren de advocaten van Nahalat Shimon geïrriteerd op vragen. „Dit is een puur juridische kwestie, we hebben er niets over te zeggen.” Daarmee ontkennen ze volgens vakgenoten de ongelijkheden in het rechtssysteem. „Als het speelveld ongelijk is, kun je niet verwachten dat de uitkomst van het spel fair is”, zegt jurist Joshua Schoffman tijdens een conferentie over landrechten bij de Hebrew University. „Het is de plicht van de staat het veld gelijker te maken.”

De inwoners van de Palestijnse wijken hebben „geen andere keuze” dan hun hoop tegen beter weten in op de Israëlische rechtbanken te vestigen – tot de juridische mogelijkheden zijn uitgeput. „We wachten op de dag dat ze ons eruit gooien”, zegt Mohammed Sabbagh. „We weten dat die komt.”