‘Nederlandse fiscus te gretig’

Deze rubriek belicht elke week kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week Europees recht.

Foto Getty Images

De steward uit Letland werkte de laatste vijf maanden van 2013 voor het Nederlandse bedrijf Oceanwide Offshore Services, op een zeeschip dat onder de vlag van de Bahama’s op de Noordzee voer, boven het Duitse deel van het continentaal plat. Hij kreeg van de Nederlandse fiscus een navordering voor betaling van sociale premies. De Let vocht de aanslag aan en in hoger beroep legde de Hoge Raad het geschil voor aan het Europees Hof met de vraag onder welk stelsel van sociale zekerheid de Let valt: dat van het land waar het bedrijf is gevestigd waarvoor hij werkte (Nederland), of dat van zijn woonland (Letland)?

Doorgaans geeft het werkland de doorslag, maar daarvan is nu geen sprake, omdat het schip in de desbetreffende periode buiten de EU voer. In zijn advies aan het Hof concludeerde de advocaat-generaal eerder deze maand dat uit de context en de doelen van de Europese spelregels moet worden afgeleid dat op de Letse steward het sociale regime van zijn woonland van toepassing is. Derhalve deugt volgens hem de Nederlandse navordering niet. Het Hof beslist binnenkort.

www.curia.europa.eu:ECLI:EU:C:2019:10