Opinie

    • Maxim Februari

Heel Europa spreekt een mengtaal, dat is de cultuur

Maxim Februari

Een redacteur van een literaire uitgeverij sprak me ooit toe over het gebruik van Germaanse en Romaanse woorden. Volgens hem moest je in Nederlandse teksten een juiste balans tussen de twee zien te vinden, een juiste afwisseling van robuustheid en melodie. Zijn lievelingsvoorbeeld haalde hij uit het Engels: de beroemde eerste zin van Keats’ gedicht ‘Endymion’: A thing of beauty is a joy for ever. Daarin heerst een werkelijk volmaakte harmonie. Thing, Ding, ding is Germaans. Beauty, beauté: Romaans. Joy, joie: Romaans. Ever, immer: Germaans.

Deze week bevestigen Frankrijk en Duitsland hun band en tekenen een verdrag om hun samenwerking te versterken, en dus is het tijd voor een onderzoek naar hun talen. In eurosceptische kringen is men niet blij met het verdrag. De tekst, lees ik op een argwanende site, roept een Duits-Franse moloch in het leven die Nederland als eerste zal verpletteren. Een bezoeker van de site noemt Europa een reus op lemen voeten, „want een volk zijn we niet, we spreken niet dezelfde taal of cultuur”. Maar is dat echt zo? Spreken we niet dezelfde cultuur?

Engelsen spreken in feite een soort Frans en Duits door elkaar: Engels is een mengtaal. Het is dus niet vreemd dat een echte Brit als John Keats met zijn prachtige mengzin komt, en het is des te vreemder dat het Verenigd Koninkrijk zich zo koppig uniek waant in Europa. Het Nederlands is juist wel een waarlijk Germaanse taal, maar daar valt dan weer weinig van te merken, door de sterke invloed vanuit de Romaanse talen. Die invloed, het zal u niet verbazen, valt volgens velen toe te schrijven aan de elite, die zich graag aanstelt in het Frans.

Het Algemeen Nederlandsch Verbond, eind negentiende eeuw opgericht om de Nederlandse taal en cultuur te bevorderen, stelde in de eerste helft van de twintigste eeuw een woordenlijst op om leenwoorden – „insluipsels in onze taal” – te weren. In de inleiding mopperde het Verbond op leenwoorden uit het Engels en het Duits, maar de grootste ergernis betrof insluipsels uit het Frans. Woorden en constructies die opduiken „in de taal der kultuurdragende kringen”, onder „fijne en diepzinnige kunstkenners”. Weg ermee! Een woord als ‘automobiel’? Houd toch op!

In onze eigen tijd biedt de Bond Tegen Leenwoorden ons opnieuw zo’n woordenlijst aan. Op alfabet – ‘kies een boekstaaf’ – kun je daar zoeken naar alternatieven. Nee, wisselkeuzes. Vervang het Romaanse ‘aalmoes’ door het Germaanse ‘deernisgift’. Het Griekse ‘zoöloog’ door het Germaanse ‘dierkundige’. Betreed je vervolgens de wikiwereld, dan vind je het wikibook ‘Romaanse woorden in het Nederlands met een Germaans alternatief’. Daar kun je nog meer wisselkeuzes opzoeken voor Latijnsige, Spaansige of Fransige woorden. Zeg niet ‘pijn’ maar ‘smart’. Zeg niet ‘beest’ maar ‘dier’.

Ik zou hier niet over zijn begonnen als me niet iets vreemds was opgevallen aan de taal van degenen die bezwaar maken tegen toenadering tussen Duitsland en Frankrijk. In Duitsland zijn dat allereerst de aanhangers van de uiterst rechtse partij Alternative für Deutschland. Als ik de partij was, zou ik zeggen ‘Wisselkeuzen voor Duitsland’. Dan zou ik trouwens ook gewoon zeggen dat ik uiterst rechts was, maar leider Alexander Gauland omarmt zelf de Romaanse term ‘populisme’.

De partij noemt zichzelf vervolgens ‘demokratisch’. De Bond tegen Leenwoorden noemt dat ‘volksmachtgezind’. In die volksmachtgezinde hoedanigheid keert de nieuwe partij zich tegen de ‘etablierte Altparteien’, de geëtableerde, pardon, gevestigde oude partijen. En over het Duits-Franse verdrag dat Merkel deze week met Macron ondertekent, heeft de partij al deftig gezegd dat het leidt tot uitholling van de nationale soevereiniteit, en dus tot minder subsidiariteit en meer dirigisme. Souveränität, Subsidiarität, Dirigismus? Kom op, zo houd je de Fransen niet buiten. Wil je het verdrag echt tegenspreken, dan moet je roepen om meer zelfstandigheid, meer terughoudendheid van de hogere machten en minder sturing.

Dit zeg ik allemaal niet omdat ik de taal wil germaniseren, bewaar me. Maar het is wel eens goed te benadrukken dat iedereen in Europa een mengtaal gebruikt en dat we allemaal dezelfde cultuur spreken, al denken de eurosceptici van niet. Die sceptici hanteren zelf gretig het vocabulaire van de elitaire kosmopolieten en proberen indruk te maken met teksten vol ‘interventies’, ‘privileges’, ‘allianties’ en ‘constituties’. Best logisch, want je hebt een flinke schep Romaans nodig om in onze contreien carrière te maken en jezelf pontificaal te etableren.

Zeg dus niet dat Europa geen cultuur deelt, is de conclusie, want mengtaal rules. Pardon… regeert. Sorry… heerst.

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.