Opinie

De mooie biopic van ‘Rode Rosa’

Peter de Bruijn De revolutionair Rosa Luxemburg werd honderd jaar geleden vermoord door rechtse paramilitairen. Over haar opmerkelijke leven is een nieuwe biografie verschenen, maar een nieuwe speelfilm zit er niet in. Gelukkig is er in 1986 een goede gemaakt.

Peter de Bruijn

Wat dit gedenkjaar van de honderdste sterfdag van Rosa Luxemburg verder nog mag brengen, een nieuwe biopic zit voorlopig niet in het vat. Honderd jaar geleden werden de leiders van de Spartakus-opstand in Berlijn, Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht, door rechtse paramilitairen vermoord. Haar lichaam werd gedumpt in het Landwehrkanal. Luxemburgs honderdste sterfjaar was in Duitsland aanleiding voor een nieuwe, dikke biografie (van historicus Ernst Piper) en op de website van de zender Arte is een nieuwe documentaire te zien over ‘rode Rosa’. Maar de speelfilmmakers laten het afweten. Zo blijft de teller welgeteld op één staan, als het gaat om biografische speelfilms over deze opmerkelijke vrouw, die wel meer aandacht verdient. Gelukkig is die ene film wel een goede.

In 1986 tekende Margarethe von Trotta voor Rosa Luxemburg met Barbara Sukowa in de hoofdrol; het Franse StudioCanal brengt later deze maand een digitaal gerestaureerde versie uit van de film. Inmiddels weten we dat de film de eerste was in een reeks films over Grote Vrouwen die Von Trotta heeft gemaakt, zoals Vision – Aus dem Leben der Hildegard von Bingen (2009) en Hannah Arendt (2012) – steeds met Sukowa in de hoofdrol.

Von Trotta concentreerde zich op de persoonlijkheid achter de revolutionair: Luxemburgs liefde voor de natuur, haar gecompliceerde liefdesleven – haar minnaar Leo Jogiches had vooral oog voor de komende wereldrevolutie – en haar vaak amusant scherpe tong. Onverbeterlijk kleinburgerlijk misschien, zo’n persoonlijke en intieme aanpak, maar de film heeft er baat bij. Von Trotta baseerde zich vooral op de brieven van Luxemburg, die ze indertijd moest lezen in de archieven van de toenmalige DDR. Daarin stuitte ze op pareltjes als: „Mijn innerlijk behoort meer de koolmees toe dan de kameraden.”

Von Trotta kreeg in Oost-Berlijn assistentie van historica Annelies Laschitza, die over haar rapporteerde bij de autoriteiten, maar haar ook adviseerde om van de film geen coproductie te maken met de Oost-Duitsers, omdat ze dan haar vrijheid van meningsuiting kwijt zou zijn. Niettemin besloot Von Trotta om het aspect van Luxemburgs denken dat in de DDR taboe was – haar scherpe kritiek op Lenins dictatoriale opvattingen – niet in de film op te nemen. Vanwege haar kritiek op Lenin was Luxemburg altijd een ingewikkelde figuur voor de DDR-machthebbers. Haar portret verscheen weliswaar op een postzegel, maar haar afwijzing van de almachtige voorhoedepartij in de Sovjet-Unie was taboe. Dissidenten riepen haar naam graag aan bij protesten.

Mooi is dat Von Trotta Luxemburg niet reduceert tot haar droevige einde en haar status als martelaar. Ze laat haar vooral schitteren in haar gloriejaren voor de Eerste Wereldoorlog, toen ze als spreker zaal na zaal veroverde en in vlammende toespraken waarschuwde voor militarisme en de dreigende catastrofe van een grote oorlog. Rosa Luxemburg is in de visie van Margarethe von Trotta vooral een vitale en moedige vrouw, die vaker gelijk kreeg dan dat ze zich vergiste.

Peter de Bruijn is filmrecensent.