Opinie

Aandacht

Ellen Deckwitz

Ik overweeg WhatsApp van mijn telefoon te gooien. Het is in die twee jaar (ja, ik ben een laatbloeier) dat ik eraan doe een bron van voortdurende stress geworden. De onrust wanneer je een berichtje krijgt, de onrust als je er geen krijgt, de verslaving maar ook de verplichting om te reageren. Naar verluidt ontvangen we gemiddeld 65 berichten per dag en in mijn geval betekent dat 65 onrustige momenten per etmaal.

In een poging tot transcendentie zette ik vanochtend mijn mobiel op vliegtuigstand en verdiepte me in het essay voor de maand van de spiritualiteit, dit jaar geschreven door Stine Jensen. In Eerste liefde stelt ze dat liefde een voortdurende handel in aandacht is, die bovendien met de nodige pressie gepaard gaat: „het is een eis en een opdracht: gij zult mij aandacht geven”. Potverdrie, dacht ik, want het gros van mijn dagelijkse WhatsApp-contact is met mensen van wie ik heel veel houd. En die ik via talloze tekstjes van aandacht en dus liefde voorzie. De ellende daarbij is dat, om het met Jensen te zeggen, afwezigheid geen optie is. Als ik te lang niets van me laat horen begint men zich zorgen te maken. Sterker nog: krijg ik de vraag of ik soms boos ben. Geen aandacht geven kan worden geïnterpreteerd als agressie, het tegenovergesteld van liefde.

Dat vind ik misschien wel het vervelendste van appen: het dwingt op een zeker moment bepaald gedrag af. Mijn beste vrienden app ik dagelijks kusjes en hartjes en aubergines, gewoon om te laten weten dat ik aan ze denk. Dat soort goedbedoelde gewoontes verandert op een zeker moment toch in een verplichting. Want niets zeggen is óók communicatie. Dan krijg je weer vragen of ze iets verkeerd hebben gedaan of dat het wel goed met je gaat. Het gezegde ‘Geen bericht is goed bericht’ gaat in ieder geval niet op voor WhatsApp.

Ik moest even denken aan een van mijn lievelingsmensen. Zij doet niet aan smartphones. Ik gok dat ik ongeveer eens per week een sms’je met haar uitwissel, onze verdere communcatie vindt live plaats. Aan haar genegenheid twijfel ik nooit. Stilte, dat wil zeggen de absentie van tekst of contact, is bij ons gewoon stilte en niet een vorm van straf.

Ik haalde mijn mobiel van de vliegtuigstand af en het ding begon meteen onophoudelijk te rammelen door alle binnenkomende app’jes. Ik voelde mijn hartslag omhoogschieten, de cortisol door mijn aderen razen. Ik wil die liefde niet meer, dacht ik, straks wordt het nog mijn dood.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.