Zielen vullen en vakken vullen

Vanuit Princeton, New Jersey, schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: op bezoek bij twee tempels, elk gewijd aan een andere god.
Illustratie Eliane Gerrits

Als een fata morgana doemt hij op boven de houten boerderijen en graanvelden van het platteland van New Jersey, de gigantische hindoetempel BAPS Shri Swaminarayan Mandir. Het sprookjesachtige gebouw, een van de grootste tempels ter wereld, is een en al gebeeldhouwd Italiaans marmer, Turkse kalksteen, bijna vijf miljoen manuren aan Indiaas beeldhouwwerk. Alles mijlenver verwijderd van het kale protestantisme van de kleine witte kerkjes in de omgeving.

Op mijn sokken ga ik naar binnen. De mensen lijken te zweven tussen de marmeren pilaren met uitgekerfde olifanten. Uitgelaten gooien ze water over het hoofd van een beeld van een kind in een idyllische tuin. De hele tempel is feestelijk. De olifantjes zijn vrolijk, de afgebeelde dansers lachen, de gouden godenbeelden zijn behangen met bloemen. Buiten is het koud.

Vanmorgen lag er rijp op het gras. Maar de monniken, slechts gekleed in een sjaal over hun blote lijf, lijken warmte uit te stralen.

„Is hier weleens iemand depressief?” vraag ik de man die me een boekje verkoopt. Verbaasd kijkt hij me aan. Nee, daar heeft hij nog nooit van gehoord. Het leven is mooi. Wat valt er nog meer te wensen? Elke ochtend vernieuwt hij zijn rode stip die hem beschermt tegen het kwaad. De goeroe, die hier op zondag spreekt, wijst mensen de weg. Waarom zou je niet blij zijn? Op de muur staan bemoedigende teksten. „Heb uw naaste lief als uzelf.”

Een paar boerderijen verder staat een vrouw van een jaar of dertig langs de weg met haar duim omhoog. Ik ben een picker”, legt ze uit, als ze naast me gaat zitten. „Ik haal spullen uit het magazijn.”

Ze heeft autopech, maar kan niet te laat op haar werk komen. Met haar hand probeert ze haar slechte gebit te verbergen. Zwijgzaam wijst ze me de weg tot ik een krankzinnig groot terrein oprijd vol loodsen zonder ramen. Een andere tempel. Nog groter, in hetzelfde plaatsje. Gewijd aan het kapitalisme.

Het is een Amazon fulfillment center. Vervulling, niet van de ziel, maar vakken en dozen. En de zakken van een megamiljardair. Vanuit dit reuzenpakhuis worden de goederen verspreid die men online koopt, op piekdagen bijna duizend per seconde. Het gebouw is 28 voetbalvelden groot. Er werken drieduizend werkers en nog veel meer robots.

„Vind je je werk leuk?” vraag ik, zo’n beetje de domste vraag die je kunt stellen. „Het is saai”, zegt ze. „En ik word er erg moe van.” Even overweeg ik om haar mee naar huis te nemen. Maar even later gaat ze door een zwaar betraliede deur.

Door de dikke ramen zie ik haar lopen langs wel twintig veiligheidsbeambten met oranje hesjes. Ze trekt haar jas uit en legt haar tas op een band. Even later zie ik de inhoud van haar tas levensgroot op een scherm voor me. Drie mensen met hesjes staren ernaar.

Daar gaat ze. Op weg naar haar werk. Voor ik weggestuurd word, zie ik op de muur met grote letters de mantra van Amazon: „Werk hard. Heb plezier. Maak geschiedenis.”

Reacties naar pdejong@ias.edu