Wethouders: kabinet moet zich niet met ons bemoeien

Bijstand Gemeenten moeten strenger optreden als niet voldaan wordt aan de bijstandseisen, vindt de staatssecretaris. Wethouders zijn boos. „Met kortingen dreigen is flauwekul.”

Staatssecretaris Tamara van Ark noemt de situatie bij gemeenten „zorgelijk”.
Staatssecretaris Tamara van Ark noemt de situatie bij gemeenten „zorgelijk”. Foto Remko de Waal/ANP

Het was stevige taal van staatssecretaris Tamara van Ark (Sociale Zaken, VVD). Gemeenten moeten meer werk maken van de strenge kanten van de bijstand, schreef ze vorige week aan de Tweede Kamer. Anders overweegt ze gemeenten die níét streng genoeg zijn, te straffen. Die kunnen bijvoorbeeld gekort worden op hun totale bijstandsbudget, zei ze in de Volkskrant.

Wethouders van Sociale Zaken zijn nu boos op de staatssecretaris. Het kabinet moet zich niet zo met hen bemoeien, vinden zij. „Dit is een gedecentraliseerde taak”, zegt de Dordtse wethouder Peter Heijkoop (CDA), voorzitter van de commissie Participatie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). „Met kortingen dreigen is flauwekul.”

De onenigheid tussen de staatssecretaris en wethouders zal komende woensdag waarschijnlijk worden besproken in een Tweede Kamerdebat met staatssecretaris Van Ark.

Repressieve kant

Het conflict gaat over de ‘tegenprestatie’ en de ‘taaleis’. Wie een bijstandsuitkering krijgt, moet iets terugdoen voor de samenleving. Vrijwilligerswerk bijvoorbeeld, of mantelzorg. Daarnaast moet je de Nederlandse taal minimaal op groep 8-niveau beheersen. Als je niet aan die eisen voldoet, kan de gemeente je bijstandsuitkering verlagen. Zo is dat in 2015 landelijk vastgelegd in de Participatiewet.

Maar vorige week bleek uit een CBS-enquête dat gemeenten weinig uitvoering geven aan deze repressieve kant van de bijstand.

Slechts 6 procent van de Nederlandse bijstandsgerechtigden voerde in maart vorig jaar een tegenprestatie uit, of kreeg die toen opgelegd. 40 procent van de gemeenten zei de tegenprestatie zelfs helemaal niet uit te voeren. En er worden amper bijstandsuitkeringen verlaagd als mensen de taal onvoldoende beheersen.

‘Niet zo netjes’

Dat vindt staatssecretaris Van Ark „zorgelijk”, schreef ze vorige week aan de Tweede Kamer. Ze gaat eerst met wethouders „in gesprek”. Daarna beslist ze of ze weigerachtige gemeenten wil gaan straffen.

Wethouder Heijkoop is vooral „verbaasd” dat Van Ark via de krant dreigt om gemeenten te korten als ze niet naar haar luisteren. „Dat vind ik niet zo netjes en dat heb ik haar ook gezegd. Eerder hadden we afgesproken dat het Rijk en gemeenten zouden samenwerken op basis van gelijkwaardigheid.”

De tegenprestatie moet geen „doel op zich” zijn, vindt Heijkoop. „Wij zijn niet op aarde om de tegenprestatie uit te voeren, maar om mensen mee te laten doen.”

Gemeenten gaan verschillend om met de tegenprestatie. In Rotterdam, waar een rechts stadsbestuur zit, riskeren mensen die geen tegenprestatie verrichten een verlaging van hun bijstandsuitkering. ‘Linkse’ steden als Amsterdam en Groningen zeggen de tegenprestatie niet uit te voeren. Het is dus ook een kwestie van ideologie.

Toch zijn de verschillen tussen gemeenten kleiner dan ze soms lijken, zegt Gijsbert Vonk, hoogleraar sociale zekerheidsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Gemeenten die roepen dat ze géén verplichte tegenprestatie hebben, proberen hun werklozen vaak wél te stimuleren om actief te blijven. Vonk: „Begrippen als tegenprestatie, vrijwilligerswerk en sociale reïntegratie lopen in de praktijk door elkaar.” Het grootste verschil is hoe dwingend gemeenten daarin zijn.

Drie maanden na invoering van de taaleis sprak NRC met de 51-jarige Abdel: 'Taaltoets? Daar heb ik geen zin in'

Heeft de tegenprestatie ook nut? Niet als die dwingend wordt opgelegd, zegt Monique Kremer, bijzonder hoogleraar actief burgerschap aan de Universiteit van Amsterdam. Als mensen actief blijven, is dat vaak goed voor hun welzijn, gezondheid en sociale relaties. Maar als de gemeente dwingende taal gaat gebruiken, werkt dat averechts, zegt ze. „We weten dat heel sterke sollicitatieverplichtingen meestal contraproductief zijn voor mensen die al lang geen werk hebben.”

Meerdere problemen

Precies die groep van langdurig werklozen is nu oververtegenwoordigd in de bijstand. Dat zijn vaak mensen met meerdere problemen. Kremer: „Ze hebben weinig zelfvertrouwen, problematische familierelaties of schulden.” Dreigen met een bijstandskorting heeft dan geen zin. Dat laten zij „gewoon over zich heen komen”.

Volgens Kremer is het effectiever als Van Ark ervoor zorgt dat gemeenten hun bijstandsontvangers beter kunnen begeleiden. „Door geldgebrek moet één ambtenaar soms tweehonderd bijstandsgerechtigden begeleiden. Dat zou één op twintig of veertig moeten worden. Deze mensen hebben maatwerk nodig.”

    • Christiaan Pelgrim