Rotterdam loopt investering chemiereus mis. Hoe erg is dat?

Chemie Chemiebedrijf Ineos bouwt twee grote fabrieken in Antwerpen. De investering gaat aan Rotterdam voorbij. Qua werkgelegenheid valt de schade naar verwachting mee.

Oprichter Sir Jim Ratcliffe van het Britse chemieconcern Ineos samen met onder anderen de Antwerpse burgemeester Bart De Wever en de Vlaamse premier Geert Bourgeois , vorige week tijdens het ondertekenen van de overeenkomst.
Oprichter Sir Jim Ratcliffe van het Britse chemieconcern Ineos samen met onder anderen de Antwerpse burgemeester Bart De Wever en de Vlaamse premier Geert Bourgeois , vorige week tijdens het ondertekenen van de overeenkomst. Foto Dirk Waem

Een jaar of tien nog. Dan hebben de meeste chemiefabrieken in Europa hun deuren gesloten. Dat voorspelde Sir Jim Ratcliffe in 2014 in een open brief aan toenmalig voorzitter van de Europese Commissie José Manuel Barroso. Ratcliffe, oprichter, topman en grootaandeelhouder van het Britse chemieconcern Ineos, verweet de Commissie apathie. Terwijl de industrie in China profiteerde van razendsnelle groei en in de VS van lage energieprijzen, was Europa bezig met „groene belastingen” en sluiting van kerncentrales. „We zijn als konijnen die in de koplampen staren en we staan met de broek op de enkels”, besloot Ratcliffe zijn aanklacht.

Nu, bijna vijf jaar later, gaat Ineos voor bijna 3 miljard euro twee nieuwe fabrieken bouwen in de Antwerpse haven, zo maakte het bedrijf vorige week bekend. Het gaat om een ‘kraker’ die ethaangas omzet in etheen, die weer als basis dient voor veel andere chemische processen. De andere fabriek gaat propeen produceren uit propaangas en levert grondstof voor de plasticindustrie. Het is de grootste investering in de Europese chemie van de laatste twee decennia, levert ten minste 400 mensen rechtstreeks werk op en nog een veelvoud aan indirecte banen.

De aankondiging staat niet op zichzelf. Vorig jaar maakten het Duitse chemieconcern Covestro (een afsplitsing van Bayer), Borealis uit Oostenrijk en Nippon Shokubai uit Japan ook al grote investeringen bekend in nieuwe fabrieken in het Antwerpse havengebied.

Ratcliffes voorspelling ten spijt heeft de Europese chemiesector de broek blijkbaar weer stevig om de heupen. Cijfers bevestigen dat. Na een serie reorganisaties, fusies, overnames en splitsingen heeft de Europese chemie een paar jaren van vertrouwenwekkende groei achter de rug. „De industrie is in goede gezondheid”, stelde koepelorganisatie CEFIC onlangs vast in haar jaarrapport. „De vooruitzichten voor de korte termijn zijn rooskleurig.”

Wat is er gebeurd? Applaus voor de Europese Commissie is niet nodig, vertelt ING-econoom Rico Luman. De Europese chemiesector (omzet: 540 miljard euro, 3,3 miljoen werknemers) heeft zijn opleving deels te danken aan de wereldwijde hoogconjuctuur. Zeker zo belangrijk, volgens Luman, is dat grondstoffen- en energieprijzen nu lager zijn. Die bepalen in grote mate de productiekosten van een chemiefabriek. In 2014, toen de olieprijs piekte boven de 100 dollar per vat, lagen grondstoffen- en energieprijzen in Europa aanzienlijk hoger dan in de VS, waar de industrie profiteerde van goedkoop schaliegas. Nog altijd is Europa ‘duurder’ dan de VS en Azië, maar de verschillen zijn kleiner geworden.

Euforie in Antwerpen

De aankondiging van een miljardeninvestering heeft in het Antwerpse chemiecluster tot euforie geleid. „Antwerpen met voorsprong de beste”, tekende de Vlaamse zakenkrant De Tijd dankbaar op uit de mond van Ratcliffe. Het Financieele Dagblad hoorde van een Belgische bron dat de nieuwe fabrieken van Ineos als een magneet zullen werken op andere chemiebedrijven.

Ruim honderd kilometer noordelijker is de stemming minder uitgelaten. Rotterdam was immers óók in de race voor de fabrieken van Ineos. In het Algemeen Dagblad weet de Rotterdamse Havenvereniging het mislopen van chemie-investeringen aan de Nederlandse klimaatambities en de mogelijkheid van een toekomstige CO2-taks. Ook werkgeverslobby VNO-NCW en brancheorganisatie VNCI legden dat verband.

Terecht? Niet wat Ineos betreft. Topman Ratcliffe geldt als een fel tegenstander van strenge milieu-eisen, maar verklaarde dat de keuze voor Antwerpen andere gronden had. Zijn bedrijf heeft al productielocaties in de Belgische havenstad. Die profiteren straks als afnemer van de nieuwe fabrieken. Vestiging in Rotterdam zou de aanvoerlijnen onnodig lang hebben gemaakt. Bovendien passen de fabrieken beter bij de Antwerpse haven. Die is vooral gespecialiseerd in chemie, terwijl in Rotterdam het zwaartepunt op raffinage ligt.

Desondanks is het Rotterdamse Havenbedrijf niet blij met „de toon” van het klimaatdebat in Nederland. „In contacten met internationale bedrijven merken we dat de onduidelijkheid over het toekomstige klimaatbeleid afschrikt”, zegt een woordvoerder. Datzelfde kan volgens hem gelden voor de Nederlandse ambitie om in 2030 49 procent minder CO2 uit te stoten. Omringende landen, waaronder België, houden het op een min van 40 procent.

De energietransitie was vorig jaar het thema van de Wereldhavendagen: ‘Alsof kolen er wel eventjes uit kunnen’

In hoeverre de Nederlandse klimaatpolitiek en -discussie daadwerkelijk een rol spelen bij investeringsbeslissingen van chemiebedrijven, is moeilijk te meten. Vraag is ook hoe problematisch het is dat partijen als Ineos kiezen voor Antwerpen. Qua werkgelegenheid valt de schade mee, verwacht ING-econoom Luman. De Antwerpse en Rotterdamse chemieclusters zijn innig met elkaar verbonden, zowel op het gebied van arbeid als infrastructuur. Nederlandse werknemers werken in Belgische fabrieken en andersom.

Daarbij komt dat de Rotterdamse haven wil verduurzamen, zegt Bart Kuipers, haveneconoom aan de Erasmus Universiteit. Dat betekent ook inzetten op méér maritieme maakindustrie – denk aan gespecialiseerde scheepsbouw, offshore windenergie – of hoogwaardige maritieme dienstverlening, niet de volgende vervuilende raffinaderij of kraker. Hoe groot ook, het zijn „defensieve investeringen” volgens Kuipers. Dan ziet hij liever de in de haven geplande ‘circulaire’ waste-to-chemicals-fabriek waarin plastic en gemengd afval worden omgevormd tot nieuwe grondstoffen voor de chemie. Kuipers: „Dat is een modelinvestering, gericht op de toekomst.”

    • Joris Kooiman