Recensie

Messiaen met joelende glijtonen van futuristisch ‘zingende zaag’

Klassiek Overvloedige decibellen en een dichtgesmeerde orkestklank bij philharmonie zuidnederland. Het orkest speelde Messiaens ‘Turangalîla-symfonie’. De finale spetterde wel.

Dirigent Dimitri Liss van philharmonie zuidnederland.
Dirigent Dimitri Liss van philharmonie zuidnederland. Foto Jean-Pierre Geusens.

‘Turangalîla’. In het Sanskriet betekent het zoiets als ‘liefdeslied’, aldus componist Olivier Messiaen. Met een elfkoppige percussiesectie en een totale bezetting van meer dan honderd man is zijn Turangalîla-symfonie (1946-1948) geen dagelijkse orkestkost.

Daar komt bij dat in de anderhalf uur durende monsterpartituur een grote rol is weggelegd voor de ondes-martenot, een vroeg elektronisch instrument dat met zijn joelende glijtonen nog het meest weg heeft van een futuristische zingende zaag. Geen hoofdvakmateriaal voor de doorsnee conservatoriumstudent.

De philharmonie zuidnederland had zondag daarom de Parijse ondes-specialist Nathalie Forget ingevlogen voor Messiaens extatische liefdessymfonie. In ‘Jardin du sommeil d’amour’ mengden haar elektronische suizeltonen prachtig met de violen. In ‘Turangalîla I’ verleende ze de melodische een-tweetjes met de klarinet een magische gloed.

De pianopartij was in handen van Roger Muraro, de Franse Messiaen-veteraan die studeerde bij diens tweede echtgenote Yvonne Loriod. Met een gespierd toucher, een percussieve aanslag in de uiterste registers en ruim bijgemengd pedaal leverde hij briljante pianistiek in de solopassages. Jammer dat de interactie met het orkest bij vlagen minder uitgebalanceerd en scherp verliep.

Onder chef Dmitri Liss maakte de philharmonie het Muraro niet makkelijk. Typerend voor Messiaen is hoe hij zijn materiaal bloksgewijs naast en op elkaar stapelt. Het gevolg: felle contrasten en gelaagde structuren, die niettemin uitbundig, vitaal en zinnelijk moeten klinken.

Dat lukte zondag niet altijd. Stroeve montages, een dichtgesmeerde orkestklank en overvloedige decibellen maakten dat de muziek niet uitzinnig jubelde maar nogal bonkig klonk. Hoewel, in de finale spetterden de hink-stap-sprong-ritmes en in de loeiende koralen steeg de kopersectie boven zichzelf uit.

Dat Messiaen in zijn Turangalîla-periode de legende van Tristan en Isolde op zijn nachtkastje had liggen, maakt dat het werk dikwijls wordt geprogrammeerd met het Vorspiel en de Liebestod uit Wagners gelijknamige Musikdrama. Gedragen tempi en fraseringen maakten dat het mythische liefdespaar in de ingetogen passages een wat ingedutte indruk maakte, al wist Liss de hartstocht in de climaxen stevig op te poken.

    • Joep Christenhusz